VERORDENING (EU) 2024/1348 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 14
mei 2024 tot vaststelling van een gemeenschappelijke procedure voor
internationale bescherming in de Unie en tot intrekking van Richtlijn
2013/32/EU
Bron: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=OJ:L_202401348
Wat is het onderwerp van deze verordening? (Artikel 1)
- Deze
verordening stelt een gemeenschappelijke procedure vast voor de toekenning
en intrekking van internationale bescherming.
- Deze
procedure wordt uitgevoerd uit hoofde van Verordening (EU) 2024/1347.
Wat is het toepassingsgebied van deze verordening? (Artikel 2)
- De
verordening is van toepassing op alle verzoeken om internationale
bescherming die op het grondgebied van de lidstaten worden gedaan.
- Dit
omvat verzoeken aan de buitengrens, op de territoriale zee of in de
transitzones van de lidstaten.
- De
verordening is van toepassing op de intrekking van internationale
bescherming.
- Zij
is niet van toepassing op verzoeken om diplomatiek of territoriaal asiel
bij vertegenwoordigingen van de lidstaten.
- Lidstaten
kunnen besluiten de verordening ook toe te passen op verzoeken om andere
soorten bescherming die niet onder Verordening (EU) 2024/1347 vallen.
Welke definities worden er in deze verordening gehanteerd? (Artikel 3)
- Vluchteling:
een onderdaan van een derde land of staatloze met een gegronde vrees voor
vervolging om specifieke redenen zoals ras, godsdienst of politieke
overtuiging.
- Persoon
die voor subsidiaire bescherming in aanmerking komt: iemand die geen
vluchteling is, maar een reëel risico loopt op ernstige schade bij
terugkeer.
- Vluchtelingenstatus:
de erkenning door een lidstaat van een persoon als vluchteling.
- Subsidiairebeschermingsstatus:
de erkenning van een persoon die voor subsidiaire bescherming in
aanmerking komt.
- Internationale
bescherming: de vluchtelingenstatus of de
subsidiairebeschermingsstatus.
- Minderjarige:
een onderdaan van een derde land of staatloze jonger dan 18 jaar.
- Niet-begeleide
minderjarige: een minderjarige die zonder verantwoordelijke volwassene
aankomt of verblijft in de lidstaten.
- Definitieve
beslissing: een besluit over de status waartegen geen rechtsmiddel
meer openstaat of dat volgens nationaal recht definitief is geworden.
- Behandeling
van een verzoek: het onderzoek naar de ontvankelijkheid of de
gegrondheid van een asielverzoek.
- Biometrische
gegevens: gegevens zoals gedefinieerd in de Eurodac-verordening.
- Toereikende
capaciteit: de capaciteit die nodig is om de asiel- en
terugkeergrensprocedures uit te voeren.
- Verzoek
om internationale bescherming: een uiting van de wens om bescherming
van een lidstaat te ontvangen.
- Verzoeker:
een persoon die een verzoek heeft ingediend waarover nog geen definitieve
beslissing is genomen.
- Verzoeker
die bijzondere procedurele waarborgen behoeft: iemand die door
individuele omstandigheden beperkt is in het uitoefenen van rechten of
plichten.
- Staatloze:
een persoon die door geen enkele staat als onderdaan wordt beschouwd.
- Beslissingsautoriteit:
het administratieve orgaan dat verantwoordelijk is voor de behandeling van
en beslissing over verzoeken.
- Intrekking
van internationale bescherming: de herroeping of beëindiging van de
beschermingsstatus.
- In
de lidstaat blijven: verblijf op het grondgebied, aan de grens of in
een transitzone.
- Volgend
verzoek: een nieuw verzoek nadat een definitieve beslissing over een
vorig verzoek is genomen.
- Verantwoordelijke
lidstaat: de lidstaat die het verzoek moet behandelen volgens de
Europese regels.
Welke autoriteiten zijn bevoegd voor de asielprocedure? (Artikel 4)
- Lidstaten
wijzen een beslissingsautoriteit aan voor het ontvangen, behandelen en
beslissen over verzoeken.
- Deze
autoriteit is als enige bevoegd om tijdens de administratieve procedure te
beslissen over ontvankelijkheid en gegrondheid.
- Andere
autoriteiten (zoals politie, immigratiediensten en grenswachters) kunnen
verzoeken ontvangen en moeten informatie verstrekken over de indiening.
- Er
moet een autoriteit worden aangewezen voor de registratie van verzoeken.
- Indien
een niet-bevoegde autoriteit een verzoek ontvangt, moet zij de
registratie-autoriteit onverwijld in kennis stellen.
- Lidstaten
moeten de Commissie informeren over de aangewezen autoriteiten en
eventuele wijzigingen.
- Autoriteiten
moeten over passende middelen en voldoende bekwaam personeel beschikken.
- Het
personeel moet de nodige kennis en opleiding hebben ontvangen, inclusief
trainingen van het Asielagentschap.
Welke bijstand kan aan de bevoegde autoriteiten worden verleend?
(Artikel 5)
- Autoriteiten
kunnen worden bijgestaan door deskundigen van het Asielagentschap van de
Europese Unie (EUAA).
- Bijstand
kan ook komen van bevoegde autoriteiten van een andere lidstaat.
- De
bijstand kan betrekking hebben op het ontvangen, registreren en behandelen
(zoals onderhouden) van verzoeken.
- De
uiteindelijke bevoegdheid om te beslissen over individuele verzoeken
blijft uitsluitend bij de verantwoordelijke lidstaat.
Wat is de rol van de UNHCR in de procedure? (Artikel 6)
- Lidstaten
moeten de UNHCR toegang verlenen tot verzoekers, ook in detentie, aan de
grens of in transitzones.
- De
UNHCR heeft toegang tot gegevens over individuele verzoeken en procedures,
mits de verzoeker instemt.
- Zij
kunnen in elke fase van de procedure hun zienswijze geven over individuele
verzoeken aan de bevoegde autoriteiten.
- Deze
rechten gelden ook voor organisaties die namens de UNHCR in een lidstaat
actief zijn.
Hoe wordt het vertrouwelijkheidsbeginsel gewaarborgd? (Artikel 7)
- Autoriteiten
zijn gebonden aan geheimhouding over persoonlijke informatie die zij
tijdens hun taken verkrijgen.
- Informatie
over een verzoek of het feit dat een verzoek is gedaan, mag niet worden
meegedeeld aan vermeende actoren van vervolging.
- Er
mag geen informatie bij deze actoren worden ingewonnen op een manier
waarbij zij te weten komen dat de betrokkene asiel heeft aangevraagd.
Welke algemene waarborgen gelden voor verzoekers? (Artikel 8)
- Verzoekers
moeten worden geïnformeerd over het recht op een individueel verzoek en de
procedurestappen.
- Zij
krijgen informatie over hun rechten en plichten en de gevolgen van het
niet-naleven daarvan (zoals intrekking).
- Er
is recht op informatie over kosteloze juridische counseling en
rechtsbijstand.
