VERORDENING (EU) 2024/1359 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 14 mei 2024 betreffende de aanpak van crisis- en overmachtsituaties

 

VERORDENING (EU) 2024/1359 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 14 mei 2024 betreffende de aanpak van crisis- en overmachtsituaties op het gebied van migratie en asiel en tot wijziging van Verordening (EU) 2021/1147

Bron: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=OJ:L_202401359

Wat is het onderwerp en het doel van deze verordening? (Artikel 1)

  • Deze verordening regelt de aanpak van uitzonderlijke crisissituaties (inclusief instrumentalisering) en overmachtsituaties rond migratie en asiel.
  • De tekst voorziet in tijdelijke maatregelen, waaronder versterkte solidariteits- en ondersteuningsmaatregelen en specifieke afwijkingen van de geldende asielprocedures.
  • Elke maatregel moet noodzakelijk, evenredig en tijdelijk zijn, en de grondrechten en het internationale recht waarborgen.
  • De maatregelen mogen uitsluitend in uitzonderlijke omstandigheden worden toegepast.
  • Een "crisissituatie" omvat een massale aankomst (via land, zee of lucht) die het goed voorbereide asiel- en opvangsysteem van een lidstaat doet vastlopen.
  • Een "crisissituatie" omvat ook de "instrumentalisering" van migranten door een derde land of vijandige groep om de Unie of een lidstaat te destabiliseren.
  • Bij instrumentalisering gelden de afwijkingen uitsluitend voor de migranten die daadwerkelijk bij de grens zijn aangehouden, aangetroffen of ontscheept.
  • "Overmacht" betekent abnormale en onvoorziene omstandigheden buiten de macht van de lidstaat, waardoor deze zijn Unieverplichtingen niet kan nakomen.

Hoe kan een lidstaat verzoeken om maatregelen en afwijkingen? (Artikel 2)

  • Een lidstaat in een crisis- of overmachtsituatie kan een met redenen omkleed verzoek indienen bij de Commissie.
  • De lidstaat moet gedetailleerd omschrijven hoe zijn stelsel is vastgelopen of zijn essentiële functies in gevaar zijn gebracht door de crisis, instrumentalisering of overmacht.
  • Het verzoek moet de aard en het niveau van de gewenste solidariteitsmaatregelen bevatten.
  • De lidstaat geeft exact aan welke specifieke wettelijke afwijkingen hij noodzakelijk acht.
  • Bij instrumentalisering moet de lidstaat melden of hij bepaalde categorieën verzoekers (zoals kwetsbaren) volledig uitsluit van de grensprocedure, of deze procedure voor hen slechts beëindigt indien het verzoek waarschijnlijk gegrond is.

Hoe stelt de Commissie officieel een crisis- of overmachtsituatie vast? (Artikel 3)

  • De Commissie beoordeelt de situatie snel na het verzoek, in nauwe samenwerking met de lidstaat, de EU-agentschappen, en organisaties zoals de UNHCR en IOM.
  • De Commissie stelt het Europees Parlement, de Raad en andere lidstaten onmiddellijk op de hoogte van deze beoordeling.
  • Bij instrumentalisering bekijkt de Commissie of er een destabilisatiedoel is, of de werklast aan de grens toeneemt, en of reguliere EU-instrumenten onvoldoende zijn.
  • De Commissie baseert zich op kwantitatieve indicatoren en vergelijkt de situatie van de laatste twee maanden met de bredere Europese situatie.
  • Uiterlijk twee weken na het verzoek van de lidstaat stelt de Commissie via een uitvoeringsbesluit officieel vast of er sprake is van een crisis of overmacht, en stuurt dit naar de Raad en het Parlement.
  • De Commissie kan gelijktijdig een aanbeveling doen om voor specifieke groepen een versnelde asielprocedure in te zetten.

