VERORDENING (EU) 2024/1351 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN
DE RAAD betreffende asiel- en migratiebeheer
Bron: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=OJ:L_202401351
Wat is het onderwerp van deze verordening? (Artikel 1)
- In
overeenstemming met de beginselen van solidariteit en de billijke
verdeling van verantwoordelijkheid stelt deze verordening een
gemeenschappelijk kader vast voor het asiel- en migratiebeheer in de Unie.
- De
verordening voert een specifiek solidariteitsmechanisme in.
- De
tekst bepaalt de criteria en de instrumenten om vast te stellen welke
lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om
internationale bescherming.
- Dit alles heeft mede als doel om het wederzijds vertrouwen tussen de lidstaten te versterken.
Welke definities gelden er voor de belangrijkste begrippen in deze
verordening? (Artikel 2)
- Een
"onderdaan van een derde land" is een persoon die geen burger
van de Unie is en geen recht op vrij verkeer heeft, en een
"staatloze" is iemand die door geen enkele staat als onderdaan
wordt beschouwd.
- Een
"verzoek om internationale bescherming" is een vraag om de
vluchtelingen- of subsidiairebeschermingsstatus, en de
"verzoeker" is degene die dit verzoek doet en in afwachting is
van een definitieve beslissing.
- Het
begrip "gezinslid" omvat de echtgenoot, duurzame niet-gehuwde
partner, ongehuwde minderjarige kinderen, en (in het geval van een
minderjarige verzoeker) de verantwoordelijke volwassene voor de
minderjarige.
- Een
"familielid" is een volwassen tante, oom of grootouder van de
verzoeker.
- Een
"minderjarige" is iemand onder de 18 jaar, en een
"niet-begeleide minderjarige" reist zonder de aanwezigheid van
een voor hem of haar verantwoordelijke volwassene.
- Onder
"onderduiken" wordt verstaan dat een persoon niet beschikbaar is
voor de autoriteiten, bijvoorbeeld door zonder toestemming te vertrekken.
- In
het solidariteitskader is er een "begunstigde lidstaat" (die
steun ontvangt) en een "bijdragende lidstaat" (die steun
verstrekt).
- "Migratiedruk"
is een situatie van massale aankomsten die onevenredige verplichtingen
voor het systeem van een lidstaat veroorzaakt, mede ingegeven door
bijvoorbeeld herhaaldelijke ontschepingen na reddingsoperaties.
- Een
"significante migratiesituatie" ontstaat wanneer het cumulatieve
effect van eerdere en huidige aankomsten ervoor zorgt dat een goed
asielstelsel de grenzen van zijn capaciteit bereikt.
- De
tekst definieert verder ook begrippen zoals de
EU-solidariteitscoördinator, overdracht, herplaatsing en de soorten visa
en verblijfstitels.
Wat houdt de alomvattende aanpak van asiel- en migratiebeheer in?
(Artikel 3)
- De
acties van de Unie en lidstaten werken samen en steunen op de beginselen
van solidariteit en billijke verdeling van de verantwoordelijkheid.
- De
aanpak wordt gestuurd door geïntegreerde beleidsvorming, waarbij zowel het
internationaal als het Unierecht (inclusief grondrechten) wordt nageleefd.
- Het
doel is de migratiestromen naar de Unie doeltreffend te beheren en te
zorgen voor volledige samenhang in beleidsmaatregelen.
- Men
richt zich actief op het aanpakken van migratieroutes en niet-toegestane
verplaatsingen van asielzoekers tussen lidstaten.
- De
Commissie, de Raad en de lidstaten zijn samen verantwoordelijk voor een
consistente uitvoering van zowel de interne als externe
beleidscomponenten.
Uit welke elementen bestaan de interne componenten van de alomvattende
aanpak? (Artikel 4)
- Er
vindt nauwe samenwerking en een wederzijds partnerschap plaats tussen
Unie-instellingen, de lidstaten en internationale organisaties.
- Het
beheer van de buitengrenzen gebeurt doeltreffend op basis van het Europees
geïntegreerd grensbeheer.
- Mensen
die op zee zijn gered, worden behandeld met volledige eerbiediging van
internationale en Europese verplichtingen.
- Er
moet snelle en daadwerkelijke toegang zijn tot een eerlijke procedure voor
asiel, ook direct aan de grens.
- Er
worden duidelijke regels toegepast om te bepalen welke lidstaat
verantwoordelijk is voor een asielverzoek.
- Lidstaten
nemen maatregelen om niet-toegestane verplaatsingen van migranten tussen
lidstaten tegen te gaan.
- Verzoekers
krijgen toegang tot adequate en hoogwaardige opvangvoorzieningen.
- De
terugkeer van illegaal verblijvende personen wordt doeltreffend beheerd,
en de integratie van asielzoekers die de status verkrijgen, wordt
ondersteund.
- Uitbuiting
en illegale tewerkstelling worden actief bestreden.
- Operationele
instrumenten en systemen van de Unie, zoals Frontex en het
Asielagentschap, worden waar nodig volop ingezet.
Waaruit bestaan de externe componenten van deze alomvattende aanpak?
(Artikel 5)
- De
Unie en lidstaten creëren op maat gesneden en wederzijds voordelige
partnerschappen met derde landen en respecteren de mensenrechten in al
deze partnerschappen.
- Legale
migratie en legale trajecten voor mensen die bescherming of wettelijk
verblijf nodig hebben, worden bevorderd.
- Partnerlanden
die veel migranten opvangen worden gesteund, zodat zij hun asiel- en
grensbeheercapaciteit kunnen versterken.
- Irreguliere
migratie wordt voorkomen en netwerken van mensenhandel en -smokkel worden
bestreden, met bescherming van het asielrecht.
- Er
wordt actie ondernomen om de onderliggende grondoorzaken van gedwongen
ontheemding en irreguliere migratie aan te pakken.
- Systemen
voor doeltreffende terugkeer, overname en re-integratie worden in het
externe beleid versterkt.
- Het
gemeenschappelijk visumbeleid wordt volledig en correct uitgevoerd.
Hoe moeten lidstaten het beginsel van solidariteit en billijke verdeling
toepassen? (Artikel 6)
- Unie
en lidstaten handelen volgens artikel 80 VWEU, wat betekent dat zij de
verantwoordelijkheid billijk verdelen en de solidariteit bewaren.
- Lidstaten
zorgen voor goede eigen asiel- en migratiesystemen die toegang bieden tot
procedures, goede opvang en doeltreffende terugkeer.
- Lidstaten
wijzen voldoende bekwame mensen en financiële middelen aan om dit te
garanderen.
- Lidstaten
voeren doeltreffende en snelle maatregelen in tegen mensensmokkel,
mensenhandel en irreguliere migratie.
- De
verantwoordelijke lidstaat voor een verzoek wordt snel vastgesteld, en
overdrachten worden correct en soepel uitgevoerd.
- Lidstaten
leveren solidariteitsbijdragen om andere lidstaten te ondersteunen en
werken samen om niet-toegestane verplaatsingen in de Unie in te dammen.
- Voor
het oplossen van uitdagingen kan een permanente EU-toolbox worden
gebruikt. Deze bevat onder meer operationele bijstand door agentschappen,
middelen uit EU-fondsen en het activeren van het mechanisme voor civiele
bescherming.
- De
EU-toolbox bevat ook acties voor de buitenlandse dimensie, diplomatiek
contact en de bevordering van wettelijke mobiliteit.
Wat moet er in de nationale strategieën voor asiel- en migratiebeheer
staan? (Artikel 7)
- Lidstaten
leggen een strategische aanpak vast in nationale strategieën om een goed
draaiend asiel- en migratiesysteem te verzekeren, met respect voor het
(internationaal) recht en hun geografische positie.
- De
strategieën moeten preventieve maatregelen en duidelijke noodplannen
bevatten om naderende migratiedruk het hoofd te bieden.
- De
documenten omschrijven hoe nationale acties de Unie-verplichtingen nakomen
en hoe adviezen of monitoring (zoals door het Asielagentschap) in hun
plannen worden opgenomen.
- Ze
sluiten inhoudelijk aan op het plan voor Europees geïntegreerd grensbeheer
en kunnen in overleg met lokale overheden of agentschappen worden gemaakt.
- De
strategieën moeten zes maanden vóór het vaststellen van de
langetermijnstrategie (artikel 8) naar de Commissie worden gestuurd.
- Er
is financiële steun beschikbaar van de EU voor het nakomen van de acties
uit deze strategie.
- De
Commissie monitort ondertussen de algemene situatie met regelmatige
verslagen.
- Om
vergelijkbaarheid te garanderen, legt de Commissie met een
uitvoeringshandeling een verplicht model voor de nationale strategieën
vast.
Wat is de Europese langetermijnstrategie voor asiel- en migratiebeheer?
(Artikel 8)
- De
Commissie stelt een vijfjarige (niet-juridisch bindende) strategie op die
helpt om de nationale plannen van de lidstaten overal in Europa consistent
uit te voeren.
- De
strategie wordt voor het eerst vastgesteld in december 2025 en vervolgens
elke vijf jaar vernieuwd.
- Ze
baseert zich op de inhoud van de nationale strategieën, de in de artikelen
4 en 5 genoemde doelen, en de standaarden van de Europese rechtspraak.
- De
strategie neemt gegevens over uit monitoring door de Commissie en
evaluaties van organen zoals Frontex, de Dienst voor extern optreden en
het Bureau voor de grondrechten.
Waaruit bestaat het Europees jaarverslag over asiel en migratie?
(Artikel 9)
- De
Commissie maakt jaarlijks een strategisch verslag dat als
waarschuwingssysteem en overzicht dient over de voorgaande 12 maanden.
- Dit
verslag verzamelt data van lidstaten en alle relevante EU-agentschappen
zoals Frontex en Europol.
- Het
bevat cijfers over het totaal aantal asielverzoeken, het aantal
niet-begeleide minderjarigen, toegekende statussen, en beschikbare
opvangcapaciteit.
- Het
overzicht benoemt ook de terugkeerbesluiten,
verblijfsduuroverschrijdingen, toegelaten vluchtelingen, en
asielprocedures aan de grens.
- Het
rapporteert het aantal irreguliere grensoverschrijdingen en specifiek de
aankomsten over zee via opsporings- en reddingsoperaties.
- Het
verslag bevat een duidelijke prognose voor het komende jaar (zoals
voorspelde zee-aankomsten) en beoordeelt of er solidariteitsacties vereist
zijn.
- Het
verschijnt elk jaar uiterlijk op 15 oktober (de eerste in 2025).
- De
eerste bevindingen worden in juli en september in specifieke platformen
voor crisisparaatheid besproken, voordat de eindversie verschijnt.
Welke informatie wordt gebruikt om migratiedruk of -risico's te
beoordelen? (Artikel 10)
- De
Commissie baseert zich op de gegevens uit het hierboven genoemde
jaarverslag (artikel 9).
- Specifieke
informatie van de lidstaten (zoals noodplannen en geraamde capaciteit in
de nationale strategie) wordt meegewogen.
- Er
wordt gekeken naar de mate van samenwerking met derde landen inzake
migratiebeheer en asiel.