- Informatie
moet in een begrijpelijke taal worden verstrekt, uiterlijk bij de
registratie.
- Minderjarigen
krijgen kindvriendelijke informatie met betrokkenheid van hun
vertegenwoordiger.
- Een
tolk moet beschikbaar zijn voor de registratie, de indiening en het
persoonlijk onderhoud.
- Verzoekers
moeten contact kunnen opnemen met de UNHCR of andere juridische
organisaties.
- Zij
hebben toegang tot de informatie in hun dossier die de autoriteit gebruikt
voor de beslissing.
- Beslissingen
moeten zo spoedig mogelijk schriftelijk aan de verzoeker (of juridisch
adviseur) worden meegedeeld.
Wat zijn de verplichtingen van de verzoeker? (Artikel 9)
- Het
verzoek moet worden gedaan in de lidstaat die volgens de regels
verantwoordelijk is.
- De
verzoeker moet volledig samenwerken met de autoriteiten.
- Men
moet persoonsgegevens verstrekken en biometrische gegevens
(vingerafdrukken/gezichtsopname) laten afnemen.
- Verzoekers
moeten wijzigingen in adres of contactgegevens onmiddellijk doorgeven.
- Men
moet het verzoek tijdig indienen en beschikbaar blijven voor de gehele
procedure.
- Alle
documenten ter staving van het verzoek moeten zo spoedig mogelijk worden
overhandigd.
- De
verzoeker moet aanwezig zijn bij het persoonlijk onderhoud.
- Men
is verplicht te blijven in de lidstaat waar men geacht wordt zich te
bevinden.
- Kennisgevingen
op het laatst opgegeven adres of e-mailadres worden geacht te zijn
aanvaard.
- De
verzoeker kan worden verplicht zich periodiek te melden bij de
autoriteiten.
- Indien
nodig voor de behandeling kan de verzoeker worden gefouilleerd of kunnen
zijn goederen worden doorzocht.
Welk recht heeft de verzoeker om tijdens de administratieve procedure te
blijven? (Artikel 10)
- Verzoekers
hebben het recht om te blijven tot de beslissingsautoriteit een besluit
heeft genomen over het verzoek.
- Dit
recht geeft geen aanspraak op een verblijfsvergunning of het recht om naar
andere lidstaten te reizen.
- Er
is geen recht om te blijven bij overlevering onder een Europees
aanhoudingsbevel.
- Uitzonderingen
op het recht om te blijven zijn mogelijk bij volgende verzoeken onder
specifieke voorwaarden.
- Uitzonderingen
gelden ook bij uitlevering aan derde landen of internationale strafhoven
voor strafvervolging.
- Uitzondering
is mogelijk bij gevaar voor de openbare orde of nationale veiligheid, mits
non-refoulement wordt gerespecteerd.
Wat houdt het onderhoud over de ontvankelijkheid in? (Artikel 11)
- Voordat
een verzoek niet-ontvankelijk wordt verklaard, krijgt de verzoeker de kans
op een persoonlijk onderhoud.
- Tijdens
dit onderhoud kan de verzoeker aantonen waarom de gronden voor
niet-ontvankelijkheid niet op hem van toepassing zijn.
Wat is de inhoud van het inhoudelijk onderhoud? (Artikel 12)
- Vóór
een beslissing over de gegrondheid krijgt de verzoeker de kans op een
inhoudelijk onderhoud.
- Dit
kan gelijktijdig met het ontvankelijkheidsonderhoud plaatsvinden als de
verzoeker vooraf is ingelicht.
- De
verzoeker voert elementen aan ter staving van zijn verzoek en moet vragen
volledig beantwoorden.
- Er
is gelegenheid om uitleg te geven over ontbrekende elementen of
tegenstrijdigheden in verklaringen.
Welke vereisten gelden voor het persoonlijk onderhoud? (Artikel 13)
- Het
onderhoud vindt plaats onder omstandigheden die privacy en
vertrouwelijkheid garanderen.
- Een
tolk moet aanwezig zijn voor een goede communicatie.
- Indien
de verzoeker juridische bijstand heeft, wordt de aanwezigheid van de
adviseur bij het onderhoud gewaarborgd.
- Het
onderhoud wordt gevoerd door personeel van de beslissingsautoriteit.
- De
interviewer mag geen militair of politie-uniform dragen.
- Personeel
moet getraind zijn om rekening te houden met persoonlijke omstandigheden
zoals cultuur, gender en kwetsbaarheid.
- Op
verzoek van de verzoeker wordt (indien mogelijk) gezorgd voor een
interviewer en tolk van het gewenste geslacht.
- Het
onderhoud kan per videoconferentie plaatsvinden indien gerechtvaardigd
door de omstandigheden.
- Van
het onderhoud kan worden afgezien bij een positieve beslissing of als de
verzoeker blijvend ongeschikt is voor een gesprek.
- De
verzoeker moet de gestelde vragen persoonlijk beantwoorden.
Hoe verloopt de verslaglegging en opname van het onderhoud? (Artikel 14)
- Er
wordt een uitvoerig en feitelijk verslag of schriftelijke weergave van het
onderhoud opgesteld.
- Van
elk persoonlijk onderhoud moet een geluidsopname worden gemaakt.
- De
verzoeker krijgt de kans om na afloop opmerkingen te maken over
onjuistheden of misverstanden.
- De
verzoeker wordt gevraagd te bevestigen dat de inhoud een correcte
afspiegeling is van het gesprek.
- Bij
twijfel over de verklaringen prevaleert de geluidsopname.
- De
verzoeker en zijn adviseur krijgen tijdig vóór de beslissing toegang tot
het verslag.
Wat houdt het recht op juridische counseling en bijstand in? (Artikel
15)
- Verzoekers
hebben het recht om in alle fasen een juridisch adviseur te raadplegen.
- Er
is recht op kosteloze juridische counseling tijdens de administratieve
procedure.
- Er
is recht op kosteloze rechtsbijstand en vertegenwoordiging tijdens de
beroepsprocedure.
- Verzoekers
moeten uiterlijk bij de registratie over deze rechten worden geïnformeerd.
- Lidstaten
kunnen hun eigen nationale systemen gebruiken om deze hulp te organiseren.
Wat houdt de kosteloze juridische counseling tijdens de administratieve
procedure in? (Artikel 16)
- Lidstaten
bieden op verzoek van de verzoeker kosteloze juridische counseling aan
tijdens de administratieve procedure.
- De
counseling omvat de volgende deelaspecten:
- Begeleiding
bij en uitleg over de administratieve procedure en de rechten en plichten
van de verzoeker.
- Bijstand
bij de indiening van het verzoek.
- Begeleiding
over de verschillende behandelingsprocedures en de redenen voor de
toepassing ervan.
- Uitleg
over de regels inzake de ontvankelijkheid van een verzoek.
- Informatie
over juridische aangelegenheden tijdens de procedure, inclusief hoe een
afwijzing kan worden aangevochten.
- De
lidstaat kan deze kosteloze counseling uitsluiten indien:
- Het
verzoek een eerste volgend verzoek is dat louter dient om verwijdering te
vertragen.
