Advies
Waarover handelen de algemene bepalingen en wat is het doel van deze wet (Artikelen 1 tot 3)?
Deze wet wijzigt de bestaande Vreemdelingenwet van 15 december 1980 en dient om verschillende Europese richtlijnen en verordeningen in Belgisch recht om te zetten. Het gaat specifiek om de uitvoering van het nieuwe Europese Migratie- en asielpact, waaronder normen voor internationale bescherming, opvang, de grensprocedure en het asiel- en migratiebeheer.
Welke nieuwe definities en begrippen worden aan de wet toegevoegd (Artikelen 4 tot 6)?
Er worden diverse verwijzingen naar de nieuwe EU-verordeningen van 2024 toegevoegd aan de begrippenlijst. Ook worden er nieuwe definities vastgelegd, zoals de term "screening" (controles aan de buitengrenzen), "Eurodac" (het systeem voor biometrische gegevens), "screeningsautoriteit" en "staatloze".
Hoe verloopt de nieuwe screening aan de grens (Artikelen 7 tot 9)?
De Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) wordt aangeduid als de bevoegde screeningsautoriteit. De politiediensten moeten relevante informatie delen met DVZ voor deze screening. Elke derdelander is verplicht om hieraan daadwerkelijk mee te werken. Dit betekent dat de persoon beschikbaar moet blijven en alle gevraagde informatie en biometrische gegevens moet verstrekken; weigering wordt aanzien als een schending van de verplichting tot samenwerking. DVZ is verplicht de vreemdeling hierbij de nodige informatie te verschaffen.
Hoe worden biometrische gegevens zoals vingerafdrukken beheerd (Artikelen 10 en 11)?
De wet somt op welke instanties toegang hebben tot de Eurodac-databank, waaronder DVZ, de politiediensten, het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS), diplomatieke posten, de Veiligheid van de Staat, de militaire inlichtingendienst (ADIV) en de Douane. De biometrische gegevens (vingerafdrukken en gezichtsopnames) worden afgenomen door de bevoegde autoriteiten en gedurende vijf jaar bewaard in de databank van DVZ. Deze gegevens worden vernietigd als de persoon als vluchteling wordt erkend, subsidiaire bescherming krijgt, of de Belgische nationaliteit verwerft.
Wat wijzigt er voor verblijfsprocedures en gezinshereniging (Artikelen 12 tot 17)?
In de wetteksten rond medische regularisatie en andere verblijfsprocedures wordt de oude term "asielaanvraag" systematisch vervangen door "verzoek om internationale bescherming". Voor familieleden van personen met een beschermingsstatus worden de voorwaarden afgestemd op de nieuwe EU-verordening. De verblijfstitel van deze familieleden vervalt voortaan op dezelfde datum als die van de beschermde persoon die zij begeleiden.
Hoe wordt het legaal verblijf berekend (Artikelen 18 en 19)?
Wanneer een vreemdeling met internationale bescherming illegaal in een andere lidstaat wordt aangetroffen (zonder verblijfsrecht daar), telt die periode van voorafgaand legaal verblijf in België niet meer mee voor de berekening van de vereiste vijf jaar voor een langdurig verblijf. De minister kan hier wel van afwijken indien de vreemdeling bewijst dat dit buiten zijn wil om gebeurde door overmacht.
Wat gebeurt er met oude asielregels en bewijsstukken (Artikelen 20 tot 28, 33, 34, 38, 45, 48 en 50 tot 55)?
Talloze oude artikelen uit de Vreemdelingenwet worden opgeheven omdat ze vervangen worden door de rechtstreeks werkende Europese verordeningen. De verzoeker moet al zijn originele bewijsstukken (zoals identiteitsdocumenten) neerleggen. Deze kunnen worden ingehouden voor een echtheidsonderzoek. Stukken die in een andere taal zijn opgesteld dan de landstalen of het Engels, moeten vertaald worden of tijdens het onderhoud mondeling worden toegelicht via een tolk.
Wanneer verliest men de beschermingsstatus (Artikelen 29 en 30)?
De vluchtelingenstatus of de subsidiaire beschermingsstatus vervalt automatisch van rechtswege wanneer de persoon de Belgische nationaliteit verwerft of wanneer hij ondubbelzinnig afziet van zijn erkenning als beschermd persoon.
Hoe wordt een verzoek geregistreerd (Artikelen 35 en 36)?
Het verzoek om internationale bescherming moet persoonlijk worden ingediend bij de minister of zijn gemachtigde (DVZ). De verzoeker krijgt dan een informatiedocument (tenzij hij wordt vastgehouden) en heeft recht op juridische counseling. Als een ouder een verzoek indient, wordt dit verondersteld ook te gelden voor de aanwezige minderjarige kinderen.
Hoe bepaalt men welk land verantwoordelijk is (Artikelen 39 tot 42)?
België bepaalt aan de hand van het EU-recht welk land het asielverzoek moet behandelen. DVZ kan een ander land verzoeken om de persoon over of terug te nemen. Het besluit tot overdracht moet uiterlijk binnen zes maanden worden uitgevoerd, al kan deze termijn verlengd worden als de persoon bijvoorbeeld onderduikt of in de gevangenis zit. Iemand wordt als "ondergedoken" beschouwd als hij zich bijvoorbeeld niet meldt bij de opvangstructuur of bij DVZ, als hij zijn verblijfadres niet doorgeeft of als hij ontsnapt uit de plaats waar hij verplicht moest verblijven.