- Geopolitieke
verschuivingen, conflicten en de mogelijkheid dat migratie door derden
wordt geïnstrumentaliseerd, tellen sterk mee.
- Evaluaties
en adviezen van de Europese asiel- en grensagentschappen en verslagen over
visumbeleid spelen een belangrijke rol.
- De
Commissie weegt met name het historische (cumulatieve) effect van
aankomsten en de schaal van niet-toegestane verplaatsingen mee in haar
oordeel.
Hoe bepaalt de Commissie formeel welke lidstaten onder migratiedruk
staan? (Artikel 11)
- Tegelijkertijd
met de uitgave van het jaarverslag maakt de Commissie via een
uitvoeringsbesluit officieel bekend in welke lidstaten migratiedruk, een
risico daarop, of een significante migratiesituatie is vastgesteld.
- Voorafgaand
aan het besluit raadpleegt de Commissie de desbetreffende lidstaten.
- Het
besluit steunt op de verzamelde informatie over specifieke migratieroutes,
met inbegrip van het effect van ongeplande aankomsten over zee.
- Als
een lidstaat veel migranten over zee opvangt als direct gevolg van
reddingsoperaties, en dat leidt tot onevenredige lasten, dan krijgt deze
lidstaat de status "onder migratiedruk".
- De
Commissie legt dit besluit jaarlijks op uiterlijk 15 oktober formeel voor
aan het Parlement en de Raad.
Hoe wordt de jaarlijkse solidariteitspool op Europees niveau
voorgesteld? (Artikel 12)
- Ook
dit proces loopt gelijk op: op uiterlijk 15 oktober dient de Commissie een
voorstel in bij de Raad om de jaarlijkse solidariteitspool vast te
stellen.
- In
het plan worden Uniebrede verplichte minima vastgelegd: ten minste 30.000
herplaatsingen en ten minste 600 miljoen euro aan financiële bijdragen per
jaar.
- Elke
lidstaat krijgt via een vaste referentiesleutel in het voorstel een doel
(billijk aandeel) toebedeeld ter bevordering van het solidariteitssysteem.
- Wanneer
de situatie daarom vraagt, kan de Commissie hogere totalen eisen of extra
maatregelen toevoegen, mits de onderlinge verhoudingen gelijk blijven.
- Voor
lidstaten die extreem belast worden door ontschepingen na reddingsacties
op zee, wordt een specifiek, indicatief bedrag uit de pool gereserveerd.
- Bij
uitzondering kan de Commissie het niveau in het voorstel verlagen als
blijkt dat er in het komende jaar geen solidariteitsacties nodig zijn.
- Dit
voorstel krijgt de classificatie "EU RESTRICTED" (vertrouwelijk)
totdat de Raad het goedkeurt en een officiële wet maakt.
Wat is de werking en het doel van het EU-solidariteitsforum op hoog
niveau? (Artikel 13)
- Er
wordt een speciaal forum in het leven geroepen, voorgezeten door de
voorzitter van de Raad en bestaande uit ministers of hooggeplaatste
bestuurders van de lidstaten.
- Ook
derde landen met een nauwe overeenkomst rond asiel kunnen worden
uitgenodigd.
- Dit
forum wordt binnen 15 dagen na het jaarverslag, het uitvoeringsbesluit en
het voorstel van de Commissie bijeengeroepen.
- Op
het forum bespreken lidstaten de algemene situatie en doen ze definitieve
en officiële toezeggingen voor de solidariteitspool van de EU.
- Mocht
blijken dat de toegezegde middelen ontoereikend zijn om de acute nood te
lenigen, dan kan de Raad dit forum opnieuw bij elkaar brengen voor het
verkrijgen van aanvullende bijdragen.
Wat is de functie en samenstelling van het EU-solidariteitsforum op
technisch niveau? (Artikel 14)
- Naast
het hoge-niveauforum is er een technisch platform dat zorgt voor de
daadwerkelijke, soepele uitvoering van de beloofde solidariteit.
- De
vergaderingen worden georganiseerd en voorgezeten door de zogenoemde
EU-solidariteitscoördinator, in naam van de Commissie.
- Er
nemen hooggeplaatste ambtenaren en vakinhoudelijke specialisten van de
lidstaten deel.
- Bepaalde
partnerlanden en EU-agentschappen (zoals het Asielagentschap en Frontex)
schuiven op verzoek aan.
- Na
de vaststelling van de Raadsact komt dit technische forum zo vaak bijeen
als nodig is om acties en behoeften in de pool aan elkaar te koppelen.
Welke taken en verantwoordelijkheden heeft de
EU-solidariteitscoördinator? (Artikel 15)
- De
Commissie benoemt een EU-solidariteitscoördinator om de praktische kant
van de Europese solidariteit centraal te overzien.
- Deze
persoon ondersteunt de fysieke herplaatsing van personen van begunstigde
naar bijdragende lidstaten.
- De
coördinator behoudt een precies overzicht van wat de begunstigden nodig
hebben, wat de bijdragers leveren, en volgt deze match op.
- Hij
of zij fungeert als het communicatiekanaal tussen staten en organen, en
zit het bovengenoemde technische forum voor.
- De
coördinator bevordert werkmethoden en beste praktijken en verzorgt ook
crisisbeheertaken rond overmachtsituaties.
- Om
de taken te vervullen, beschikt de coördinator over een eigen bureau en
eigen middelen.
- De
lidstaten sturen alle nodige data direct naar deze coördinator, en zijn of
haar bevindingen vormen een essentieel onderdeel van het jaarverslag.
Hoe wordt de toegang tot de procedure en het bepalen van de
verantwoordelijke lidstaat voor een asielverzoek geregeld? (Artikel 16)
- Lidstaten
moeten elk verzoek om internationale bescherming, ingediend door een
derdelander of staatloze, behandelen (ook als dit gebeurt aan de grens of
in transitzones).
- Het
verzoek wordt door één enkele lidstaat behandeld, gebaseerd op de criteria
en clausules uit dit specifieke deel van de verordening.
- Indien
de verantwoordelijke lidstaat niet via de criteria kan worden bepaald,
wordt de eerste lidstaat waar het verzoek is geregistreerd
verantwoordelijk.
- Een
overdracht mag niet plaatsvinden als de verzoeker in de aangewezen
lidstaat een reëel risico loopt op onmenselijke of vernederende
behandeling (schending van grondrechten). In dat geval moet verder worden
gezocht naar een andere verantwoordelijke lidstaat.
- Als
geen andere lidstaat kan worden gevonden, wordt de onderzoekende lidstaat
zelf verantwoordelijk.
- Er
wordt eerst een veiligheidscontrole uitgevoerd: de eerste lidstaat moet zo
snel mogelijk na registratie nagaan of de verzoeker een bedreiging vormt
voor de binnenlandse veiligheid, nog vóór de verantwoordelijkheidscriteria
worden toegepast.
- Als
een verzoeker inderdaad een veiligheidsdreiging vormt, wordt de lidstaat
die de controle uitvoert direct de verantwoordelijke lidstaat (en vindt er
geen overnameprocedure plaats).
- Lidstaten
behouden altijd het recht om, conform specifieke regels, een verzoeker
naar een veilig derde land te sturen.
Welke verplichtingen heeft de verzoeker en hoe moet deze meewerken met
de bevoegde autoriteiten? (Artikel 17)
- De
verzoeker is verplicht het asielverzoek in te dienen en te registreren in
de lidstaat van eerste binnenkomst.
- Heeft
de verzoeker een geldig visum of geldige verblijfstitel, dan moet het
verzoek in die betreffende lidstaat worden ingediend.
- Bij
een verlopen, ingetrokken of nietig verklaarde verblijfstitel of visum,
registreert de lidstaat waar de persoon zich op dat moment bevindt het
verzoek.
- De
verzoeker moet volledig meewerken, waaronder het afstaan van biometrische
gegevens.
- De
verzoeker moet zo snel mogelijk (uiterlijk tijdens het persoonlijk
onderhoud) alle beschikbare identiteitsdocumenten, elementen en informatie
aanleveren die bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is.
- Indien
de verzoeker dit bewijs of formulier niet tijdig kan overleggen, wordt een
nieuwe redelijke termijn vastgesteld.
- De
verzoeker is verplicht fysiek aanwezig te blijven in de lidstaat van
registratie, de verantwoordelijke lidstaat of de lidstaat van herplaatsing
in afwachting van procedures.
- Bij
een overdrachtsbesluit moet de verzoeker meewerken aan deze beslissing en
deze correct naleven.
Wat zijn de gevolgen als een verzoeker de vastgestelde verplichtingen
niet nakomt? (Artikel 18)
- Vanaf
het moment van kennisgeving van een overdrachtsbesluit vervalt het recht
op opvangvoorzieningen in andere lidstaten, behalve in de lidstaat waar de
verzoeker wettelijk vereist is te zijn.
- De
eerste regel laat onverlet dat de verzoeker altijd recht blijft houden op
een levensstandaard volgens het Unierecht (inclusief dringende materiële
behoeften).
- Bewijs
of informatie die na de vastgestelde termijnen wordt ingediend, wordt
uitsluitend meegewogen als dit doorslaggevend is voor een juiste
toepassing van de verordening (vooral bij niet-begeleide minderjarigen en
gezinshereniging).
- De
uitsluiting van opvangvoorzieningen geldt niet als de verzoeker niet
aanwezig is in de vereiste lidstaat, maar er een vermoeden bestaat dat de
verzoeker slachtoffer is van mensenhandel.
- Lidstaten
moeten in alle gevallen rekening houden met de individuele omstandigheden
van de verzoeker en het risico op mensenrechtenschendingen afwegen. Alle
maatregelen dienen evenredig te zijn.
Welke informatie moet uiterlijk bij registratie aan de verzoeker worden
verstrekt? (Artikel 19)
- De
verzoeker krijgt informatie over de verordening, de rechten, de plichten
tot medewerking en de gevolgen van het niet nakomen van deze plichten.
- De
verzoeker krijgt te horen dat het aanvragen van asiel niet betekent dat
hij de verantwoordelijke lidstaat of de herplaatsingslidstaat zelf mag
kiezen.
- De
verzoeker wordt ingelicht over de gevolgen als hij meerdere verzoeken in
verschillende landen doet, of als hij zich verplaatst naar een land waar
hij niet mag zijn (beperking van opvang).
- Er
wordt uitleg gegeven over de criteria, de procedures en termijnen om de
verantwoordelijke lidstaat te bepalen.
- De
verzoeker krijgt uitleg over gezinshereniging, definities van gezinsleden,
bijstand voor het opsporen van familie, en het hiervoor bestemde
modelformulier.
- Er
wordt informatie gegeven over het doel van het persoonlijk onderhoud en de
plicht om hier alle benodigde informatie en documenten te delen.
- De
verzoeker moet de autoriteiten informeren over eerdere verblijfstitels,
visa en behaalde diploma's.
- De
verzoeker wordt gewezen op de plicht om identiteitsdocumenten te
overhandigen en mee te werken aan biometrische registratie.
- De
verzoeker wordt geïnformeerd over het recht om beroep of bezwaar aan te
tekenen tegen een overdracht, en de termijnen die daarvoor gelden.