- Het
verzoek een tweede of verder volgend verzoek is.
- De
verzoeker reeds wordt bijgestaan door een juridisch adviseur.
- Lidstaten
kunnen het Asielagentschap om bijstand verzoeken voor de uitvoering van
deze counseling.
Hoe is de kosteloze rechtsbijstand en wettelijke vertegenwoordiging
tijdens de beroepsprocedure geregeld? (Artikel 17)
- Lidstaten
zorgen op verzoek voor kosteloze rechtsbijstand en wettelijke
vertegenwoordiging tijdens de beroepsprocedure.
- Deze
bijstand omvat:
- De
voorbereiding van de vereiste processtukken.
- De
voorbereiding van het beroep.
- Deelname
aan de hoorzitting van een rechterlijke instantie.
- De
lidstaten kunnen deze bijstand uitsluiten indien:
- De
verzoeker over voldoende eigen middelen beschikt.
- Het
beroep geen reële kans van slagen heeft of een oneigenlijk gebruik van
recht vormt.
- Het
gaat om een beroep in tweede of hogere instantie.
- De
verzoeker al een eigen juridisch adviseur heeft.
- Indien
de bijstand wordt geweigerd omdat er geen kans van slagen is, heeft de
verzoeker recht op een doeltreffende voorziening in rechte tegen die
weigering.
Wat is de reikwijdte van de juridische counseling en bijstand? (Artikel
18)
- Een
juridisch adviseur heeft toegang tot de informatie in het dossier van de
verzoeker op grond waarvan een beslissing wordt genomen.
- Toegang
tot informatie kan worden geweigerd indien openbaarmaking de nationale
veiligheid, de veiligheid van bronnen of personen, of internationale
betrekkingen in gevaar brengt.
- Bij
weigering van toegang moet de lidstaat garanderen dat:
- De
informatie beschikbaar wordt gesteld aan de rechterlijke instantie in
beroep.
- Het
recht van verdediging van de verzoeker wordt geëerbiedigd.
- Adviseurs
en counselors hebben toegang tot gesloten ruimten zoals detentiecentra en
transitzones om de verzoeker bij te staan.
Onder welke voorwaarden wordt kosteloze juridische bijstand verstrekt?
(Artikel 19)
- De
bijstand wordt verleend door juridisch adviseurs die nationaal zijn erkend
of door geaccrediteerde niet-gouvernementele organisaties.
- Lidstaten
stellen specifieke procedureregels vast voor het aanvragen van deze
bijstand.
- De
bijstand kan financieel of in tijd worden beperkt, mits dit niet
willekeurig is en de toegang niet onnodig belemmert.
- Verzoekers
mogen niet ongunstiger worden behandeld dan eigen onderdanen op het gebied
van rechtsbijstand.
- De
lidstaat kan (gedeeltelijke) terugbetaling eisen als de financiële
situatie van de verzoeker aanzienlijk verbetert of als de bijstand op
basis van onjuiste informatie is verleend.
Hoe vindt de beoordeling van de behoefte aan bijzondere procedurele
waarborgen plaats? (Artikel 20)
- De
bevoegde autoriteiten beoordelen per geval of een verzoeker bijzondere
procedurele waarborgen behoeft.
- De
beoordeling verloopt in fasen:
- Onverwijld
na het doen van het verzoek wordt gezocht naar eerste aanwijzingen
(zichtbare tekenen, gedrag, verklaringen of documenten).
- Bij
minderjarigen wordt ook gekeken naar verklaringen van ouders of
vertegenwoordigers.
- De
beoordeling wordt voortgezet na indiening en moet uiterlijk binnen 30
dagen worden afgerond.
- De
beoordeling wordt herhaald bij belangrijke wijzigingen in de
omstandigheden.
- Verzoekers
kunnen met toestemming worden doorverwezen naar een arts of psycholoog
voor advies, vooral bij vermoedens van foltering of geweld.
- Het
betrokken personeel moet specifiek zijn opgeleid om tekenen van
kwetsbaarheid op te sporen.
Welke steun krijgen verzoekers die bijzondere procedurele waarborgen
behoeven? (Artikel 21)
- Geïdentificeerde
verzoekers krijgen de nodige steun om hun rechten uit te oefenen en aan
hun plichten te voldoen tijdens de procedure.
- Indien
de nodige steun niet kan worden verleend binnen een versnelde
behandelingsprocedure of een grensprocedure, mag de lidstaat deze
procedures niet op de verzoeker toepassen.
- Hierbij
moet bijzondere aandacht worden besteed aan slachtoffers van foltering,
verkrachting of ernstig psychologisch/seksueel geweld.
Welke specifieke waarborgen gelden voor minderjarigen? (Artikel 22)
- Het
belang van het kind vormt altijd de eerste overweging voor de
autoriteiten.
- De
beslissingsautoriteit stelt de minderjarige in de gelegenheid een
persoonlijk onderhoud te hebben, tenzij dit niet in zijn belang is.
- Het
onderhoud moet:
- Worden
gevoerd door iemand met kennis van de rechten en behoeften van
minderjarigen.
- Op
een kindvriendelijke manier plaatsvinden, passend bij de leeftijd en
maturiteit.
- Bij
begeleide minderjarigen plaatsvinden in aanwezigheid van een
verantwoordelijke volwassene en (indien aangesteld) een juridisch
adviseur.
- Beslissingen
over verzoeken van minderjarigen worden voorbereid door opgeleid personeel
met expertise op dit gebied.
Welke bijzondere waarborgen zijn er voor niet-begeleide minderjarigen?
(Artikel 23)
- Niet-begeleide
minderjarigen moeten worden vertegenwoordigd en bijgestaan door de
autoriteiten.
- Er
worden twee rollen aangesteld:
- Onverwijld
een persoon voor voorlopige bijstand om het belang en welzijn te
beschermen.
- Uiterlijk
binnen 15 werkdagen na het verzoek een definitieve vertegenwoordiger.
- De
termijn voor de vertegenwoordiger kan bij grote drukte met 10 werkdagen
worden verlengd.
- Taken
van de vertegenwoordiger/begeleider:
- Informeren
over de procedures.
- Bijstaan
bij de leeftijdsbeoordeling, registratie en indiening.
- Bijstaan
bij de voorbereiding op en aanwezig zijn bij het persoonlijk onderhoud.
- Een
vertegenwoordiger mag normaal gesproken niet meer dan 30 (bij uitzondering
50) minderjarigen tegelijk bijstaan.
- Er
vindt regelmatig toezicht plaats op de uitvoering van taken door
vertegenwoordigers.
Onder welke voorwaarden wordt een medisch onderzoek uitgevoerd? (Artikel
24)
- De
beslissingsautoriteit kan, met toestemming van de verzoeker, verzoeken om
een medisch onderzoek naar tekenen van vroegere vervolging of ernstige
schade.
- Voor
minderjarigen is toestemming nodig van de ouder, verantwoordelijke
volwassene of vertegenwoordiger.
- Het
onderzoek is kosteloos en wordt betaald met overheidsmiddelen.
