Wet en voorbereidende werkzaamheden downloaden
Toelichting met AI
Wat is de wettelijke basis en het doel van deze wet (artikelen 1.1 tot 1.4)?
Deze wet is een uitvoering van artikel 78 van de Belgische Grondwet en zet het Europese Asiel- en Migratiepact (zoals de Asielprocedureverordening) om in nationaal recht. Het doel is de bevoegdheid, de procedure en de organisatie van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen vast te leggen. Hierbij moet de Raad altijd het Europese recht, de grondrechten en het principe van non-refoulement (het verbod op terugsturen naar een onveilig land) respecteren.
Hoe worden de gehanteerde begrippen in de wet gedefinieerd (artikelen 1.5 tot 1.7)?
Deze wet mag worden afgekort als de 'RvV-wet'. Verder worden belangrijke afkortingen en definities vastgelegd, zoals wat een grensprocedure, een overdrachtsbesluit, of een beslissing tot terugdrijving precies inhoudt. Ook wordt het onderscheid verduidelijkt tussen een onderzoek 'ex nunc' (waarbij de rechter rekening houdt met de huidige situatie en nieuwe feiten) en 'ex tunc' (waarbij de rechter enkel mag kijken naar de situatie op het moment dat de beslissing werd genomen).
Waarover is de Raad bevoegd om te oordelen (artikelen 1.8 tot 1.10)?
De RvV is een administratief rechtscollege met de zetel in Brussel. De Raad is als enige bevoegd om uitspraak te doen over beroepen tegen individuele beslissingen rond de toegang, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. De Raad kan beslissingen vernietigen, en in het geval van asieldossiers (het CGVS) de beslissing ook hervormen. Daarnaast kan de Raad de uitvoering van beslissingen tijdelijk schorsen via een voorlopige maatregel.
Hoe gaat de Raad om met persoonsgegevens (artikelen 1.11 en 1.12)?
De RvV verwerkt enkel de persoonsgegevens die strikt noodzakelijk zijn om de beroepen te behandelen, waaronder eventuele medische of strafrechtelijke gegevens. Alleen bevoegde personen (zoals rechters, griffiers en ICT-medewerkers) krijgen toegang tot de systemen, en elke raadpleging van gegevens wordt via een logbestand geregistreerd.
Hoe start een beroepsprocedure en hoe verlopen de termijnen (artikelen 2.1 tot 2.6)?
De procedure is standaard schriftelijk en wordt opgestart met een verzoekschrift. Alle communicatie met de Raad gebeurt elektronisch of via een aangetekende zending. Als de vreemdeling is vastgehouden, mag het verzoekschrift ook aan de gevangenisdirecteur worden overhandigd. Termijnen starten op de dag na de kennisgeving. Weekends en feestdagen tellen mee, tenzij de wet de termijn uitdrukkelijk in werkdagen uitdrukt.
Welke administratieve vereisten gelden er voor de dossiers (artikelen 2.7 tot 2.12)?
Partijen moeten een woonplaats in België kiezen (dit mag het kantoor van de advocaat zijn). Elk ingediend stuk moet vergezeld zijn van een genummerde inventaris. Partijen hebben het recht om het dossier in te zien. Indien men een document vertrouwelijk wil houden (bijvoorbeeld documenten van inlichtingendiensten of UNHCR), moet dit gemotiveerd worden aangevraagd en zal de rechter beoordelen of en hoe de andere partij hier toegang tot krijgt (bijvoorbeeld uitsluitend via een advocaat met veiligheidsmachtiging).
Wie kan procederen en zich laten vertegenwoordigen (artikelen 2.13 en 2.14)?
Enkel de persoon die het voorwerp uitmaakt van de beslissing (en daar benadeeld door is) of zijn wettelijke vertegenwoordiger kan in beroep gaan. De minister mag wel in beroep gaan tegen beslissingen van het CGVS. Partijen kunnen zich laten bijstaan door een ingeschreven advocaat, en de overheid door een gemachtigde ambtenaar.
Binnen welke termijn moet het beroep worden ingediend (artikel 2.15)?