- De
verzoeker krijgt informatie over kosteloze juridische counseling, en
eventueel kosteloze rechtsbijstand bij een beroepszaak.
- De
verzoeker wordt gewaarschuwd dat onderduiken leidt tot een verlenging van
de proceduretermijnen.
- Er
wordt transparantie gegeven over het verwerken van persoonsgegevens,
inclusief inzagerecht, correctierecht, verwijderingsrecht, en hoe de
functionaris voor gegevensbescherming bereikt kan worden.
- Er
gelden specifieke waarborgen voor niet-begeleide minderjarigen (zoals de
taken van hun vertegenwoordiger en klachtenprocedures).
- De
verzoeker verneemt dat een DNA- of bloedonderzoek kan worden geëist als
andere indirecte bewijzen niet voldoende zijn om familiebanden aan te
tonen.
- Informatie
over het proces van een eventuele herplaatsingsprocedure wordt gedeeld.
- De
verzoeker of zijn vertegenwoordiger behoudt altijd de mogelijkheid om
tussentijds informatie op te vragen over de voortgang.
Aan welke eisen van toegankelijkheid en vorm moet de
informatievoorziening voldoen? (Artikel 20)
- De
informatie moet schriftelijk, beknopt, transparant en begrijpelijk zijn.
- De
taal moet helder en eenvoudig zijn, en in een taal worden aangeboden die
de verzoeker daadwerkelijk verstaat.
- Lidstaten
gebruiken hiervoor speciaal ontwikkeld gemeenschappelijk
voorlichtingsmateriaal, dat tevens online toegankelijk wordt gemaakt.
- Indien
nodig wordt de informatie ook mondeling toegelicht, bijvoorbeeld tijdens
het persoonlijk onderhoud, waarbij de verzoeker vragen mag stellen.
- Er
mag gebruik worden gemaakt van ondersteunende multimedia.
- Het
Asielagentschap stelt dit voorlichtingsmateriaal op (inclusief varianten
voor minderjarigen en kwetsbaren), en lidstaten mogen dit lokaal met eigen
details aanvullen.
- Voor
niet-begeleide minderjarigen moet de voorlichting kindvriendelijk en door
adequaat opgeleid personeel plaatsvinden, in aanwezigheid van een
vertegenwoordiger.
Op welke wijze heeft de verzoeker recht op juridische counseling in het
asielproces? (Artikel 21)
- Verzoekers
mogen in alle fasen een erkende juridische adviseur of counselor
raadplegen.
- De
verzoeker mag dit op eigen kosten doen, maar kan voor deze procedures ook
verzoeken om kosteloze juridische counseling.
- Kosteloze
counseling wordt geboden door nationaal erkende adviseurs, counselors of
daarvoor bevoegde non-gouvernementele organisaties (ngo's).
- Tijdens
de administratieve fase mag counseling in groepsvorm worden gegeven (één
persoon geeft uitleg aan meerdere verzoekers).
- Lidstaten
regelen en organiseren dit systeem volgens hun eigen nationale wetgeving
en procedures.
- Deze
kosteloze hulp omvat onder meer uitleg over de criteria, rechten en
plichten, en het helpen invullen van de benodigde formulieren voor de
vaststelling van de lidstaat.
- Een
lidstaat mag kosteloze counseling weigeren als de verzoeker al wordt
bijgestaan en vertegenwoordigd door een andere juridisch adviseur.
- Lidstaten
kunnen voor het organiseren van deze hulp bijstand vragen van het
Asielagentschap en financiële middelen van de Unie krijgen.
Hoe verloopt het persoonlijk onderhoud en in welke situaties mag dit
worden overgeslagen? (Artikel 22)
- De
bevoegde autoriteit organiseert een persoonlijk onderhoud om de juiste
lidstaat vast te stellen en de gegeven informatie toe te lichten.
- De
interviewer stelt proactief vragen om de specifieke situatie van de
verzoeker scherp te krijgen.
- Als
de verzoeker familie in een andere lidstaat lijkt te hebben, krijgt hij
een modelformulier, dat hij het beste al vóór het onderhoud invult.
- De
verzoeker mag tijdens het gesprek redenen aanvoeren waarom een bepaalde
lidstaat discretionair de verantwoordelijkheid op zich zou moeten nemen.
- Het
onderhoud kan vervallen als de verzoeker is ondergedoken, de verzoeker
afwezig is zonder geldige reden, of de verzoeker de nodige informatie al
op een andere manier compleet heeft aangeleverd.
- Bij
het wegvallen van het gesprek krijgt de verzoeker alsnog de kans om bewijs
op een andere manier in te leveren.
- Het
onderhoud vindt altijd plaats voordat er formeel een verzoek om overname
naar een ander land wordt gestuurd.
- Het
gesprek wordt gevoerd in een taal die de verzoeker machtig is, met zo
nodig een tolk en/of een cultureel bemiddelaar. De verzoeker mag een
voorkeur opgeven voor het geslacht van de interviewer en de tolk.
- Het
onderhoud met minderjarigen wordt kindgericht gedaan, in aanwezigheid van
een vertegenwoordiger en afgestemd op leeftijd en volwassenheid.
- Videoconferentie
is onder gerechtvaardigde voorwaarden en met de juiste faciliteiten
toegestaan.
- Het
gesprek wordt uitgevoerd door gekwalificeerd personeel in een
vertrouwelijke setting, met aandacht voor mensen met kwetsbaarheden (zoals
trauma's of mensenhandel).
- Van
het onderhoud wordt een geluidsopname én een schriftelijke samenvatting
gemaakt (de geluidsopname is bij twijfel leidend).
- De
verzoeker of de vertegenwoordiger krijgt zo snel mogelijk toegang tot de
samenvatting om onjuistheden voor te leggen of correcties aan te brengen.
Welke specifieke procedures en garanties zijn er voor niet-begeleide
minderjarigen? (Artikel 23)
- Het
belang van het kind is altijd de allereerste overweging; procedures voor
minderjarigen krijgen prioriteit.
- Niet-begeleide
minderjarigen krijgen een geschikte en onafhankelijke vertegenwoordiger
toegewezen om hen bij te staan.
- Er
wordt onmiddellijk een tijdelijke bijstand geregeld; een officiële
vertegenwoordiger moet uiterlijk 15 werkdagen na de asielaanvraag benoemd
zijn (dit mag met 10 dagen verlengd worden bij overmacht).
- Als
overduidelijk is dat een verzoeker ouder dan 18 jaar is, hoeft er geen
vertegenwoordiger te worden aangesteld.
- De
vertegenwoordiger wordt ontslagen van zijn plicht zodra via een
leeftijdsbeoordeling blijkt dat de persoon in kwestie geen minderjarige
is.
- De
vertegenwoordiger wordt actief betrokken bij alle besluiten, helpt bij het
opsporen van de familie via organisaties, en bewaakt de vertrouwelijkheid.
- Bij
de beoordeling van het belang van het kind worden gezinshereniging,
welzijn (trauma's, gezondheid, onderwijs), veiligheid, eigen inzichten van
de minderjarige en informatie van de vertegenwoordiger meegewogen.
- Voor
een overdracht plaatsvindt, vindt er een formele individuele beoordeling
van dit kinderbelang plaats. De verantwoordelijke of ontvangende lidstaat
moet bevestigen dat daar de nodige opvang en vertegenwoordiging
klaarliggen.
- De
lidstaat van eerste registratie begint direct met het opsporen van
mogelijke familie in andere lidstaten en roept hier eventueel
internationale organisaties voor in.
- De
Commissie bepaalt standaardformulieren om deze uitwisseling van informatie
tussen lidstaten over minderjarigen soepel te laten verlopen.
Hoe moet de hiërarchie en rangorde van de verantwoordelijkheidscriteria
worden gehanteerd? (Artikel 24)
- Alle
criteria om de verantwoordelijke lidstaat aan te wijzen, moeten precies
worden toegepast in de chronologische volgorde waarin ze in dit hoofdstuk
staan genoteerd.
- De
bepaling wordt altijd gebaseerd op de persoonlijke feiten en situatie die
golden op het allereerste moment dat het asielverzoek werd geregistreerd.
Wat zijn de criteria om de verantwoordelijke lidstaat te bepalen voor
een niet-begeleide minderjarige? (Artikel 25)
- Voor
deze groep gelden uitsluitend de regels van dit artikel, en wederom in
vaste volgorde.
- Stap
1: De lidstaat waar een gezinslid, broer of zus wettig verblijft, is
verantwoordelijk, tenzij dit niet in het belang van het kind is. Als een
minderjarige gehuwd is en de echtgenoot geen wettig verblijf heeft in de
Unie, kijkt men naar een volwassene, ouder of broer/zus.
- Stap
2: De lidstaat waar een ruimer familielid wettig verblijft is
verantwoordelijk, mits een beoordeling aantoont dat dit familielid
daadwerkelijk voor de minderjarige kan zorgen (en mits dit in het belang
van het kind is).
- Stap
3: Als de minderjarige familie in meerdere lidstaten heeft, bepaalt
uitsluitend het belang van het kind welk land verantwoordelijk wordt.
- Stap
4: Zijn er nergens familieleden, dan is de allereerste lidstaat waar de
aanvraag werd gedaan verantwoordelijk, mits dat niet tegen het belang van
het kind indruist.
- De
Commissie stelt met gedelegeerde handelingen vast hoe familieleden kunnen
worden geïdentificeerd, hoe verwantschap bewezen moet worden, en hoe
getoetst wordt of de familie de zorgtaak aankan.
Wanneer is een lidstaat verantwoordelijk op basis van gezinsleden die
daar wettig verblijven? (Artikel 26)
- Als
de verzoeker een gezinslid heeft met internationale bescherming in een
lidstaat, is die lidstaat verantwoordelijk.
- Als
de verzoeker een gezinslid heeft dat de status van langdurig ingezetene in
een lidstaat heeft, is die lidstaat verantwoordelijk.
- Dit
geldt ook voor gezinsleden die eerst bescherming kregen en inmiddels
officieel staatsburger zijn geworden.
- Voorwaarden
zijn altijd dat alle betrokken personen expliciet en schriftelijk hebben
verklaard dat zij de overdracht naar deze specifieke lidstaat wensen.
- Bovenstaande
regels gelden tevens voor eventuele kinderen die zijn geboren nadat het
bewuste gezinslid de Unie inkwam.
Welke lidstaat is verantwoordelijk als een gezinslid ook asiel
aanvraagt? (Artikel 27)
- Als
een gezinslid van de verzoeker een asielverzoek heeft lopen in een
lidstaat (en de zaak is in eerste aanleg nog niet afgerond), wordt díe
lidstaat verantwoordelijk voor de verzoeker.
- Voorwaarde
hiervoor is opnieuw dat alle betrokken personen vooraf schriftelijk
verklaren hiermee in te stemmen.
Hoe verloopt de toewijzing bij gelijktijdige verzoeken van een heel
gezin? (Artikel 28)
- Als
meerdere gezinsleden (of minderjarige ongehuwde broers/zussen) tegelijk of
vlak na elkaar in dezelfde lidstaat hun verzoeken indienen.