Wat gebeurt er na een afwijzing door het CGVS (Artikel 47)?
Indien het verzoek ongegrond of niet-ontvankelijk wordt verklaard, geeft DVZ onverwijld een bevel om het grondgebied te verlaten of een beslissing tot terugdrijving af. Als de persoon al een eerder verwijderingsbevel had, wordt de uitvoering daarvan enkel opgeschort tijdens de asielprocedure en nadien hervat.
Hoe verloopt het persoonlijk onderhoud of interview (Artikelen 57 tot 59)?
Van de verklaringen van de verzoeker wordt een schriftelijk verslag gemaakt. Nieuw is dat er verplicht een geluidsopname van het onderhoud wordt gemaakt. De verzoeker en zijn advocaat hebben hier toegang toe in geval van een beroepsprocedure. In gerechtvaardigde omstandigheden mag de Commissaris-generaal beslissen om het persoonlijk onderhoud digitaal via videoconferentie te voeren.
Wat zijn de beslistermijnen en bevoegdheden van het CGVS (Artikelen 60 tot 63)?
Het CGVS is bevoegd om de status toe te kennen, te weigeren of in te trekken. Het CGVS streeft ernaar de gewone procedure binnen zes maanden af te ronden. Versnelde procedures moeten binnen drie maanden zijn afgerond, en het onderzoek naar de ontvankelijkheid binnen twee maanden.
Wanneer wordt een verzoek als ingetrokken beschouwd (Artikelen 64 tot 66)?
Een verzoek kan expliciet (uit vrije wil en schriftelijk) worden ingetrokken door de verzoeker. Het verzoek wordt impliciet (automatisch) als ingetrokken beschouwd wanneer de verzoeker zonder geldige reden niet opdaagt voor zijn interview, niet antwoordt op vragen, langer dan 15 dagen onderduikt voor de autoriteiten, of ontsnapt uit zijn plaats van vasthouding.
Hoe werkt de heroverweging en intrekking van een status (Artikelen 67 tot 68)?
Indien er nieuwe elementen opduiken, kan het CGVS onderzoeken of de beschermingsstatus moet worden ingetrokken. De betrokkene krijgt een oproeping via aangetekende zending op zijn laatst bekende adres. Indien hij niet opdaagt voor het persoonlijk onderhoud, moet hij binnen de 15 dagen een geldige reden bezorgen. Zonder geldig excuus zal het CGVS een beslissing nemen op basis van het bestaande dossier.
Welke bronnen gebruikt het CGVS voor zijn oordeel (Artikelen 70 tot 71)?
Het CGVS kan actuele informatie opvragen over de situatie in het land van herkomst bij het EU Asielagentschap, de UNHCR en andere mensenrechtenorganisaties. Ook kan men experten inschakelen voor specifieke medische, religieuze of gendergerelateerde kwesties. De verzoeker en de advocaat hebben toegang tot deze informatie in hun dossier, tenzij dit een gevaar zou vormen voor de nationale veiligheid of voor de personen die de informatie verstrekten.
Wat houden de nieuwe EU-procedures in (Artikelen 74 tot 90)?
Deze artikelen implementeren specifieke EU-regels voor verzoeken ingediend na 12 juni 2026. Ze regelen onder andere de beoordeling van personen met bijzondere procedurele noden en de erkenning van leeftijdsschattingen door andere lidstaten. Wanneer de rechter (RvV) een beslissing vernietigt, krijgt het CGVS afhankelijk van de procedure strakke nieuwe termijnen (bijvoorbeeld 8 werkdagen of 2 maanden) om een nieuwe beslissing te nemen. Ook wordt de asielgrensprocedure ingevoerd, waarbij de Commissaris-generaal binnen de 39 dagen moet beslissen.
Onder welke voorwaarden kan een vreemdeling worden vastgehouden (Artikelen 91 tot 96)?
Een verzoeker mag enkel worden vastgehouden als minder dwingende maatregelen niet effectief zijn. Niemand mag worden vastgehouden louter omdat hij asiel aanvraagt. Kwetsbare personen mogen niet worden vastgehouden als dit hun lichamelijke of geestelijke gezondheid ernstig in gevaar brengt. De minister kan beslissen om iemand vast te houden voor de bepaling van de verantwoordelijke lidstaat of voor de uitvoering van een overdracht, met een absolute maximumduur van vijf weken in de grens- en Dublinprocedures.
Kan de bewegingsvrijheid beperkt worden zonder vasthouding (Artikel 102)?
Ja. Om redenen van openbare orde of bij risico op onderduiken kan de overheid de bewegingsvrijheid van een verzoeker beperken door hem te verplichten op een specifieke locatie te verblijven (bijvoorbeeld in een toegewezen opvangcentrum). Indien hij deze locatie wil verlaten voor een afspraak of rechtszaak, moet hij hiervoor vooraf schriftelijk toestemming vragen.
Wanneer treedt de wet in werking (Artikel 104)?
Deze nieuwe wet treedt in werking op 12 juni 2026, met uitzondering van enkele specifieke artikelen die pas in juli of augustus 2026 in werking treden.