De algemene termijn bedraagt 30 dagen. Deze termijn wordt echter ingekort naar 10 dagen wanneer de verzoeker is vastgehouden of in een grensprocedure zit. Bij zeer dringende verwijderingsbesluiten of beslissingen tot terugdrijving bedraagt de beroepstermijn slechts 5 dagen.
Aan welke vormvereisten moet het verzoekschrift voldoen (artikelen 2.16 tot 2.21)?
Het verzoekschrift moet zijn opgesteld in een landstaal, getekend zijn, de feiten en middelen bevatten, en mag maximaal 25 pagina's tellen (uitzonderingen met een korte samenvatting zijn mogelijk). Het verzoekschrift is nietig als de originele beslissing niet is toegevoegd. Nieuwe elementen aanbrengen mag enkel wanneer ze 'nieuw en pertinent' zijn, en dit moet gebeuren in de eerst mogelijke procedureakte.
Wat kost de procedure (artikelen 2.22 en 2.23)?
Voor het indienen van een beroep moet een rolrecht van 251 euro worden betaald. Bepaalde personen zijn hiervan vrijgesteld, zoals minderjarigen, gedetineerden, mensen met een pro-Deoadvocaat of mensen die aantonen onvoldoende financiële middelen te hebben.
Hoe gaat de Raad om met herhaalde of collectieve beroepen (artikelen 2.24 en 2.25)?
Als een partij voor exact dezelfde beslissing meerdere beroepen indient, oordeelt de Raad in de regel op basis van het laatst ingediende verzoekschrift. Van de eerdere beroepen wordt men geacht afstand te hebben gedaan.
Welke proceduretypes bestaan er (artikelen 2.26 tot 2.28)?
- De gewone procedure: de standaardwijze voor de behandeling van beroepen.
- De versnelde procedure: wordt toegepast bij bijvoorbeeld overdrachtsbesluiten of asielaanvragen die kennelijk ongegrond zijn verklaard.
- De urgente procedure: geldt voor asielgrensprocedures, vasthouding of beslissingen waarbij actieve verwijdering of terugdrijving van het grondgebied in het spel is.
Kan de vreemdeling in het land blijven tijdens de procedure (artikelen 2.29 tot 2.31)?
In veel asielzaken heeft het beroep automatisch een schorsende werking en mag men tijdens de termijn in het land blijven. Voor specifieke beslissingen (zoals een volgend asielverzoek zonder nieuwe elementen of sommige verwijderingen) heeft men dat recht niet, tenzij de rechter uitdrukkelijk de schorsing beveelt via een voorlopige maatregel wegens dwingende redenen zoals het risico op foltering.
Wat gebeurt er bij de inschrijving op de rol (artikelen 2.32 tot 2.37)?
Als het verzoekschrift aan alle vorm- en taalvereisten voldoet, schrijft de griffie het in op de rol. Bij kleine gebreken krijgt de verzoeker 8 dagen de tijd om dit te regulariseren. De overheid (de verwerende partij) krijgt vervolgens 15 dagen (of 8 dagen in de versnelde procedure) de tijd om het administratief dossier en haar opmerkingen over te maken.
Wie behandelt de zaak en hoe wordt dit beoordeeld (artikelen 2.38 tot 2.41)?
Zaken worden door de voorzitter toegewezen aan specifieke kamers. Meestal oordeelt één rechter over een dossier. Bij zeer complexe juridische kwesties, ter bescherming van de eenheid van rechtspraak, of in taalkundig gemengde dossiers, zetelen er drie rechters of spreekt men zich uit in 'verenigde kamers'.
Kan een procedure zonder hoorzitting verlopen (artikelen 2.42 tot 2.46)?
a. De procedure kan 'louter schriftelijk' verlopen indien alle partijen het hiermee eens zijn of indien de rechter oordeelt dat een mondelinge toelichting niet nodig is. Partijen hebben wel steeds het recht om dit aan te vechten en expliciet te verzoeken om ter terechtzitting gehoord te worden.
Hoe verloopt de terechtzitting (artikelen 2.47 tot 2.53)?