- Om
te voorkomen dat het gezin uit elkaar wordt gehaald, wordt eerst gekeken
welke lidstaat (volgens alle criteria) het grootste deel van het gezin kan
overnemen; die lidstaat neemt dan het gehele gezin.
- Als
het bovenstaande geen duidelijke lidstaat oplevert, gaat de
verantwoordelijkheid van het gehele gezin naar de lidstaat die
verantwoordelijk zou zijn voor de asielaanvraag van de oudste persoon van
de groep.
Wat gebeurt er als de verzoeker al eerder een verblijfstitel of visum
ontving? (Artikel 29)
- Bezit
de verzoeker een geldige verblijfstitel, dan is de lidstaat die de titel
afgaf verantwoordelijk.
- Bezit
de verzoeker een geldig visum, dan is de lidstaat die het visum afgaf
verantwoordelijk (behalve als lidstaat A dit namens lidstaat B deed, dan
is lidstaat B verantwoordelijk).
- Heeft
de persoon meerdere verblijfstitels en/of visa in bezit, dan wordt deze
volgorde afgewerkt:
- Lidstaat
van de verblijfstitel met de langste duur, of de langst doorlopende
verloopdatum.
- Lidstaat
van het visum, waarbij een langst lopend visum voorrang krijgt.
- Bij
ongelijksoortige visa geldt de langste duur, of het langst doorlopende.
- Ook
als de verblijfstitel al tot 3 jaar is verlopen, ingetrokken of
geannuleerd (en een visum tot 18 maanden) blijven bovengenoemde regels
exact zo van kracht voor de toewijzing.
- Een
land blijft verantwoordelijk, zelfs als de titel of het visum indertijd op
frauduleuze basis is verkregen, tenzij het land kan bewijzen dat de fraude
pas ná de officiële afgifte plaatsvond.
Welke rol spelen diploma's in het bepalen van de verantwoordelijke
lidstaat? (Artikel 30)
- Bezit
de verzoeker een diploma of kwalificatie van een officieel erkende
onderwijsinstelling uit een lidstaat, dan is die lidstaat verantwoordelijk
voor het asielverzoek.
- Voorwaarde
hierbij is dat de asielaanvraag niet langer dan zes jaar na de officiële
afgifte van dit diploma wordt geregistreerd.
- Bezit
een verzoeker meerdere diploma's uit verschillende lidstaten, dan geldt de
lidstaat waar de langste studieperiode werd genoten.
- Zijn
deze studieperiodes exact even lang, dan is de lidstaat van het laatst
behaalde diploma verantwoordelijk.
Wat is de kern van de regels rondom visumvrijstelling bij het bepalen
van de verantwoordelijkheid? (Artikel 31)
- Indien
een onderdaan van een derde land of staatloze via een lidstaat binnenkomt
waar hij niet visumplichtig is, is die lidstaat verantwoordelijk voor het
asielverzoek.
- Deze
regel geldt niet als het verzoek wordt geregistreerd in een andere
lidstaat waar de persoon óók geen visum nodig heeft.
- In
dat uitzonderingsgeval is de lidstaat waar het verzoek is geregistreerd
verantwoordelijk voor de behandeling ervan.
Wie is verantwoordelijk voor asielverzoeken in een internationale
transitzone van een luchthaven? (Artikel 32)
- Indien
een persoon een verzoek om internationale bescherming indient in de
internationale transitzone van een luchthaven van een lidstaat, is die
specifieke lidstaat verantwoordelijk voor de behandeling.
Welke lidstaat is verantwoordelijk na een irreguliere binnenkomst of een
reddingsoperatie op zee? (Artikel 33)
- Als
via bewijzen of indirecte bewijzen (zoals Eurodac) blijkt dat een
verzoeker irregulier via land, zee of lucht de grens van een lidstaat
heeft overschreden vanuit een derde land, is de lidstaat van eerste
binnenkomst verantwoordelijk.
- Deze
verantwoordelijkheid eindigt als het asielverzoek pas meer dan 20 maanden
na deze grensoverschrijding wordt geregistreerd.
- Als
vaststaat dat een verzoeker na een opsporings- en reddingsoperatie op het
grondgebied van een lidstaat is ontscheept, is die lidstaat
verantwoordelijk.
- Deze
verantwoordelijkheid na een reddingsoperatie eindigt als het asielverzoek
meer dan twaalf maanden na de ontscheping wordt geregistreerd.
- Bovenstaande
regels gelden niet als de verzoeker na grensoverschrijding of ontscheping
officieel is herplaatst naar een andere lidstaat; in dat geval is de
lidstaat van herplaatsing verantwoordelijk.
Aan welke criteria moet worden voldaan om verantwoordelijkheid toe te
wijzen op basis van afhankelijkheid? (Artikel 34)
- Dit
artikel geldt wanneer een verzoeker afhankelijk is van de hulp van een
kind, broer, zus of ouder die wettig in een lidstaat verblijft, of wanneer
dat familielid juist afhankelijk is van de verzoeker.
- Deze
afhankelijkheid kan komen door zwangerschap, een pasgeboren kind, ernstige
lichamelijke of geestelijke ziekte, zware handicap, ernstig trauma of hoge
leeftijd.
- Lidstaten
moeten de verzoeker en het familielid bij elkaar houden of herenigen onder
de voorwaarde dat de familieband al bestond vóór aankomst in de Unie.
- De
verzorgende persoon moet in staat zijn om voor de afhankelijke persoon te
zorgen.
- De
betrokken personen moeten schriftelijk verklaren dat zij deze hereniging
wensen.
- Voordat
een overnameverzoek wordt gedaan, onderzoekt de lidstaat waar de
afhankelijke persoon is, of het familielid daadwerkelijk de zorg kan
dragen.
- Als
het verzorgende familielid in een andere lidstaat verblijft, wordt die
lidstaat verantwoordelijk.
- Uitzondering:
Als de gezondheid van de verzoeker hem of haar voor lange tijd belet te
reizen, wordt de huidige verblijfplaats verantwoordelijk, zonder dat het
familielid verplicht wordt daarheen te reizen.
- De
Commissie stelt verdere criteria vast via gedelegeerde en
uitvoeringshandelingen voor het bewijzen van de relatie en de
onmogelijkheid om te reizen.
Welke ruimte hebben lidstaten om op vrijwillige of humanitaire gronden
verzoeken te behandelen? (Artikel 35)
- Een
lidstaat mag altijd vrijwillig besluiten om een asielverzoek te
behandelen, zelfs als hij daar volgens de criteria van deze verordening
niet toe verplicht is.
- Een
lidstaat kan een andere lidstaat altijd vragen om een verzoeker over te
nemen op humanitaire, culturele of sociale gronden (bijvoorbeeld voor
gezinshereniging), zolang er nog geen definitieve beslissing ten gronde is
genomen.
- Dit
is mogelijk zelfs als de aangezochte lidstaat volgens de regels niet
verantwoordelijk is.
- De
betrokken personen moeten hier wel schriftelijk mee instemmen.
- Het
overnameverzoek moet alle noodzakelijke informatie bevatten zodat de
andere lidstaat de humanitaire gronden kan beoordelen.
- De
aangezochte lidstaat heeft twee maanden de tijd om dit te controleren en
te antwoorden via het elektronische netwerk, en moet bij een weigering de
redenen vermelden.
Wat zijn de verplichtingen van een lidstaat die verantwoordelijk is voor
een persoon? (Artikel 36)
- De
verantwoordelijke lidstaat is verplicht een verzoeker over te nemen die
zijn verzoek in een andere lidstaat heeft geregistreerd.
- De
lidstaat moet een verzoeker, onderdaan van een derde land of staatloze
onder specifieke voorwaarden terugnemen.
- De
lidstaat is verplicht een toegelaten (hervestigde) persoon terug te nemen
die asiel aanvraagt of irregulier verblijft in een andere lidstaat.
- Een
minderjarige die een asielzoekend gezinslid vergezelt, wordt samen met dit
gezinslid overgenomen of teruggenomen, tenzij dit tegen het belang van het
kind is.
- Hiervoor
is in de regel geen aparte schriftelijke instemming vereist, en dit geldt
ook voor kinderen die ná de aankomst zijn geboren.
- De
verantwoordelijke lidstaat moet het asielverzoek volledig behandelen of de
behandeling afronden.
Onder welke voorwaarden wordt de verantwoordelijkheid voor een verzoek
beëindigd of verplaatst? (Artikel 37)
- De
verantwoordelijkheid gaat over op een andere lidstaat als die andere
lidstaat een verblijfstitel afgeeft, vrijwillig de verantwoordelijkheid
neemt, weigert een minderjarige over te dragen in het belang van het kind,
of de overdrachtstermijnen laat verlopen.
- Deze
nieuwe verantwoordelijke lidstaat moet anderen via het elektronische
netwerk in kennis stellen en Eurodac updaten.
- De
verplichtingen vervallen 15 maanden nadat een asielbesluit in een
grensprocedure definitief is afgewezen of ingetrokken. Na deze 15 maanden
geldt een nieuw verzoek als een volledig nieuw verzoek.
- Als
de persoon binnen die 15 maanden echter in een andere lidstaat asiel
aanvraagt en er loopt een terugnameprocedure, blijft de oorspronkelijke
lidstaat verantwoordelijk tot de procedure is afgerond.
- De
verplichtingen eindigen ook als de persoon het grondgebied van de Unie
minimaal negen maanden heeft verlaten (tenzij met een geldige
verblijfstitel van de verantwoordelijke lidstaat).
- De
plicht om iemand terug te nemen eindigt als is vastgesteld dat de persoon
de Unie vrijwillig of gedwongen heeft verlaten na een terugkeer- of
verwijderingsbesluit.
- Nieuwe
verzoeken na deze afwezigheden of verwijderingen starten een nieuwe
toewijzingsprocedure.
Hoe en wanneer begint de procedure ter bepaling van de verantwoordelijke
lidstaat? (Artikel 38)
- De
lidstaat waar het verzoek voor het eerst is geregistreerd, of de lidstaat
van herplaatsing, begint onverwijld met het bepalen van de
verantwoordelijkheid.
- Deze
procedure loopt gewoon door, zelfs als de verzoeker is ondergedoken.
- De
lidstaat moet in Eurodac direct registreren waarom zij verantwoordelijk
zijn geworden (bijvoorbeeld door overschrijden van termijnen, of na
aanvaarding).
- Als
een verzoeker zonder verblijfstitel naar een andere lidstaat gaat of daar
asiel aanvraagt tijdens deze procedure, moet de beoordelende lidstaat hem
terugnemen.
- Deze
terugnameplicht vervalt zodra de persoon een verblijfstitel in een andere
lidstaat krijgt.
- Personen
die zich onrechtmatig verplaatsen nadat bevestigd is dat ze herplaatst
worden, moeten worden teruggenomen door de lidstaat van herplaatsing.
Wat zijn de regels en termijnen voor het indienen van een
overnameverzoek? (Artikel 39)
- Een
lidstaat moet onmiddellijk, en uiterlijk binnen twee maanden na
asielregistratie, een verzoek indienen bij de lidstaat die hij
verantwoordelijk acht.
- Verzoeken
op basis van familiebanden krijgen altijd voorrang.