- Het
onderzoek moet zo min mogelijk ingrijpend zijn en de waardigheid van de
persoon eerbiedigen.
- Indien
de autoriteit geen onderzoek verzoekt, kan de verzoeker dit op eigen
initiatief en kosten regelen.
- Een
weigering om het onderzoek te ondergaan belet de autoriteit niet om een
beslissing te nemen.
Hoe verloopt de leeftijdsbeoordeling van minderjarigen? (Artikel 25)
- Bij
twijfel over de leeftijd kan de autoriteit een multidisciplinaire
beoordeling verrichten door gekwalificeerde beroepsbeoefenaars.
- De
beoordeling mag niet uitsluitend gebaseerd zijn op het fysieke voorkomen.
- Documenten
worden als echt beschouwd tenzij het tegendeel is bewezen.
- Medische
onderzoeken voor leeftijdsbepaling zijn een laatste redmiddel bij
blijvende twijfel.
- Indien
de resultaten geen uitsluitsel geven, wordt de verzoeker als minderjarige
beschouwd.
- Toestemming
van de verzoeker (en/of vertegenwoordiger) is vereist voor medisch
onderzoek; weigering kan leiden tot het vermoeden dat de verzoeker niet
minderjarig is.
Wanneer wordt een verzoek om internationale bescherming geacht te zijn
gedaan? (Artikel 26)
- Een
verzoek is gedaan wanneer een persoon in eigen persoon de wens heeft geuit
om internationale bescherming van een lidstaat te ontvangen bij een
bevoegde autoriteit.
- Bij
twijfel moet de autoriteit expliciet vragen of de persoon internationale
bescherming wenst.
- Opvangautoriteiten
worden in kennis gesteld van het verzoek.
Hoe verloopt de registratie van verzoeken? (Artikel 27)
- Verzoeken
worden onverwijld geregistreerd, uiterlijk binnen 5 dagen nadat ze zijn
gedaan.
- De
registratie omvat:
- Naam,
geboortedatum, gender, nationaliteit en gegevens van gezinsleden.
- Gegevens
van identiteits- of reisdocumenten.
- Datum,
plaats en de autoriteit van het verzoek.
- Verblijfplaats
of adres en contactgegevens van de verzoeker.
- Bij
grote instroom kan de registratietermijn worden verlengd tot 15 dagen.
- Voor
een volgend verzoek hoeven reeds bekende gegevens niet opnieuw te worden
verzameld.
Wat zijn de regels voor het indienen van een verzoek? (Artikel 28)
- De
verzoeker dient het verzoek uiterlijk 21 dagen na de registratie in bij de
bevoegde autoriteit.
- Het
verzoek wordt in principe persoonlijk ingediend op een door de autoriteit
bepaalde datum en plaats.
- Indiening
per formulier is mogelijk bij ernstige omstandigheden zoals
gevangenisstraf of langdurige ziekenhuisopname.
- Bij
grote instroom kan de afspraak voor indiening tot 2 maanden na de
registratie worden gepland.
- Tijdens
de indiening moet de verzoeker alle beschikbare documenten ter staving van
het verzoek overleggen.
- Lidstaten
kunnen het doen, registreren en indienen van een verzoek gelijktijdig
organiseren.
Welke documenten worden aan de verzoeker verstrekt? (Artikel 29)
- Bij
registratie ontvangt de verzoeker een document dat aantoont dat een
verzoek is gedaan en geregistreerd.
- Zo
spoedig mogelijk na de indiening wordt een officiële statusdocument
afgegeven met:
- Identiteitsgegevens
en een gezichtsopname.
- De
status van verzoeker en het recht om te blijven.
- Informatie
over verplaatsingsvrijheid of geografische beperkingen.
- De
mededeling dat het geen reisdocument is.
- Het
document is maximaal 12 maanden geldig en wordt verlengd indien nodig.
- Het
document dient als middel voor identificatie bij nationale autoriteiten en
voor toegang tot rechten.
- Tijdens
detentie of gevangenschap hoeven deze documenten niet te worden verstrekt.
Hoe is de toegang tot de procedure geregeld in detentiecentra en aan de
grens? (Artikel 30)
- Bij
aanwijzingen dat personen in detentie of aan de grens asiel willen
aanvragen, moeten autoriteiten hen hierover informeren.
- Er
moeten regelingen worden getroffen voor tolkdiensten om de toegang tot de
procedure te vergemakkelijken.
- Adviserende
organisaties en personen moeten daadwerkelijke toegang krijgen tot
verzoekers in deze faciliteiten.
- Deze
toegang kan alleen worden beperkt voor veiligheid of openbare orde, mits
de toegang niet onmogelijk wordt gemaakt.
Hieronder volgt de voortzetting van de analyse voor Artikel
31 tot en met Artikel 45 van de verordening, strikt gebaseerd op de brontekst:
Hoe verloopt een verzoek namens een volwassene die bijstand nodig heeft?
(Artikel 31)
- Een
voor de volwassene verantwoordelijke persoon mag namens deze "ten
laste komende meerderjarige" een verzoek doen en indienen.
- De
volwassene moet in principe persoonlijk aanwezig zijn bij de indiening.
- Uitzonderingen
op de aanwezigheid zijn mogelijk bij:
- Gegronde
redenen van ongeschiktheid of onvermogen om aanwezig te zijn.
- Indiening
via een formulier, mits het nationale recht dit toestaat.
Hoe worden verzoeken namens begeleide minderjarigen behandeld? (Artikel
32)
- Een
begeleide minderjarige mag zelf een verzoek indienen als hij of zij
volgens het nationale recht handelingsbekwaam is.
- Is
de minderjarige niet handelingsbekwaam, dan dient een ouder of
verantwoordelijke volwassene (zoals een voogd) het verzoek in.
- Als
een ouder een verzoek doet voor zichzelf terwijl de minderjarige aanwezig
is, wordt dit automatisch beschouwd als een verzoek namens die
minderjarige.
- De
minderjarige moet aanwezig zijn bij de indiening, tenzij:
- Er
gegronde redenen zijn voor ongeschiktheid of onvermogen.
- Het
verzoek via een formulier wordt ingediend op basis van nationaal recht.
Wat zijn de regels voor verzoeken van niet-begeleide minderjarigen?
(Artikel 33)
- Zij
hebben het recht in eigen naam een verzoek in te dienen als zij
handelingsbekwaam zijn volgens het nationale recht.
- De
lidstaat moet de minderjarige informeren over de leeftijd waarop men
handelingsbekwaam is.
- Indien
niet handelingsbekwaam, dient een vertegenwoordiger of de voorlopig
aangewezen persoon het verzoek namens hen in.
- Het
verzoek moet worden ingediend binnen de termijn van 21 dagen (zoals in
artikel 28), waarbij het belang van het kind centraal staat.
- De
minderjarige moet persoonlijk aanwezig zijn bij de indiening, tenzij er
gegronde redenen voor afwezigheid zijn of indiening per formulier mogelijk
is.