Indien er een zitting is, brengt de rechter partijen minstens drie weken op voorhand op de hoogte. Tot vijf dagen voor de zitting mag men een eenmalige pleitnota indienen. De zittingen zijn in principe openbaar (tenzij de gesloten deuren worden bevolen). Wie niet verschijnt, ziet zijn beroep verworpen. Na de mondelinge opmerkingen sluit de rechter de debatten.
Wat zijn de afwijkingen bij de urgente procedure (artikelen 2.54 tot 2.58)?
In de urgente procedure moet de overheid het administratief dossier soms al na drie werkdagen aanleveren. De zitting wordt onmiddellijk gepland door de rechter, eventueel zelfs op de plaats waar de vreemdeling is vastgehouden, inclusief tijdens weekends. Louter schriftelijke procedures zijn hier niet van toepassing.
Wat is de bevoegdheid van de rechter (artikelen 2.59 en 2.60)?
In asieldossiers, grensprocedures, en bij overdrachts- of verwijderingsbesluiten voert de rechter een volledig 'ex nunc'-onderzoek, waarbij men dus rekening kan houden met nieuwe elementen. In de overige zaken gebeurt dit strikt 'ex tunc'. De rechter kan beslissingen vernietigen of, wanneer het een beslissing van het CGVS betreft, deze zelf hervormen.
Wanneer volgt de uitspraak (artikelen 2.61 en 2.62)?
- Gewone procedure: Binnen 6 maanden.
- Versnelde procedure: Binnen 4 maanden (en binnen 2 maanden bij overdrachtsbesluiten).
- Urgente procedure: Binnen 3 weken (en soms al binnen de 24 uur bij een op handen zijnde uitwijzing). In zeer uitzonderlijke gevallen van overmacht kan de Koning deze beslistermijnen tijdelijk verdubbelen.
Hoe worden de arresten bewaard en gepubliceerd (artikelen 2.63 tot 2.69)?
De arresten moeten gemotiveerd en elektronisch getekend zijn. Ze worden online gepubliceerd in een geanonimiseerde of gepseudonimiseerde vorm. De digitale procedurestukken worden na 5 jaar vernietigd, arresten en databankgegevens blijven echter permanent bewaard of worden na 15 jaar onherroepelijk gepseudonimiseerd.
Kan men hoger beroep aantekenen of wraking vorderen (artikelen 2.70 en 2.77 tot 2.78)?
Tegen een arrest van de RvV is géén regulier verzet of herziening mogelijk. Men kan enkel in cassatieberoep gaan bij de Raad van State. Indien een rechter de schijn van partijdigheid wekt (door familiale banden of een persoonlijk belang bij het geschil), kan een partij de rechter wraken. De Raad van State beslist binnen de 8 dagen over deze wraking.
Welke straffen staan er op het misbruiken van het systeem (artikel 2.71)?
Indien het duidelijk is dat de vreemdeling louter ter vertraging een 'kennelijk onrechtmatig' beroep instelt, kan de Raad ambtshalve een geldboete opleggen variërend van 157 euro tot maar liefst 3.150 euro.
Wat zijn de regels rondom het taalgebruik (artikelen 3.1 tot 3.5)?
De algemene regel is dat de taal waarin de bestreden beslissing is opgesteld, ook verplicht de taal van de procedure bij de RvV wordt. Procedurestukken in een andere landstaal worden onverbiddelijk uit de debatten geweerd. Indien de vreemdeling tijdens zijn eerdere asielaanvraag expliciet voor een andere taal had gekozen (met bijstand van een tolk), kan men dit ter terechtzitting handhaven via simultaanvertaling. De arresten worden steeds in de taal van de procedure gewezen.
Wanneer treedt deze nieuwe wet in werking (artikelen 5.1 tot 5.13)?
Om ruimte te maken voor deze nieuwe richtlijnen worden veel oude bepalingen van de Vreemdelingenwet (van 15 december 1980) opgeheven en herschreven (artikelen 5.1 tot 5.10). Voor lopende procedures gelden er overgangsmaatregelen. Deze nieuwe wet treedt officieel in werking op 12 juni 2026.