- Als
er een Eurodac- of VIS-treffer (vingerafdrukken/visum) is, moet het
verzoek al binnen één maand na de treffer worden ingediend.
- Als
deze termijnen worden overschreden, blijft de registrerende lidstaat zelf
verantwoordelijk.
- Voor
niet-begeleide minderjarigen mag men de termijnen overschrijden en alsnog
een overnameverzoek doen als dat in het belang van het kind is.
- Als
er haast is (bijvoorbeeld na een weigering aan de grens of een
terugkeerbesluit), kan de lidstaat om een spoedantwoord vragen, met een
minimale termijn van één week.
- Een
verzoek gebruikt een standaardformulier en moet volledige redenen en
bewijzen of indirecte bewijzen bevatten.
Hoe en binnen welke termijn moet een lidstaat reageren op een
overnameverzoek? (Artikel 40)
- De
aangezochte lidstaat moet de nodige controles doen en uiterlijk binnen één
maand antwoorden.
- Ook
hier krijgen verzoeken op basis van familiebanden voorrang.
- Bij
een Eurodac- of VIS-treffer moet de lidstaat al binnen twee weken
antwoorden.
- De
verantwoordelijkheid wordt vastgesteld met "bewijsmiddelen"
(formele bewijzen) of "indirecte bewijzen" (aanwijzingen) die de
Commissie vastlegt in lijsten.
- Indirect
bewijs moet samenhangend, verifieerbaar en voldoende gedetailleerd zijn om
te worden geaccepteerd.
- Bij
een verzoek om spoed moet binnen de gevraagde termijn geantwoord worden,
of maximaal binnen twee weken.
- Als
de lidstaat de termijn (van één maand of twee weken) laat verstrijken
zonder gemotiveerd bezwaar in te dienen, betekent dit automatisch dat zij
de persoon accepteren en de overnameplicht erkennen.
- Weigeringen
of antwoorden moeten worden gegeven op een standaardformulier en voorzien
zijn van bewijs.
Wat is de procedure voor het indienen van een kennisgeving inzake
terugname? (Artikel 41)
- Een
lidstaat moet onmiddellijk en uiterlijk binnen twee weken na een
Eurodac-treffer een kennisgeving sturen aan de verantwoordelijke lidstaat
om een persoon terug te nemen.
- Als
de lidstaat deze termijn mist, vervalt de plicht van de verantwoordelijke
lidstaat om de persoon terug te nemen overigens niet.
- De
kennisgeving gebeurt via een standaardformulier en bevat bewijs of
verklaringen.
- De
ontvangende lidstaat moet deze kennisgeving binnen twee weken bevestigen.
- De
ontvangende lidstaat kan dit binnen twee weken weigeren als zij aantonen
niet verantwoordelijk te zijn of als de Eurodac-aanwijzing fout was.
- Als
er binnen twee weken geen reactie komt, geldt dat automatisch als een
bevestiging van ontvangst en akkoord.
Hoe wordt een verzoeker in kennis gesteld van een besluit tot
overdracht? (Artikel 42)
- Uiterlijk
twee weken nadat een overnameverzoek of terugnamekennisgeving is
geaccepteerd of bevestigd, neemt de lidstaat een officieel
overdrachtsbesluit.
- De
persoon krijgt direct, in duidelijke taal en op papier, bericht dat hij
wordt overgedragen, dat zijn asielverzoek niet daar behandeld wordt, wat
de termijnen zijn, en dat meewerken verplicht is.
- Als
de persoon een erkende juridische vertegenwoordiger heeft, mag de
informatie ook aan die vertegenwoordiger gegeven worden in plaats van aan
de persoon zelf.
- Het
besluit moet informatie bevatten over rechtsmiddelen, de mogelijkheid om
opschortende werking te eisen, termijnen, en meldplichten bij zelfstandig
reizen.
- De
persoon moet ook informatie krijgen over organisaties die rechtsbijstand
leveren.
- Als
de persoon geen juridische adviseur heeft, moet de kern van het besluit
worden meegedeeld in een taal die hij begrijpt.
Welke rechtsmiddelen heeft een persoon tegen een overdrachtsbesluit?
(Artikel 43)
- De
persoon heeft het recht op een doeltreffend rechtsmiddel, in de vorm van
beroep of bezwaar, bij een rechter.
- Het
beroep is strikt beperkt tot het toetsen of er risico is op
onmenselijke/vernederende behandeling in het andere land, of er na het
besluit nieuwe cruciale omstandigheden zijn, of dat regels rondom
familiebanden zijn geschonden.
- De
termijn om dit beroep in te dienen ligt tussen minimaal één en maximaal
drie weken na de kennisgeving van het besluit.
- Binnen
een redelijke termijn mag de persoon de rechter vragen om de overdracht op
te schorten (opschortende werking) tijdens de beroepsprocedure.
- De
overdracht wordt bevroren totdat over dit opschortingsverzoek een eerste
besluit is genomen (wat maximaal één maand mag duren).
- Als
de persoon niet om opschorting vraagt, houdt het beroep de feitelijke
overdracht niet tegen.
- Weigeringen
van opschorting moeten gemotiveerd worden, en bij goedkeuring moet de
rechter streven naar een definitieve uitspraak over het beroep binnen één
maand.
- De
lidstaten moeten kosteloze rechtsbijstand, vertegenwoordiging en taalhulp
bieden aan personen zonder financiële middelen.
- Deze
kosteloze hulp mag wél worden geweigerd (mits niet willekeurig) als de
autoriteit of rechter inschat dat het beroep geen reële kans van slagen
heeft.
- Tegen
de weigering van kosteloze bijstand moet ook een rechtsmiddel bij een
rechter mogelijk zijn.
Onder welke voorwaarden mag een persoon in bewaring worden gehouden?
(Artikel 44)
- Niemand
mag uitsluitend in bewaring worden geplaatst omdat hij of zij in deze
toewijzingsprocedure zit.
- Bewaring
mag alleen als laatste redmiddel, en uitsluitend als er vluchtgevaar
(onderduikrisico) is of om de nationale veiligheid/openbare orde te
beschermen.
- Bewaring
mag alleen als andere, minder dwingende alternatieven niet werken en de
maatregel evenredig is.
- De
bewaring moet zo kort mogelijk zijn; alleen de tijd die nodig is om de
administratieve overdrachtsprocedure af te ronden.
- De
algemene opvangvoorwaarden uit de Opvangrichtlijn (Richtlijn EU 2024/1346)
gelden voor gedetineerden.
- Bewaring
kan uitsluitend plaatsvinden via een schriftelijk bevel (met juridische en
feitelijke gronden) van een rechter of administratieve instantie. Bij een
administratief bevel moet er direct snelle rechterlijke toetsing volgen.
Welke kortere termijnen gelden voor de procedure van personen in
bewaring? (Artikel 45)
- Voor
gedetineerde personen moet het overnameverzoek of de terugnamekennisgeving
al binnen maximaal twee weken na asielregistratie of Eurodac-treffer
verstuurd worden.
- Als
de persoon in een latere fase in bewaring wordt gesteld, is de termijn
voor het verzoek slechts één week na opsluiting.
- De
aangezochte lidstaat moet nog sneller reageren, uiterlijk binnen één week.
Geen antwoord binnen één week betekent automatisch akkoord.
- De
daadwerkelijke overdracht van de gedetineerde moet zo snel mogelijk
gebeuren, uiterlijk binnen vijf weken na goedkeuring van het verzoek óf
nadat de opschortende werking van een beroep is vervallen.
- Als
de lidstaat ook maar één van deze snelle termijnen niet haalt, moet de
betrokken persoon onmiddellijk uit bewaring worden vrijgelaten. De gewone
procedure en langere termijnen zijn dan weer van kracht.
Wat zijn de regels, termijnen en procedures voor het uitvoeren van een
overdracht naar de verantwoordelijke lidstaat? (Artikel 46)
- De
overdracht van een verzoeker of persoon vindt zo snel als praktisch
mogelijk plaats.
- De
uiterste termijn is zes maanden na de aanvaarding van het overnameverzoek,
de bevestiging van de terugname, of de definitieve beslissing op een
beroep met opschortende werking.
- Er
wordt voorrang gegeven aan overdrachten die gebaseerd zijn op
familiebanden of afhankelijke personen.
- Bij
een overdracht voor herplaatsing geldt een specifieke termijn zoals elders
bepaald (artikel 67).
- Overdrachten
in de vorm van gecontroleerd vertrek of onder geleide moeten humaan
gebeuren, met respect voor menselijke waardigheid en grondrechten.
- De
overdragende lidstaat verstrekt indien nodig een doorlaatbewijs (waarvoor
de Commissie een model vaststelt).
- De
ontvangende lidstaat meldt of de persoon is aangekomen of niet op tijd is
verschenen.
- Als
de overdracht niet binnen zes maanden gebeurt, vervalt de plicht van de
ontvangende lidstaat en wordt de overdragende lidstaat zelf
verantwoordelijk.
- De
termijn kan worden verlengd tot maximaal één jaar als de overdracht niet
doorgaat wegens gevangenzetting.
- De
termijn kan worden verlengd tot maximaal drie jaar (vanaf de kennisgeving)
als de persoon is ondergedoken, zich fysiek verzet, zichzelf opzettelijk
ongeschikt maakt voor overdracht of medisch niet voldoet.
- Als
de persoon weer beschikbaar komt en er minder dan drie maanden resteren,
krijgt de lidstaat een nieuwe termijn van drie maanden voor de overdracht.
- Als
iemand ten onrechte is overgedragen of het besluit na overdracht wordt
vernietigd, neemt de overdragende lidstaat de persoon direct terug.
- De
Commissie stelt met uitvoeringshandelingen uniforme methoden vast voor
overleg en informatie-uitwisseling bij onder meer uitgestelde overdrachten
of overdrachten van minderjarigen.
Hoe worden de kosten van overdrachten verdeeld en gedragen? (Artikel 47)
- De
lidstaat die de overdracht feitelijk uitvoert, krijgt hiervoor een
financiële bijdrage uit het betreffende Uniefonds (Verordening EU
2021/1147).
- Wanneer
een persoon moet worden teruggehaald omdat deze ten onrechte is
overgedragen of omdat de beslissing is vernietigd, draagt de lidstaat die
de oorspronkelijke overdracht deed hiervan de kosten.
- Personen
die worden overgedragen, hoeven de kosten voor deze overdracht nooit zelf
te betalen.
Welke persoonsgegevens moeten worden uitgewisseld vóór een overdracht
plaatsvindt? (Artikel 48)
- De
overdragende lidstaat moet relevante persoonsgegevens delen met de
verantwoordelijke lidstaat, beperkt tot wat nodig is voor de juiste
ondersteuning en medische zorg.
- Deze
informatie moet ruim op tijd vóór de overdracht worden gedeeld, zodat de
ontvangende lidstaat zich kan voorbereiden.
- Het
gaat specifiek om informatie over onmiddellijke medische behoeften, het
belang van het kind, contactgegevens van familieleden, opleiding van
minderjarigen, leeftijdsbeoordelingen en eerdere screeningsformulieren.