Aan welke eisen moet de behandeling van verzoeken door de autoriteiten
voldoen? (Artikel 34)
- De
beslissingsautoriteit onderzoekt verzoeken objectief, onpartijdig en op
individuele basis.
- Bij
het onderzoek wordt rekening gehouden met:
- Verklaringen
en documenten van de verzoeker.
- Actuele
informatie over het land van herkomst of veilige derde landen.
- De
persoonlijke omstandigheden zoals leeftijd, gender en seksuele
gerichtheid.
- Activiteiten
die uitsluitend zijn verricht om bescherming te verkrijgen (sur place).
- De
mogelijkheid om bescherming van een ander land te krijgen via
staatsburgerschap.
- De
beschikbaarheid van een binnenlands beschermingsalternatief.
- Het
personeel moet beschikken over de nodige kennis en opleiding (onder meer
van het Asielagentschap).
- Er
kan voorrang worden gegeven aan verzoeken bij:
- Vermoedelijke
gegrondheid.
- Bijzondere
opvang- of procedurele behoeften (zoals bij niet-begeleide
minderjarigen).
- Gevaar
voor de nationale veiligheid of openbare orde.
- Volgende
verzoeken of betrokkenheid bij crimineel gedrag.
Wat zijn de termijnen voor de behandelingsprocedure? (Artikel 35)
- Het
ontvankelijkheidsonderzoek duurt maximaal twee maanden.
- Bij
een volgend verzoek met betrekking tot een terugkeerbesluit (artikel 38,
lid 1, punt e) is de termijn tien werkdagen.
- De
normale procedure over de inhoud (gegrondheid) moet binnen zes maanden
zijn afgerond.
- Verlenging
van de termijnen (met maximaal twee of zes maanden) is mogelijk bij:
- Een
onevenredig groot aantal gelijktijdige verzoeken.
- Complexe
feitelijke of juridische kwesties.
- Niet-naleving
van verplichtingen door de verzoeker.
- Een
procedure kan maximaal 21 maanden duren bij tijdelijke onzekerheid in het
land van herkomst.
Hoe moeten beslissingen over verzoeken worden geformuleerd en
meegedeeld? (Artikel 36)
- Beslissingen
worden schriftelijk gegeven en zo spoedig mogelijk meegedeeld.
- Bij
een afwijzing moeten de feitelijke en juridische gronden worden vermeld.
- De
verzoeker krijgt schriftelijke informatie over:
- Het
resultaat van de beslissing.
- De
wijze waarop beroep kan worden ingesteld.
- Voor
gezinnen kan één gezamenlijke beslissing worden genomen, mits de gronden
identiek zijn en individuele belangen (zoals bij gendergerelateerd geweld)
niet worden geschaad.
Wat gebeurt er bij de afwijzing van een verzoek met betrekking tot
terugkeer? (Artikel 37)
- Bij
elke afwijzing (niet-ontvankelijk, ongegrond of ingetrokken) moet de
lidstaat direct een terugkeerbesluit uitvaardigen.
- Dit
terugkeerbesluit moet voldoen aan Richtlijn 2008/115/EG en het beginsel
van non-refoulement.
- Het
terugkeerbesluit maakt deel uit van de asielbeslissing of wordt als
afzonderlijke handeling gelijktijdig of zonder onnodige vertraging
uitgevaardigd.
Op welke gronden kan een verzoek niet-ontvankelijk worden verklaard?
(Artikel 38)
- Een
verzoek kan niet-ontvankelijk zijn als:
- Een
land buiten de EU als "eerste land van asiel" wordt beschouwd.
- Een
land buiten de EU als "veilig derde land" wordt beschouwd.
- Een
andere EU-lidstaat al internationale bescherming heeft verleend.
- Een
internationaal strafgerecht al voor veilige herplaatsing heeft gezorgd.
- Het
verzoek te laat is gedaan (meer dan 7 werkdagen na een terugkeerbesluit)
zonder nieuwe elementen.
- Een
volgend verzoek zonder nieuwe relevante elementen wordt verplicht als
niet-ontvankelijk afgewezen.
Wanneer wordt een verzoek ten gronde behandeld en beslist? (Artikel 39)
- Een
verzoek wordt niet ten gronde behandeld als:
- Een
andere lidstaat verantwoordelijk is.
- Het
verzoek niet-ontvankelijk of ingetrokken is.
- Bij
een inhoudelijke behandeling wordt eerst de vluchtelingenstatus beoordeeld
en pas daarna de subsidiaire bescherming.
- Een
verzoek wordt afgewezen als ongegrond wanneer de verzoeker niet aan de
beschermingsvoorwaarden voldoet.
- Een
ongegrond verzoek kan "kennelijk ongegrond" worden verklaard
onder de voorwaarden van de versnelde procedure.
Wat zijn de regels voor de expliciete intrekking van een verzoek?
(Artikel 40)
- Een
verzoeker kan het verzoek op elk moment schriftelijk en persoonlijk
intrekken.
- De
autoriteiten moeten de verzoeker informeren over de procedurele gevolgen
van deze intrekking.
- Een
beslissing tot verklaring van expliciete intrekking is definitief; er is
geen beroep mogelijk.
- Indien
al was vastgesteld dat de verzoeker niet in aanmerking komt voor
bescherming, kan de autoriteit alsnog een beslissing tot afwijzing
(ongegrond) nemen.
Wanneer is er sprake van een impliciete intrekking van een verzoek?
(Artikel 41)
- Gronden
voor impliciete intrekking zijn:
- Niet
tijdig indienen van het verzoek zonder goede reden.
- Weigeren
mee te werken aan biometrie of het verstrekken van personalia.
- Niet
opdagen voor het persoonlijk onderhoud of weigeren vragen te
beantwoorden.
- Herhaaldelijk
niet voldoen aan de meldingsplicht.
- Vertrek
naar een andere lidstaat zonder afwachting van de procedure.
- De
verzoeker moet worden geïnformeerd over de gevolgen van deze handelingen.
- De
procedure kan tijdelijk worden geschorst om de verzoeker de kans te geven
de nalatigheid te rechtvaardigen.
Wanneer wordt de versnelde behandelingsprocedure toegepast? (Artikel 42)
- Toepassing
is verplicht bij onder meer:
- Alleen
irrelevante zaken aanvoeren.
- Inconsistente,
valse of onwaarschijnlijke verklaringen.
- Opzettelijke
misleiding over identiteit of nationaliteit.
- Gevaar
voor de nationale veiligheid of openbare orde.
- Een
nationaliteit met een EU-breed erkenningspercentage van 20% of minder.
- Voor
niet-begeleide minderjarigen is de versnelde procedure beperkt tot
specifieke gevallen (zoals veilig land van herkomst of veiligheidsrisico).
- Indien
een zaak te complex is voor versnelling, wordt de normale procedure
voortgezet.
Wat zijn de voorwaarden voor de asielgrensprocedure? (Artikel 43)
- De
procedure geldt voor personen die niet aan de toegangsvoorwaarden voldoen
na screening aan de buitengrens, bij irreguliere overschrijding of na
reddingsoperaties op zee.