Wat is de procedure voor het machtigen van de maatregelen door de Raad? (Artikel 4)

  • Gelijktijdig met haar eigen besluit, dient de Commissie een voorstel in voor een uitvoeringsbesluit van de Raad.
  • Dit voorstel definieert de specifieke afwijkingen en bevat (bij crisissituaties) een ontwerp van een solidariteitsresponsplan.
  • Dit solidariteitsresponsplan geeft de benodigde aantallen herplaatsingen, financiële bijdragen, en het aandeel van elke lidstaat weer.
  • Bij instrumentalisering specificeert het plan om welke geïdentificeerde onderdanen of staatlozen het precies gaat.
  • Binnen twee weken na het voorstel moet de Raad dit uitvoeringsbesluit vaststellen, waarmee de lidstaat gemachtigd wordt en de solidariteit definitief wordt geregeld.
  • Het besluit van de Raad moet sterk gemotiveerd zijn, de startdatum vermelden, en de proportionaliteit van de afwijkingen garanderen.

Wat is de looptijd van de toegekende maatregelen en afwijkingen? (Artikel 5)

  • De maatregelen en afwijkingen zijn geldig voor een initiële periode van maximaal drie maanden.
  • Deze periode kan eenmalig met drie maanden worden verlengd als de Commissie bevestigt dat de crisis aanhoudt.
  • Na afloop kan de Commissie verzoeken om een nieuw besluit voor nogmaals maximaal drie maanden (plus eventueel een extra verlenging).
  • Een lidstaat mag de afwijkingen nooit langer toepassen dan strikt noodzakelijk is.
  • De absolute en totale maximumduur voor de toepassing van deze maatregelen bedraagt 12 maanden.

Hoe wordt het toezicht en de monitoring uitgevoerd? (Artikel 6)

  • De Commissie en de Raad monitoren de situatie en de noodzaak van de maatregelen voortdurend.
  • Bijzondere aandacht gaat uit naar de mensenrechten, waarvoor de Commissie het Asielagentschap kan vragen om een monitoringsmissie te starten.
  • Als de situatie is opgelost, moet de Commissie voorstellen om de afwijkingen en solidariteitsmaatregelen direct in te trekken.
  • De Commissie brengt elke drie maanden verslag uit aan het Parlement en de Raad over de effectiviteit van de toegepaste besluiten.

Wat is de rol van de EU-solidariteitscoördinator in deze situaties? (Artikel 7)

  • De coördinator ondersteunt de herplaatsingsactiviteiten direct vanaf de start van de crisis.
  • Deze bevordert de paraatheid en veerkracht, en deelt goede praktijken tussen lidstaten.
  • De coördinator verstrekt elke twee weken een bulletin aan het Parlement en de Raad met de exacte stand van zaken rondom de herplaatsingen.

Uit welke solidariteitsmaatregelen kan een lidstaat in crisis kiezen? (Artikel 8)

  • Een lidstaat kan verzoeken om de herplaatsing van asielzoekers (of met goedkeuring, ook beschermden van de afgelopen drie jaar) naar een andere lidstaat.
  • Men kan vragen om financiële bijdragen voor projecten in het eigen land of derde landen.
  • Men kan verzoeken om alternatieve operationele solidariteitsmaatregelen (welke in waarde worden vertaald).
  • Bij het herplaatsen van personen wordt altijd absolute voorrang gegeven aan kwetsbare asielzoekers.

Hoe werken de verantwoordelijkheidscompensaties als er onvoldoende toezeggingen zijn? (Artikel 9)

  • Als de toegezegde herplaatsingen de benodigde steun niet dekken (minder dan 100%), moeten de andere (bijdragende) lidstaten asielverzoeken direct overnemen via compensatie.
  • Dit kan inhouden dat landen verplicht een hoger aandeel op zich moeten nemen dan hun reguliere billijke aandeel.
  • Als de inzet nog steeds onvoldoende is, wordt met spoed het EU-solidariteitsforum op hoog niveau bijeengeroepen.
  • De begunstigde lidstaat mag ook zélf verzoeken dat men asielaanvragen in zijn plaats afhandelt in plaats van mensen fysiek te herplaatsen.
  • Een lidstaat die meer doet dan zijn billijk aandeel, krijgt in toekomstige jaren of regelingen het recht op een evenredige verlaging van zijn verplichtingen.
  • Landen die zelf in de knel raken door hun hulp aan een andere lidstaat, mogen voor zichzelf ook verlaging van bijdragen of steun aanvragen.