- Deze
gegevens mogen uitsluitend worden uitgewisseld tussen aangemelde bevoegde
autoriteiten via een beveiligd elektronisch netwerk.
- De
uitgewisselde gegevens mogen alleen worden gebruikt voor ondersteuning en
zorg en mogen niet verder worden verwerkt.
- De
Commissie stelt een standaardformulier op voor deze gegevensuitwisseling.
- Regels
voor het aanpassen of wissen van onjuiste gegevens zijn hierop van
toepassing.
Hoe wordt omgegaan met veiligheidsinformatie voorafgaand aan een
overdracht? (Artikel 49)
- Als
de overdragende lidstaat informatie heeft die redelijkerwijs aangeeft dat
de persoon een risico vormt voor de nationale veiligheid of openbare orde,
moet de ontvangende lidstaat hiervan op de hoogte worden gesteld.
- Deze
veiligheidsinformatie wordt uitsluitend uitgewisseld via passende kanalen
tussen rechtshandhavingsautoriteiten of andere specifieke bevoegde
autoriteiten.
Welke regels gelden er voor de uitwisseling van medische en
gezondheidsgegevens voor een overdracht? (Artikel 50)
- Gezondheidsgegevens
worden uitsluitend verstrekt om adequate medische zorg te garanderen voor
kwetsbare groepen (zoals gehandicapten, ouderen, zwangere vrouwen,
minderjarigen of slachtoffers van foltering/geweld).
- Deze
informatie wordt gedeeld via een door de Commissie op te stellen
'gemeenschappelijke gezondheidsverklaring'.
- De
ontvangende lidstaat is verplicht deze bijzondere medische behoeften te
verzorgen.
- Voor
het delen van deze gegevens is de uitdrukkelijke instemming van de
verzoeker (of diens vertegenwoordiger) vereist.
- Als
instemming ontbreekt (bijvoorbeeld door onvermogen) mag de informatie tóch
worden gedeeld als dit noodzakelijk is ter bescherming van de
volksgezondheid, openbare veiligheid of de vitale belangen van de persoon
zelf.
- Het
weigeren van instemming mag de overdracht niet tegenhouden.
- Gezondheidsgegevens
mogen uitsluitend worden verwerkt door professionals die gebonden zijn aan
het medisch beroepsgeheim of een vergelijkbare plicht.
- Gegevens
mogen uitsluitend voor de medische zorg worden gebruikt en niet voor
andere doeleinden.
Welke informatie moeten lidstaten algemeen met elkaar uitwisselen en
onder welke voorwaarden? (Artikel 51)
- Lidstaten
moeten op verzoek adequate persoonsgegevens delen om verantwoordelijkheid
te bepalen, een verzoek te behandelen, verplichtingen na te komen of een
terugkeerbesluit uit te voeren.
- De
toegestane informatie omvat onder meer namen, nationaliteiten,
geboortedata, documentgegevens, biometrische data, reisroutes,
visa/verblijfstitels en de stand van asielprocedures.
- De
verantwoordelijke lidstaat mag ook vragen naar de asielmotieven en
besluitredenen van eerdere procedures.
- Een
aangezochte lidstaat mag weigeren informatie te geven als dit essentiële
staatsbelangen of grondrechten schaadt.
- De
verzoeker moet vooraf worden ingelicht over welke informatie precies wordt
opgevraagd en waarom.
- Verzoeken
om informatie moeten altijd gemotiveerd zijn en gebaseerd op betrouwbare
bronnen of verklaringen.
- De
aangezochte lidstaat moet binnen drie weken antwoorden; vertraging moet
worden gemotiveerd.
- Als
een lidstaat niet antwoordt of bewijzen achterhoudt waaruit eigen
verantwoordelijkheid blijkt, worden de termijnen voor overnameverzoeken
verlengd met de duur van die overschrijding.
- Informatie-uitwisseling
verloopt alleen via aangewezen autoriteiten en gegevens mogen alleen
worden gedeeld met partijen die bevoegd zijn in de procedure.
- Lidstaten
moeten garanderen dat de gedeelde informatie juist is; foutieve data moet
direct worden gemeld en gecorrigeerd of gewist.
- Elke
verstrekking en ontvangst van gegevens moet worden vastgelegd in een
dossier of register.
Welke eisen worden gesteld aan de bevoegde autoriteiten en hun middelen?
(Artikel 52)
- Elke
lidstaat wijst bevoegde autoriteiten aan en meldt deze direct aan de
Commissie, inclusief eventuele wijzigingen.
- Lidstaten
moeten ervoor zorgen dat deze autoriteiten genoeg personeel, materiaal en
financiële middelen hebben om taken snel, efficiënt en volgens de
grondrechten uit te voeren (ook voor gezinshereniging en termijnbewaking).
- De
Commissie publiceert een geconsolideerde lijst van deze autoriteiten en
actualiseert deze jaarlijks.
- Het
personeel van deze autoriteiten moet de juiste opleiding krijgen om deze
verordening toe te passen.
- De
Commissie stelt via uitvoeringshandelingen veilige elektronische
communicatiekanalen in, die zijn voorzien van automatische
ontvangstbewijzen.
In hoeverre mogen lidstaten onderling administratieve regelingen
treffen? (Artikel 53)
- Lidstaten
mogen op bilaterale basis administratieve regelingen treffen om de
verordening makkelijker en doeltreffender uit te voeren.
- Dit
mag gaan over het uitwisselen van verbindingsambtenaren, het
vereenvoudigen van procedures, het verkorten van termijnen en afspraken
over solidariteitsbijdragen.
- Bestaande
afspraken onder eerdere wetgeving (zoals de Dublinverordening) mogen
blijven bestaan, mits ze in lijn worden gebracht met deze nieuwe
verordening.
- Voordat
afspraken over procedureverkorting worden gemaakt of gewijzigd, moet de
Commissie worden geraadpleegd over de verenigbaarheid ervan met de
verordening.
- Als
de Commissie oordeelt dat een afspraak niet verenigbaar is, moeten de
lidstaten deze binnen redelijke termijn aanpassen.
- Lidstaten
moeten de Commissie informeren over het afsluiten, wijzigen of beëindigen
van alle regelingen.
Wat is de rol en de samenstelling van het netwerk van verantwoordelijke
eenheden? (Artikel 54)
- Het
Asielagentschap ontwikkelt en faciliteert één of meer netwerken van de
bevoegde autoriteiten van de lidstaten.
- Het
doel is het verbeteren van de praktische samenwerking (vooral bij
overdrachten), informatie-uitwisseling, het ontwikkelen van tools, beste
praktijken en richtlijnen.
- Het
Europees Grens- en kustwachtagentschap (Frontex) en andere relevante
Unie-instanties kunnen indien nodig aan dit netwerk deelnemen.
Hoe verloopt de procedure bij geschillen en moeilijkheden tussen
lidstaten? (Artikel 55)
- Als
lidstaten problemen ervaren met de samenwerking of de toepassing van de
verordening, moeten zij op verzoek direct onderling overleggen om snel
oplossingen te vinden (volgens het beginsel van loyale samenwerking).
- Deze
moeilijkheden en de gevonden oplossingen kunnen gedeeld worden in het
comité met de Commissie en andere lidstaten.
- Als
ze er onderling niet uitkomen, kunnen zij de Commissie om overleg en
bemiddeling vragen.
- De
Commissie start dan onmiddellijk overleg waarin de lidstaten actief moeten
deelnemen; de Commissie kan aanbevelingen doen en termijnen opleggen.
- Deze
bemiddeling schort de reguliere termijnen voor individuele asielzoekers
uit de verordening niet op.
- De
procedure doet geen afbreuk aan de bevoegdheid van de Commissie om
toezicht te houden via inbreukprocedures of aan de mogelijkheid voor
lidstaten om naar het Hof van Justitie te stappen.
Waaruit bestaat de jaarlijkse solidariteitspool en wat is de inhoud
ervan? (Artikel 56)
- De
jaarlijkse solidariteitspool is het belangrijkste instrument om lidstaten
onder migratiedruk te helpen.
- De
pool bestaat uit drie gelijkwaardige soorten maatregelen die lidstaten
kunnen inzetten.
- Vorm
1 is "hervestiging" (herplaatsing): het overnemen van
asielzoekers of, bij bilateraal akkoord, personen die in de afgelopen drie
jaar al bescherming hebben gekregen.
- Vorm
2 is "financiële bijdragen": geld voor projecten in lidstaten
(voor migratie, opvang, asiel, grensbeheer) of in derde landen (om routes
aan te pakken of het systeem daar te verbeteren).
- Vorm
3 is "alternatieve solidariteitsmaatregelen": operationele
steun, capaciteitsopbouw, diensten, uitrusting of personeel voor migratie,
grensbeheer en terugkeer.
- Financiële
bijdragen voor derde landen moeten specifiek gericht zijn op
asielcapaciteit, legale migratie/mobiliteit, vrijwillige terugkeer,
bestrijding van mensensmokkel en een op mensenrechten gebaseerd beleid.
Hoe stelt de Raad de jaarlijkse solidariteitspool officieel vast?
(Artikel 57)
- De
Raad stelt jaarlijks vóór het einde van het kalenderjaar een
uitvoeringshandeling vast om de pool te creëren, op basis van een voorstel
van de Commissie en toezeggingen uit het forum op hoog niveau.
- Het
besluit bevat het totale referentiegetal voor herplaatsingen, de
financiële bedragen en de specifieke toezeggingen per lidstaat.
- De
Raad stemt hierover met gekwalificeerde meerderheid (en kan het
Commissievoorstel ook zo wijzigen).
- Het
besluit kan een indicatief percentage reserveren voor lidstaten die onder
druk staan door herhaalde ontschepingen na reddingsacties op zee.
- Tijdens
het forum op hoog niveau doen lidstaten bindende toezeggingen op basis van
hun verplichte "billijk aandeel".
- Lidstaten
zijn volledig vrij om te kiezen wélke van de drie solidariteitsmaatregelen
(of combinaties daarvan) ze toezeggen.
- Alternatieve
maatregelen krijgen een financiële waarde; als daar in een jaar geen
beroep op wordt gedaan, worden deze automatisch omgezet in financiële
bijdragen.
Hoe kan een lidstaat met erkende migratiedruk gebruikmaken van de
solidariteitspool? (Artikel 58)
- Een
lidstaat die officieel door de Commissie (in een eerdere beslissing) is
aangemerkt als een land onder migratiedruk, moet de Commissie en de Raad
informeren als het de pool wil inzetten.
- De
lidstaat meldt exact welk soort maatregelen en in welke mate die nodig
zijn.
- Bij
een verzoek om financiële bijdragen noemt de lidstaat de specifieke
Unie-uitgavenprogramma's.
- Direct
na deze kennisgeving krijgt de lidstaat toegang tot de pool.
- De
EU-solidariteitscoördinator roept vervolgens binnen maximaal 10 dagen het
forum op technisch niveau bijeen om de steun operationeel te maken.
Wat is de procedure als een lidstaat zélf vindt dat het onder
migratiedruk staat en steun wil? (Artikel 59)
- Een
lidstaat die niet vooraf was aangewezen, maar zich wel onder druk voelt,
kan zich bij de Commissie en Raad melden voor steun uit de pool.