- Verzoekers
in deze procedure krijgen in de regel geen toegang tot het grondgebied van
de lidstaat.
- Lidstaten
moeten een monitoringmechanisme voor grondrechten instellen voor deze
procedure.
Welke beslissingen worden genomen in de asielgrensprocedure? (Artikel
44)
- Er
kan worden beslist over de ontvankelijkheid of de gegrondheid van het
verzoek.
- Indien
de capaciteit beperkt is, wordt voorrang gegeven aan:
- Verzoekers
met een groot vooruitzicht op terugkeer.
- Personen
die een gevaar vormen voor de veiligheid of openbare orde.
- Niet-minderjarigen
en hun gezinsleden.
- Verzoeken
van minderjarigen en hun gezinsleden worden altijd met prioriteit
behandeld binnen de grensprocedure.
Wanneer is de asielgrensprocedure verplicht? (Artikel 45)
- Toepassing
is verplicht wanneer de verzoeker:
- De
autoriteiten heeft misleid over zijn identiteit of nationaliteit.
- Een
gevaar vormt voor de nationale veiligheid of openbare orde.
- Afkomstig
is uit een land met een erkenningspercentage van 20% of minder.
- De
lidstaat moet maatregelen nemen om de eenheid van het gezin zoveel
mogelijk te bewaren.
- De
Commissie kan de schorsing van de grensprocedure voor gezinnen met
minderjarigen aanbevelen als de opvangvoorzieningen niet voldoen aan de
eisen.
Wanneer wordt een verzoek als impliciet ingetrokken beschouwd? (Artikel
41)
- Een
verzoek wordt als impliciet ingetrokken verklaard indien de verzoeker
zonder goede reden het verzoek niet tijdig heeft ingediend terwijl hij
daartoe de gelegenheid had.
- Intrekking
vindt plaats als de verzoeker weigert mee te werken door biometrische
gegevens of verplichte personalia (zoals naam, geboortedatum en
nationaliteit) niet mee te delen.
- Het
weigeren om een adres mee te delen, tenzij de autoriteiten zelf in
huisvesting voorzien, leidt tot impliciete intrekking.
- Indien
een verzoeker zonder gegronde reden niet verschijnt op het persoonlijk
onderhoud of weigert vragen te beantwoorden, wordt het verzoek ingetrokken
verklaard.
- Herhaaldelijk
niet voldoen aan de meldingsplicht of onbeschikbaar blijven voor
autoriteiten zonder overmacht leidt tot intrekking.
- Indien
een verzoeker het verzoek in een andere lidstaat indient dan de
verantwoordelijke lidstaat en daar niet aanwezig blijft tijdens de
procedure, geldt dit als impliciete intrekking.
- De
beslissingsautoriteit neemt de formele beslissing tot intrekking,
eventueel na kennisgeving door een andere autoriteit.
- Verzoekers
moeten bij de intrekking (indien aanwezig) in een begrijpelijke taal
worden geïnformeerd over de procedurele gevolgen.
- De
autoriteit kan de procedure tijdelijk schorsen om de verzoeker de kans te
geven de nalatigheid te rechtvaardigen voordat de definitieve beslissing
tot intrekking valt.
- Een
verzoek kan alsnog als ongegrond of kennelijk ongegrond worden afgewezen
als de autoriteit de inhoudelijke behandeling al had voltooid op het
moment van intrekking.
Onder welke omstandigheden wordt een versnelde behandelingsprocedure
toegepast? (Artikel 42)
- Toepassing
is verplicht wanneer de verzoeker bij de indiening alleen zaken aanvoert
die niet ter zake doen voor de erkenning als vluchteling of persoon onder
subsidiaire bescherming.
- De
procedure wordt versneld als de verzoeker kennelijk inconsequente,
tegenstrijdige, valse of onwaarschijnlijke verklaringen aflegt die
strijdig zijn met beschikbare landeninformatie.
- Versnelling
vindt plaats bij opzettelijke misleiding over identiteit of nationaliteit,
of bij het te slechter trouw vernietigen van reisdocumenten.
- Indien
een verzoeker enkel een verzoek indient om de uitvoering van een
verwijderingsbesluit te vertragen of te verhinderen, wordt de procedure
versneld.
- Het
betreft een verplichting bij verzoekers uit een veilig land van herkomst.
- Versnelling
is vereist als de verzoeker een gevaar vormt voor de nationale veiligheid
of openbare orde, of onder dwang is uitgezet om dergelijke redenen.
- Indien
het een volgend verzoek betreft dat niet direct niet-ontvankelijk is,
wordt de procedure versneld.
- Onrechtmatige
binnenkomst of onrechtmatig verblijf zonder zich onverwijld en zonder
goede reden aan te melden bij de autoriteiten leidt tot versnelling.
- De
procedure wordt versneld voor nationaliteiten met een EU-breed
erkenningspercentage van 20% of minder, tenzij de situatie in dat land
recent significant is gewijzigd.
- De
beslissingsautoriteit kan besluiten een zaak toch via de normale procedure
te behandelen als de feitelijke of juridische elementen te complex zijn
voor een versnelde afhandeling.
- Voor
niet-begeleide minderjarigen is de versnelde procedure alleen toegestaan
bij veilig land van herkomst, veiligheidsrisico's, bepaalde volgende
verzoeken, opzettelijke misleiding over identiteit of lage
erkenningspercentages (20% of minder).
Wanneer mag een lidstaat de asielgrensprocedure toepassen? (Artikel 43)
- De
grensprocedure kan worden toegepast na afloop van de screening en zolang
de verzoeker nog geen toegang heeft gekregen tot het grondgebied.
- Toepassing
is mogelijk bij verzoeken gedaan aan de buitengrens, in een transitzone,
na aanhouding bij onrechtmatige grensoverschrijding of na ontscheping bij
een reddingsoperatie op zee.
- Verzoekers
in de grensprocedure worden niet toegelaten tot het grondgebied van de
lidstaat.
- Toegang
tot het grondgebied wordt expliciet geweigerd als de verzoeker geen recht
heeft om te blijven (bijvoorbeeld bij bepaalde volgende verzoeken of
veiligheidsrisico's) of als een rechter heeft besloten dat men de
beroepsprocedure niet op het grondgebied mag afwachten.
- Lidstaten
moeten een mechanisme voor toezicht op de grondrechten instellen met
betrekking tot de grensprocedure.
Welke beslissingen kunnen er worden genomen in de asielgrensprocedure?
(Artikel 44)
- Er
kan worden beslist over de niet-ontvankelijkheid van een verzoek.
- Er
kan een beslissing over de gegrondheid worden genomen indien de
omstandigheden voor een versnelde procedure van toepassing zijn (zoals
misleiding over identiteit, veiligheidsgevaar of nationaliteit met een
erkenningspercentage van 20% of minder).
- Bij
een overschot aan verzoekers wordt voorrang gegeven aan personen met een
groter vooruitzicht op terugkeer naar land van herkomst of een veilig
derde land.
- Hoge
prioriteit wordt gegeven aan verzoeken van personen die een gevaar vormen
voor de nationale veiligheid of openbare orde.