Hoe mag een lidstaat afwijken van de termijn voor asielregistraties? (Artikel 10)

  • Een lidstaat in crisis of overmacht mag de wettelijke registratietermijn voor een asielverzoek tijdelijk verlengen tot uiterlijk vier weken na indiening.
  • De lidstaat moet voorrang geven aan de registratie van minderjarigen en personen met bijzondere opvangbehoeften.
  • Bij massale aankomsten mag deze termijnverlenging alleen tijdens de initiële fase van het besluit worden toegepast en niet bij latere verlengingen.
  • Asielzoekers behouden ondanks vertraagde registratie hun grondrechten, en moeten hierover in hun eigen taal worden ingelicht.
  • Bij extreme spoed mag een lidstaat deze afwijking alvast inzetten voor maximaal 10 dagen ná zijn verzoek, vooruitlopend op goedkeuring door de Raad.

Welke specifieke afwijkingen gelden er voor de grensprocedure? (Artikel 11)

  • De maximale looptijd van een asielgrensprocedure mag met zes weken worden verlengd.
  • Bij massale aankomsten mag de lidstaat weigeren de grensprocedure in te zetten voor de gebruikelijke groepen, mits zijn noodplan dit toestaat.
  • Een lidstaat mag de wettelijke drempel (voor wie verplicht in de grensprocedure gaat) verlagen tot 5%.
  • De grensprocedure mag juist ook worden verbreed (tot asielzoekers uit landen met een erkenningspercentage van 50% of lager).
  • Bij instrumentalisering mag de lidstaat beslissen om de verzoeken van álle geïnstrumentaliseerde personen uitsluitend via de grensprocedure te behandelen.
  • Wel moeten kwetsbare personen en kinderen (jonger dan 12 jaar) worden uitgesloten, óf de procedure stopt direct als hun asielverzoek gegrond blijkt.
  • Afwijkingen mogen niet worden toegepast als mensen hierdoor de vereiste medische of speciale ondersteuning mislopen.
  • Het recht op asiel, het verbod op terugsturen en de toegang tot juridisch adviseurs en hulporganisaties moeten altijd gerespecteerd blijven.

Welke termijnen rondom asieloverdrachten (Dublin/AMMR) mogen worden verlengd? (Artikel 12)

  • In crisissituaties (massale aankomst) of overmacht mogen lidstaten de deadlines voor overnameverzoeken tijdelijk verlengen.
  • Overnameverzoeken mogen dan uiterlijk vier maanden na registratie worden ingediend.
  • De termijn om te antwoorden op verzoeken wordt verlengd naar twee maanden.
  • Kennisgevingen van terugname (na een Eurodac-treffer) mogen binnen een maand worden ingediend en beantwoord.
  • Een asielzoeker mag tot maximaal één jaar na goedkeuring aan een andere lidstaat worden overgedragen.
  • Als de overdracht naar het crisistreffen land langer dan een jaar vertraagd is door de aanhoudende crisis, vervalt de plicht en draait de verantwoordelijkheid om naar de overdragende lidstaat.

Onder welke voorwaarden kan een lidstaat verzoekers weigeren terug te nemen? (Artikel 13)

  • In uiterst zware crisissituaties waarin het stelsel totaal dreigt vast te lopen, kan een lidstaat volledig ontheven worden van de plicht om asielzoekers terug te nemen.
  • Dit is uitsluitend toegestaan voor asielverzoeken die in de vier maanden vóór het Raadsbesluit werden geregistreerd.
  • De verantwoordelijkheid voor het asielverzoek verschuift dan officieel naar de tweede lidstaat.
  • De tweede lidstaat moet deze verschuiving in het systeem Eurodac registreren.