- De
lidstaat moet dit uitgebreid onderbouwen met actuele cijfers, aangeven
welke steun nodig is, en uitleggen hoe deze steun de kwetsbaarheden gaat
oplossen en het systeem stabiliseert.
- EU-agentschappen
(zoals het Asielagentschap of Frontex) kunnen de Commissie op verzoek
helpen dit te beoordelen.
- De
Commissie beoordeelt dit onverwijld, kijkt naar de afgelopen 12 maanden en
beslist officieel of de lidstaat onder migratiedruk staat.
- Als
de beslissing positief is, wordt de lidstaat een begunstigde lidstaat
(tenzij steun wordt geweigerd wegens capaciteitsgebrek).
- De
EU-solidariteitscoördinator roept binnen twee weken het technische forum
bijeen, behalve als de Commissie of de Raad besluit dat de pool
onvoldoende capaciteit heeft of als er andere objectieve redenen zijn om
de toegang te weigeren.
- Als
de pool leeg is of capaciteit mist, wordt binnen één week het forum op
hóóg niveau bijeengeroepen om extra middelen te zoeken.
- Bij
een weigering van de Commissie mag de lidstaat een nieuw, beter onderbouwd
verzoek indienen.
Hoe worden de toegezegde solidariteitsbijdragen in de praktijk
operationeel gemaakt en gecoördineerd? (Artikel 60)
- In
het technische forum werken lidstaten en de Commissie samen om te zorgen
dat de pool dat jaar effectief, in balans en op tijd wordt benut.
- De
EU-solidariteitscoördinator stuurt dit proces aan en zorgt voor een
eerlijke verdeling onder de hulpvragende (begunstigde) lidstaten.
- Lidstaten
moeten hun toegezegde solidariteit (behalve de financiële componenten) nog
vóór het einde van het jaar in verhouding tot hun totale toezegging
uitvoeren.
- Lidstaten
die vrijstelling hebben gekregen of zélf hulp (begunstigde) zijn, hoeven
hun toezeggingen dat jaar niet te leveren.
- Bijdragende
lidstaten hoeven ook geen herplaatsingen of hulp te leveren aan een
begunstigde lidstaat als de Commissie heeft vastgesteld dat die
begunstigde staat fundamenteel tekortschiet in zijn asielregels waardoor
het systeem in gevaar komt.
- Tijdens
de eerste bijeenkomst mogen lidstaten redelijke voorkeuren uitspreken over
de profielen van asielzoekers die ze willen opvangen, waarbij kwetsbare
personen prioriteit krijgen.
- EU-agentschappen
leveren op verzoek ondersteuning, analyses en teams; de coördinator
overziet dit alles.
- Elk
jaar in januari moeten de lidstaten aan de coördinator officieel
bevestigen wat zij in het voorgaande jaar exact hebben uitgevoerd.
Hoe kan een lidstaat vermindering van solidariteitsbijdragen aanvragen
bij migratiedruk? (Artikel 61)
- Een
lidstaat die is aangemerkt als lidstaat onder migratiedruk, of die
zichzelf zo beschouwt, kan verzoeken om een gedeeltelijke of volledige
vermindering van zijn toegezegde solidariteitsbijdragen.
- Dit
is alleen mogelijk als de lidstaat nog geen gebruik heeft gemaakt van de
jaarlijkse solidariteitspool en ook geen kennisgeving voor het gebruik
daarvan heeft gedaan.
- De
lidstaat dient het verzoek in bij de Commissie en stuurt dit ter
informatie naar de Raad.
- Als
de lidstaat niet officieel was aangemerkt als staande onder migratiedruk,
maar zichzelf wel zo beschouwt, moet het verzoek beschrijven hoe de
vermindering de situatie kan stabiliseren.
- Het
verzoek moet in dat geval ook vermelden of de bijdrage kan worden
vervangen door een andere solidariteitsbijdrage, en hoe de lidstaat zijn
kwetsbaarheden gaat aanpakken.
- Tevens
moet het verzoek dan een onderbouwde motivering bevatten van het bestaan
en de omvang van de migratiedruk.
- De
Commissie beoordeelt het verzoek en stelt de Raad en het Europees
Parlement hiervan uiterlijk na vier weken in kennis.
- Vervolgens
stelt de Raad een uitvoeringshandeling vast om te bepalen of de lidstaat
mag afwijken van zijn toegezegde bijdragen.
Wat zijn de regels voor de vermindering van solidariteitsbijdragen in
significante migratiesituaties? (Artikel 62)
- Een
lidstaat die wordt geconfronteerd met een significante migratiesituatie,
of zichzelf als zodanig beschouwt, kan ook verzoeken om een gedeeltelijke
of volledige vermindering van zijn toegezegde bijdragen.
- Het
verzoek wordt ingediend bij de Commissie en ter informatie naar de Raad
gestuurd.
- Als
de lidstaat al officieel was aangemerkt met een significante
migratiesituatie, moet het verzoek beschrijven hoe vermindering de
situatie stabiliseert en of de bijdrage kan worden vervangen.
- Daarnaast
moet worden vermeld hoe kwetsbaarheden worden aangepakt, en moet
onderbouwd worden welk deel van het asielstelsel zijn maximale capaciteit
heeft bereikt.
- Als
de lidstaat niet officieel was aangemerkt, maar zich wel zo beschouwt,
moet bovendien een onderbouwde motivering worden gegeven over de ernst van
de significante migratiesituatie.
- De
Commissie beoordeelt het verzoek en informeert de Raad en het Europees
Parlement binnen vier weken.
- De
Raad beslist ten slotte via een uitvoeringshandeling of de lidstaat mag
afwijken van zijn toezeggingen.
Hoe werken de verantwoordelijkheidscompensaties in plaats van
herplaatsingen? (Artikel 63)
- Als
de toegezegde herplaatsingen in de solidariteitspool 50% of meer bedragen
van het voorgestelde getal van de Commissie, kan een begunstigde lidstaat
vragen of andere lidstaten verantwoordelijkheid overnemen voor
asielverzoeken in plaats van herplaatsingen.
- Een
bijdragende lidstaat kan zelf ook aangeven hiertoe bereid te zijn, indien
de grens van 50% is bereikt of als deze lidstaat zelf 50% of meer van zijn
verplichte aandeel als herplaatsingen heeft toegezegd.
- Bijdragende
lidstaten nemen de verantwoordelijkheid voor verzoeken over tot het
hoogste voorgestelde drempelgetal is bereikt, indien de totale
toezeggingen lager liggen dan het oorspronkelijk voorgestelde aantal of
lager dan 60% van het referentiegetal.
- Als
een bijdragende lidstaat aan het einde van een jaar zijn toezeggingen niet
heeft uitgevoerd, moet deze op verzoek van de begunstigde lidstaat
verantwoordelijkheid voor asielverzoeken overnemen tot het toegezegde
aantal is bereikt.
- De
bijdragende lidstaat wijst de specifieke verzoeken aan, stelt de
begunstigde lidstaat in kennis via het elektronische netwerk, en noteert
de verantwoordelijkheid in Eurodac.
- Lidstaten
zijn niet verplicht om meer verantwoordelijkheid over te nemen dan hun
berekende billijke aandeel.
- Deze
procedure geldt niet voor niet-begeleide minderjarigen, of als de
verzoeker inmiddels bescherming geniet of is gevlucht.
- De
compensatie kan ook worden toegepast op verzoeken die al definitief zijn
afgewezen in de begunstigde lidstaat.
Waaraan en hoe worden financiële bijdragen voor solidariteit besteed?
(Artikel 64)
- Financiële
bijdragen worden als externe bestemmingsontvangsten overgemaakt door
bijdragende lidstaten naar de begroting van de Unie.
- Deze
bijdragen worden gebruikt voor projecten in de lidstaten rond migratie,
opvang, asiel, re-integratie en grensbeheer, of voor acties in of met
derde landen.
- De
begunstigde lidstaten stellen de acties vast en dienen deze in bij het
forum op technisch niveau.
- De
EU-solidariteitscoördinator houdt een inventaris bij van de acties, en de
Commissie zorgt dat ze aansluiten bij de doelstellingen.
- De
Commissie stelt een uitvoeringshandeling vast met voorschriften voor de
werking van deze financiële bijdragen.
- Niet-toegewezen
bedragen kunnen worden toegevoegd aan het Fonds voor asiel, migratie en
integratie.
- Lidstaten
moeten rapporteren over de voortgang aan de Commissie en aan het technisch
forum.
- De
Commissie neemt de rapportage over de uitvoering mee in het Europees
jaarverslag over asiel en migratie.
Wat houden de alternatieve solidariteitsmaatregelen in? (Artikel 65)
- Alternatieve
solidariteitsmaatregelen worden verleend op specifiek verzoek van een
begunstigde lidstaat.
- Deze
maatregelen tellen mee als financiële solidariteit; de concrete waarde
ervan wordt gezamenlijk en realistisch vastgesteld en vooraf gemeld aan de
EU-solidariteitscoördinator.
- Deze
maatregelen moeten een aanvulling zijn op acties van de Unie, en mogen
geen bestaande operationele steun of financiering kopiëren.
- Lidstaten
voeren deze maatregelen uitsluitend uit bóvenop hun reguliere
verplichtingen ten aanzien van Unie-agentschappen.
- Zelfs
als de relevante uitvoeringshandeling is verstreken, moeten afgesproken
alternatieve maatregelen worden voltooid.
Hoe wordt de referentiesleutel voor solidariteitsbijdragen berekend?
(Artikel 66)
- De
referentiesleutel bepaalt het aandeel van elke lidstaat in de
solidariteitsbijdragen.
- De
berekening gebeurt op basis van de meest recente Eurostatgegevens.
- Er
worden twee criteria gebruikt, elk met een weging van 50%: de omvang van
de bevolking en het totale bbp van de lidstaat.
Welke procedure geldt er voorafgaand aan een herplaatsing? (Artikel 67)
- De
begunstigde lidstaat controleert eerst of de persoon een bedreiging vormt
voor de interne veiligheid; als dit het geval is, wordt herplaatsing
gestopt en is deze lidstaat verantwoordelijk.
- De
begunstigde lidstaat identificeert welke personen voor herplaatsing in
aanmerking komen, eventueel met hulp van het Asielagentschap.
- Er
wordt rekening gehouden met betekenisvolle banden (familie of cultuur),
hoewel de persoon niet zelf zijn land van herplaatsing mag kiezen.
- Verzoekers
zonder betekenisvolle banden worden eerlijk verdeeld over de resterende
lidstaten.
- Personen
die al internationale bescherming genieten, moeten schriftelijk instemmen
met hun herplaatsing.
- Gezinsleden
worden samen naar het grondgebied van dezelfde lidstaat herplaatst.
- De
begunstigde lidstaat deelt de gegevens met de lidstaat van herplaatsing,
zodat deze de veiligheidsrisico's kan controleren (eventueel via een
persoonlijk onderhoud).
- De
lidstaat van herplaatsing bevestigt binnen één week de herplaatsing,
tenzij er een veiligheidsdreiging is (in complexe gevallen kan dit
maximaal twee weken duren).