- Voorrang
geldt ook voor verzoeken van niet-minderjarigen en hun gezinsleden.
- Indien
minderjarigen en hun gezinsleden aan de grensprocedure worden onderworpen,
moet de behandeling van hun verzoek altijd met voorrang gebeuren.
Wanneer is de toepassing van de asielgrensprocedure verplicht? (Artikel
45)
- Lidstaten
zijn verplicht de grensprocedure toe te passen bij opzettelijke misleiding
over identiteit of nationaliteit.
- Toepassing
is verplicht wanneer de verzoeker een gevaar vormt voor de nationale
veiligheid of openbare orde.
- Het
is verplicht bij verzoekers met een nationaliteit die een EU-breed
erkenningspercentage van 20% of minder heeft.
- Lidstaten
moeten bij de verplichte toepassing maatregelen nemen om de eenheid van
het gezin zoveel mogelijk te bewaren.
- Gezinsleden
zijn de echtgenoot (of duurzame partner), minderjarige ongehuwde kinderen
en, bij minderjarige verzoekers, de ouders of broers en zussen.
- De
Commissie kan aanbevelen de grensprocedure voor gezinnen met minderjarigen
te schorsen als uit toezicht blijkt dat de opvangvereisten niet worden
nageleefd.
Wat is de toereikende capaciteit op het niveau van de Unie? (Artikel 46)
- De
totale toereikende capaciteit voor de Unie is vastgesteld op 30.000
plaatsen.
Hoe wordt de toereikende capaciteit per lidstaat berekend? (Artikel 47)
- De
Commissie berekent de capaciteit per lidstaat via een formule gebaseerd op
het aantal irreguliere grensoverschrijdingen, reddingsoperaties en
weigeringen van toegang in de voorgaande drie jaar.
- Er
wordt een maximumaantal verzoeken per jaar vastgesteld dat een lidstaat
gehouden is te behandelen in de grensprocedure.
- Dit
maximumaantal is in 2026 twee keer de berekende capaciteit, in 2027 drie
keer, en vanaf 2028 vier keer de capaciteit.
- Wanneer
de capaciteit is bereikt, hoeft de lidstaat geen grensprocedures meer uit
te voeren voor nationaliteiten met een erkenningspercentage van 20% of
minder.
- Zelfs
bij het bereiken van het jaarlijkse maximum blijft een lidstaat verplicht
de grensprocedure toe te passen op personen die een gevaar vormen voor de
nationale veiligheid of openbare orde.
- Lidstaten
moeten uiterlijk op 12 juni 2026 over de vastgestelde capaciteit
beschikken.
Welke maatregelen gelden als de toereikende capaciteit van een lidstaat
is bereikt? (Artikel 48)
- Wanneer
het aantal gelijktijdige verzoekers in de asielgrensprocedure en de
terugkeergrensprocedure gelijk is aan of groter is dan de vastgestelde
capaciteit, stelt de lidstaat de Commissie hiervan in kennis.
- Vanaf
dat moment is de lidstaat niet meer verplicht de grensprocedure toe te
passen op verzoekers met een erkenningspercentage van 20% of minder.
- Deze
maatregel werkt volgens een instroom-uitstroombasis: zodra er weer
plaatsen vrijkomen onder de capaciteitsgrens, moet de grensprocedure weer
worden toegepast.
- De
maatregel kan voor de rest van het kalenderjaar worden toegepast na de
kennisgeving.
Wat moet een lidstaat meedelen bij het bereiken van de capaciteit?
(Artikel 49)
- De
kennisgeving moet het huidige aantal personen in de grensprocedures
bevatten en een motivering van hoe de maatregel de situatie helpt
aanpakken.
- Lidstaten
die de maatregel toepassen, moeten de Commissie maandelijks informeren
over de wekelijkse in- en uitstroom.
- Ook
informatie over het aantal personeelsleden en de gemiddelde duur van de
procedures (zowel administratief als gerechtelijk) moet maandelijks worden
verstrekt.
- De
Commissie houdt toezicht op de toepassing en evalueert deze in een
jaarlijks verslag over asiel en migratie.
Wat gebeurt er als het jaarlijkse maximumaantal verzoeken is bereikt?
(Artikel 50)
- Een
lidstaat kan de Commissie informeren als het jaarlijkse maximumaantal
behandelingen in de grensprocedure is gehaald.
- De
Commissie verifieert deze informatie onverwijld.
- Na
verificatie machtigt de Commissie de lidstaat om geen grensprocedures meer
toe te passen bij misleiding over identiteit of bij lage
erkenningspercentages.
- Zelfs
met deze machtiging blijft de grensprocedure verplicht voor personen die
een gevaar vormen voor de nationale veiligheid of openbare orde.
Welke termijnen gelden er binnen de asielgrensprocedure? (Artikel 51)
- In
afwijking van de normale regels moet een verzoek in de grensprocedure
uiterlijk 5 dagen na de eerste registratie worden ingediend.
- De
totale grensprocedure mag maximaal 12 weken duren, gerekend vanaf de
registratie tot het moment dat de verzoeker geen recht meer heeft om te
blijven.
- Binnen
deze 12 weken moeten zowel de administratieve fase als de rechterlijke
toetsing (verzoek om te mogen blijven en eventueel beroep) zijn afgerond.
- De
termijn wordt verlengd tot 16 weken als een persoon via een
herplaatsingsprocedure is overgedragen aan de lidstaat die de
grensprocedure toepast.
- Na
het verstrijken van de termijn moet de verzoeker toegang krijgen tot het
grondgebied, tenzij men direct in de terugkeergrensprocedure wordt
geplaatst.
Hoe verloopt de bepaling van de verantwoordelijke lidstaat bij de
grensprocedure? (Artikel 52)
- Lidstaten
voeren de procedure om de verantwoordelijke lidstaat aan te wijzen uit op
de locaties waar de grensprocedure plaatsvindt.
- De
termijnen voor deze bepaling vallen binnen de algemene termijn van 12
weken van de grensprocedure.
- Een
lidstaat waaraan een verzoeker is herplaatst mag de grensprocedure
toepassen als aan de voorwaarden is voldaan, met inachtneming van de
maximale termijn van 16 weken.
Welke uitzonderingen zijn er op de asielgrensprocedure? (Artikel 53)
- De
grensprocedure geldt voor niet-begeleide minderjarigen uitsluitend als zij
een gevaar vormen voor de nationale veiligheid of openbare orde.
- De
procedure moet direct worden stopgezet als de gronden voor
niet-ontvankelijkheid of versnelde behandeling niet (meer) van toepassing
zijn.
- Indien
aan verzoekers met bijzondere opvang- of procedurele behoeften niet de
juiste ondersteuning kan worden geboden op de aangewezen locaties, stopt
de grensprocedure.
- De
procedure wordt niet toegepast bij relevante medische redenen, inclusief
redenen van geestelijke gezondheid.
- Indien
aan de voorwaarden en waarborgen voor bewaring niet (meer) kan worden
voldaan en de procedure niet zonder bewaring kan worden uitgevoerd, moet
de grensprocedure worden beëindigd.