Wanneer en hoe wordt een versnelde procedure ingezet? (Artikel 14)

  • De Commissie kan een aanbeveling uitvaardigen om een versnelde procedure toe te passen voor specifieke groepen verzoekers wier claim waarschijnlijk gegrond is.
  • De beslissingsautoriteit mag afzien van het persoonlijke onderhoud (het interview) en moet het verzoek in deze gevallen uiterlijk binnen vier weken volledig afhandelen.
  • De Commissie moet hierbij het Asielagentschap, de UNHCR en andere partijen consulteren.

Wat is de informatieplicht richting de asielzoeker? (Artikel 15)

  • Een lidstaat die de genoemde afwijkingen toepast, is wettelijk verplicht de asielzoekers hierover duidelijk en tijdig te informeren.
  • Deze uitleg moet gegeven worden in een taal die zij kunnen begrijpen, en moet de registratielocaties en de verwachte duur van de maatregelen toelichten.

Hoe moeten lidstaten zich voorbereiden op een crisis? (Artikel 16)

  • Elke lidstaat moet crisisparaatheid en preventieve maatregelen opnemen in hun nationale asiel- en migratiestrategie.
  • Men moet noodplannen opstellen om crisisrisico's te verminderen.
  • Men moet analyseren welke maatregelen nodig zijn om een crisis op te lossen met behoud van de asielrechten.
  • De nationale strategieën moeten telkens uiterlijk één jaar na het einde van een crisis worden geëvalueerd en herzien.

Welke regels gelden voor samenwerking en evaluatie tijdens een crisis? (Artikel 17)

  • De EU-solidariteitscoördinator belegt direct een vergadering van het solidariteitsforum na de vaststelling van het crisisbesluit door de Raad.
  • De getroffen lidstaat mag onmiddellijk hulp vragen aan instanties die capaciteit en middelen kunnen leveren, waaronder experts van het Asielagentschap.
  • Er geldt een doorlopende plicht tot informatie-uitwisseling en samenwerking tussen de Unie-instanties en de lidstaat.
  • De lidstaat moet statistieken en data blijven rapporteren aan de Commissie.
  • Nauwe samenwerking met de UNHCR bij het uitvoeren van asiel- en opvangtaken blijft tijdens de crisis essentieel en verplicht.

Welke financiële steun is beschikbaar voor lidstaten in crisis? (Artikel 18)

  • Lidstaten die solidariteit tonen en asielzoekers herplaatsen, kunnen Europese financiële steun krijgen voor vroege integratiemaatregelen.
  • In crisissituaties kan noodhulp worden ingezet voor de bouw, de renovatie en het onderhoud van opvangfaciliteiten.

Wat wijzigt deze wet in Verordening (EU) 2021/1147? (Artikel 19)

  • Er wordt een clausule toegevoegd aan het bestaande asiel- en migratiefonds, waardoor de definitie van een massale aankomstcrisis direct gekoppeld wordt als wettige basis voor het toekennen van noodhulp.

Wanneer treedt deze verordening in werking en vanaf wanneer is deze van toepassing? (Artikel 20)

  • De verordening treedt twintig dagen na publicatie in het Publicatieblad van de Europese Unie in werking.
  • De bepalingen worden met ingang van 1 juli 2026 officieel in de praktijk toegepast.
  • De verordening is volledig bindend en rechtstreeks toepasselijk in alle lidstaten.

 

Europees Asiel- en Migratiepact

Bron: https://home-affairs.ec.europa.eu/policies/migration-and-asylum/pact-migration-and-asylum/legislative-files-nutshell_nl Audio   Het ni...