- Als
de termijn zonder reactie verstrijkt, geldt dit automatisch als een
bevestiging van de herplaatsing.
- Na
bevestiging neemt de begunstigde lidstaat uiterlijk binnen één week een
overdrachtsbesluit en stelt de persoon hiervan op de hoogte.
- De
daadwerkelijke overdracht moet zo snel mogelijk plaatsvinden, en in elk
geval binnen vier weken na de bevestiging of na de beslissing op een
beroep met opschortende werking.
- Herplaatsingen
lopen door, zelfs als de termijnen in de relevante besluiten van de Raad
al zijn verstreken.
Welke procedures gelden er ná een herplaatsing? (Artikel 68)
- De
lidstaat van herplaatsing informeert de begunstigde lidstaat, het
Asielagentschap en de coördinator of de persoon veilig is aangekomen.
- Als
voor een herplaatste verzoeker nog geen verantwoordelijke lidstaat was
aangewezen, neemt de lidstaat van herplaatsing de reguliere procedures
over om dit vast te stellen.
- Indien
hieruit geen verantwoordelijke lidstaat naar voren komt, wordt de lidstaat
van herplaatsing zelf verantwoordelijk voor de asielaanvraag.
- Zodra
de lidstaat verantwoordelijk wordt, registreert deze dit in Eurodac.
- Wanneer
een persoon is herplaatst die al internationale bescherming geniet,
verleent de lidstaat van herplaatsing automatisch deze status.
Hoe verloopt de procedure voor verantwoordelijkheidscompensaties in de
praktijk? (Artikel 69)
- Een
begunstigde lidstaat die compensatie vraagt, stuurt zijn verzoek met het
gewenste aantal asielverzoeken naar de bijdragende lidstaat.
- De
bijdragende lidstaat moet dit verzoek binnen 30 dagen beantwoorden.
- Het
is de bijdragende lidstaat toegestaan om de verantwoordelijkheid voor een
lager aantal verzoeken te accepteren dan was gevraagd.
- De
lidstaat die het verzoek aanvaardt, wijst specifiek aan voor welke
individuele asielverzoeken hij verantwoordelijk wordt en registreert dit
in Eurodac.
Welke andere verplichtingen hebben de lidstaten inzake solidariteit?
(Artikel 70)
- De
lidstaten zijn verplicht om de Commissie, en specifiek de
EU-solidariteitscoördinator, op de hoogte te houden van de uitvoering van
hun solidariteitsmaatregelen.
- Dit
omvat ook rapportage over eventuele samenwerkingsmaatregelen met een derde
land.
Hoe wordt de financiële steun na herplaatsing geregeld? (Artikel 71)
- De
financiële steun volgend op een herplaatsing wordt uitgevoerd
overeenkomstig de regels in Verordening (EU) 2021/1147.
- Deze
steun geschiedt volledig in overeenstemming met de beginselen van
solidariteit en de billijke verdeling van verantwoordelijkheid.
Wat zijn de regels voor gegevensbeveiliging en -bescherming? (Artikel
72)
- Deze
verordening doet geen afbreuk aan de geldende wetgeving van de Unie voor
de bescherming van persoonsgegevens (zoals de AVG en andere richtlijnen).
- Lidstaten
moeten passende technische en organisatorische maatregelen nemen om de
veiligheid van verwerkte persoonsgegevens te garanderen en ongeoorloofde
toegang of verlies te voorkomen.
- De
nationale toezichthoudende autoriteiten houden onafhankelijk toezicht op
de rechtmatige verwerking van de gegevens door de bevoegde instanties.
Hoe is de geheimhouding geregeld? (Artikel 73)
- Lidstaten
moeten ervoor zorgen dat hun bevoegde autoriteiten gebonden zijn aan
nationale regels voor geheimhouding.
- Deze
geheimhoudingsplicht geldt voor alle informatie die de instanties tijdens
het uitoefenen van hun werk verkrijgen.
Hoe dienen lidstaten om te gaan met sancties? (Artikel 74)
- Lidstaten
moeten nationale voorschriften opstellen over administratieve of
strafrechtelijke sancties voor overtredingen van deze verordening.
- Zij
moeten alle benodigde maatregelen nemen om deze sancties uit te voeren.
- De
ingestelde sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn.
Hoe worden de in deze verordening genoemde termijnen berekend? (Artikel
75)
- Een
termijn start op de dag waarop een handeling of gebeurtenis plaatsvindt,
maar die dag zelf telt niet mee.
- Termijnen
in weken of maanden lopen af aan het einde van de dag in de laatste week
of maand die overeenkomt met de dag van de gebeurtenis.
- Als
de dag waarop de termijn afloopt niet voorkomt in de laatste maand, stopt
de termijn om middernacht op de laatste dag van die maand.
- Zaterdagen,
zondagen en wettelijk erkende feestdagen worden meegerekend.
- Als
een termijn op een weekenddag of feestdag eindigt, wordt de termijn
verlengd tot en met de eerstvolgende werkdag.
Wat is de territoriale werkingssfeer van de verordening? (Artikel 76)
- Met
betrekking tot de Franse Republiek is deze verordening uitsluitend van
toepassing op het Europese grondgebied van Frankrijk.
Hoe is de comitéprocedure vastgesteld? (Artikel 77)
- De
Commissie wordt in haar taken bijgestaan door een specifiek comité
(volgens Verordening EU nr. 182/2011).
- Wanneer
het comité geen advies uitbrengt over een ontwerpuitvoeringshandeling, mag
de Commissie deze niet vaststellen.
Wat zijn de voorwaarden voor de bevoegdheidsdelegatie aan de Commissie?
(Artikel 78)
- De
bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de
Commissie verleend voor een periode van vijf jaar, ingaand op 11 juni
2024.
- Negen
maanden voor het einde van deze termijn moet de Commissie een verslag
uitbrengen; de delegatie wordt stilzwijgend verlengd tenzij het Parlement
of de Raad zich hier tijdig tegen verzet.
- Het
Europees Parlement of de Raad kan deze delegatie op ieder moment
intrekken.
- De
Commissie moet vóór het vaststellen van een handeling deskundigen van de
lidstaten raadplegen.
- Een
handeling treedt pas in werking als noch de Raad, noch het Parlement
binnen vier maanden bezwaar maakt (deze termijn kan met twee maanden
verlengd worden).
Hoe worden het toezicht en de evaluatie geregeld? (Artikel 79)
- De
Commissie toetst de solidariteitsmaatregelen uiterlijk op 1 februari 2028,
waarna zij hierover jaarlijks rapporteert aan het Parlement en de Raad.
- Minstens
elke drie jaar controleert de Commissie de relevantie van de
minimumaantallen in de verordening en de werking van de
toewijzingsprocedures, gezien de migratiesituatie.
- Uiterlijk
1 juli 2031, en daarna elke vijf jaar, volgt een volledige evaluatie van
de verordening met focus op solidariteit.
- Lidstaten
moeten uiterlijk zes maanden vóór het indienen van deze verslagen alle
noodzakelijke gegevens aan de Commissie verstrekken.
Welke verplichtingen zijn er rondom statistieken? (Artikel 80)
- De
lidstaten zijn verplicht statistieken over de toepassing van deze
verordening aan te leveren aan Eurostat.
Welke wijzigingen brengt deze verordening aan in Verordening (EU)
2021/1147? (Artikel 81)
- Er
worden diverse definities (zoals "verzoeker",
"gezinslid" en "minderjarige") bijgewerkt, zodat deze
direct verwijzen naar de nieuwe verordening.
- Een
nieuwe definitie voor "solidariteitsactie" wordt toegevoegd.
- Voor
solidariteitsacties kan de bijdrage uit de begroting van de Unie worden
verhoogd tot 100% van de subsidiabele kosten.
- Lidstaten
ontvangen een bedrag van 10.000 EUR per herplaatste asielzoeker of persoon
met beschermingsstatus.
- Dit
bedrag wordt verhoogd naar 12.000 EUR als de herplaatste persoon een
niet-begeleide minderjarige is.
- Een
lidstaat die overdrachtskosten dekt, krijgt per overgedragen persoon een
vergoeding van 500 EUR.
- De
bedragen worden alleen uitbetaald als de persoon daadwerkelijk is
overgedragen of geregistreerd.
- De
bedragen gelden als financiering die niet gekoppeld is aan de werkelijke
kosten en vereisen dat lidstaten informatie bewaren voor controles.
- De
Commissie krijgt de bevoegdheid om deze bedragen aan te passen via
gedelegeerde handelingen, bijvoorbeeld om inflatie op te vangen.
Welke wijzigingen brengt deze verordening aan in Verordening (EU)
2021/1060? (Artikel 82)
- Er
wordt verduidelijkt dat er geen bijdrage uit de Uniebegroting voor
technische bijstand wordt gegeven voor de ondersteuning van specifieke
solidariteitsacties.
- Het
wijzigt regels zodat de subsidiabiliteit van uitgaven voor
solidariteitsacties in programma's met terugwerkende kracht mag ingaan op
11 juni 2024.
Wat gebeurt er met de oude verordening (EU) nr. 604/2013 (Dublin III)?
(Artikel 83)
- Verordening
(EU) nr. 604/2013 wordt officieel ingetrokken per 1 juli 2026.
- Verwijzingen
naar de oude verordening gelden voortaan als verwijzingen naar de nieuwe,
uit te lezen via een concordantietabel.
- De
oude uitvoeringsverordening (EU) nr. 1560/2003 blijft van kracht totdat
zij formeel wordt gewijzigd via nieuwe uitvoeringshandelingen.
Welke overgangsmaatregelen zijn er tot de toepassing van start gaat?
(Artikel 84)
- Voor
verzoeken ingediend vóór 1 juli 2026 gelden de toewijzingscriteria uit de
oude verordening.
- Voor
asielverzoeken geregistreerd ná 1 juli 2026 mogen oude feiten wel worden
meegewogen om de verantwoordelijke lidstaat aan te wijzen.
- De
Commissie dient uiterlijk op 12 september 2024 een gemeenschappelijk plan
in bij de Raad om te verzekeren dat men goed is voorbereid op de nieuwe
regels.
- Op
basis van dit Unieplan maakt elke lidstaat een eigen nationaal
uitvoeringsplan (klaar voor 12 december 2024), dat voltooid moet zijn op 1
juli 2026.
- Lidstaten
kunnen tijdens deze fase operationele en financiële steun krijgen van
fondsen en Unie-agentschappen.
- De
Commissie monitort deze overgang streng en informeert het Parlement en de
Raad elke zes maanden over de vorderingen.
Wanneer treedt deze verordening in werking en vanaf wanneer is deze van
toepassing? (Artikel 85)
- De
verordening treedt in werking op de twintigste dag na publicatie in het
Publicatieblad van de Europese Unie.
- De
regels zijn in principe van toepassing met ingang van 1 juli 2026.
- Er
geldt echter een uitzondering voor een specifieke reeks artikelen (onder
meer rond strategieën, voorbereidingsmechanismen, crisisplannen en
solidariteitstoezeggingen), die reeds van toepassing zijn met ingang van
11 juni 2024.
- De
verordening is volledig bindend en rechtstreeks toepasselijk in alle
lidstaten.