- In
alle gevallen van stopzetting krijgt de verzoeker toegang tot het
grondgebied en volgt de normale behandelingsprocedure.
Op welke locaties wordt de asielgrensprocedure uitgevoerd? (Artikel 54)
- Lidstaten
verplichten verzoekers in de regel om te verblijven aan of in de nabijheid
van de buitengrens, in transitzones of op andere aangewezen locaties.
- Gezinnen
met minderjarigen moeten verblijven in faciliteiten die zijn aangepast aan
hun behoeften en hun sociale ontwikkeling, na een beoordeling van het
belang van het kind.
- Lidstaten
moeten de Commissie uiterlijk op 11 april 2026 informeren over de gekozen
locaties en de capaciteit daarvan.
- Het
verblijf op deze locaties geldt niet als formele toestemming om het
grondgebied binnen te komen.
- Noodzakelijke
verplaatsingen voor de procedure (naar een rechtbank of ziekenhuis) worden
niet beschouwd als een binnenkomst op het grondgebied.
Hoe worden volgende verzoeken behandeld? (Artikel 55)
- Een
nieuw verzoek terwijl het vorige nog niet definitief is afgehandeld, wordt
als een "nadere verklaring" beschouwd en in de lopende procedure
onderzocht.
- Na
een eerdere definitieve beslissing wordt elk nieuw verzoek als een
"volgend verzoek" beschouwd en door de verantwoordelijke
lidstaat behandeld.
- Er
volgt altijd een voorafgaand onderzoek om te bepalen of er nieuwe
relevante elementen zijn die de kans op bescherming aanzienlijk vergroten.
- Elementen
worden alleen als "nieuw" beschouwd als de verzoeker deze buiten
zijn schuld niet eerder kon voorleggen, of als het vorige verzoek
impliciet was ingetrokken zonder inhoudelijke behandeling.
- Indien
er geen nieuwe elementen zijn, wordt het verzoek als niet-ontvankelijk
afgewezen; bij nieuwe elementen wordt de inhoudelijke behandeling
voortgezet.
Wanneer vervalt het recht om te blijven bij een volgend verzoek?
(Artikel 56)
- Lidstaten
kunnen het recht op verblijf opheffen als een eerste volgend verzoek
louter is ingediend om verwijdering te vertragen en geen nieuwe elementen
bevat.
- Het
recht om te blijven vervalt bij een tweede of verder volgend verzoek nadat
een eerder volgend verzoek al was afgewezen.
- Het
beginsel van non-refoulement moet bij deze uitzonderingen altijd worden
gerespecteerd.
Wat houdt het begrip "doeltreffende bescherming" in? (Artikel
57)
- Een
land waarborgt doeltreffende bescherming als het de vluchtelingenstatus
verleent volgens het Verdrag van Genève.
- Indien
het Verdrag van Genève niet volledig van toepassing is, moet het land ten
minste toestemming voor verblijf en toegang tot middelen van bestaan
(voedsel, kleding, huisvesting) bieden.
- Er
moet toegang zijn tot gezondheidszorg en basisonderwijs onder de lokaal
geldende voorwaarden.
- De
bescherming moet gegarandeerd blijven totdat er een duurzame oplossing is
gevonden.
Wanneer wordt een derde land als "eerste land van asiel"
beschouwd? (Artikel 58)
- Als
de verzoeker daar vóór aankomst in de EU doeltreffende bescherming genoot
en daar nog steeds een beroep op kan doen.
- Het
land moet veilig zijn: geen bedreiging voor leven of vrijheid om redenen
van ras, religie of politieke overtuiging.
- De
verzoeker mag daar geen risico lopen op ernstige schade en moet beschermd
zijn tegen refoulement (terugzending).
- De
verzoeker krijgt de kans om in een individuele beoordeling aan te tonen
waarom dit begrip niet op hem van toepassing is.
- Voor
niet-begeleide minderjarigen geldt dit alleen als de autoriteiten daar
bevestigen dat zij de minderjarige onmiddellijk opnemen en beschermen.
- Indien
de verzoeker niet opnieuw wordt toegelaten door het land, moet de lidstaat
het verzoek alsnog via de normale procedure behandelen.
Aan welke voorwaarden moet een "veilig derde land" voldoen?
(Artikel 59)
- In
het land mag geen dreiging zijn wegens ras, religie of nationaliteit en
geen risico op ernstige schade.
- Het
land moet non-refoulement respecteren en de mogelijkheid bieden om
doeltreffende bescherming aan te vragen en te krijgen.
- Er
moet een band bestaan tussen de verzoeker en het land (zoals de
aanwezigheid van gezinsleden of eerder verblijf) op grond waarvan
terugkeer redelijk is.
- Indien
de EU een specifieke overeenkomst heeft met een derde land over de opname
van migranten, kan dit land als veilig worden beschouwd.
- Indien
het land de verzoeker niet toelaat, moet de lidstaat het asielverzoek
alsnog inhoudelijk behandelen.
Hoe worden veilige derde landen op EU-niveau aangewezen? (Artikel 60)
- De
aanwijzing op Unieniveau gebeurt volgens de criteria van veiligheid en
doeltreffende bescherming.
- De
Commissie evalueert de situatie in deze landen regelmatig met hulp van het
Asielagentschap.
- Lidstaten
kunnen de Commissie verzoeken om een specifiek land op de EU-lijst te
zetten.
- De
Commissie kan de aanwijzing van een land schorsen via gedelegeerde
handelingen bij significante veranderingen in de veiligheidssituatie.
Wat houdt het begrip „veilig land van herkomst” in? (Artikel 61)
- Een
derde land kan als veilig land van herkomst worden aangewezen als op basis
van de rechtstoestand en de politieke omstandigheden kan worden aangetoond
dat er algemeen geen sprake is van vervolging of ernstige schade.
- Bij
de beoordeling wordt gekeken naar:
- De
desbetreffende wetten en de wijze waarop deze in een democratisch stelsel
worden toegepast.
- De
naleving van de rechten uit het Europees Verdrag tot bescherming van de
rechten van de mens en andere internationale verdragen.
- Het
ontbreken van foltering of onmenselijke behandeling.
- De
beschikbaarheid van een systeem van daadwerkelijke rechtsmiddelen tegen
schendingen.
- Bij
de aanwijzing kunnen uitzonderingen worden gemaakt voor specifieke delen
van het grondgebied of voor bepaalde categorieën personen.
- Het
begrip mag alleen worden toegepast als de verzoeker de nationaliteit van
dat land heeft (of er als staatloze woonde) en geen elementen aanvoert die
aantonen dat het land voor hem persoonlijk niet veilig is.
Hoe verloopt de aanwijzing van veilige landen van herkomst op EU-niveau?
(Artikel 62)
- De
Commissie wijst derde landen op Unieniveau aan als veilige landen van
herkomst.
- De
Commissie evalueert de situatie in deze landen regelmatig met hulp van het
Asielagentschap.
- Lidstaten
kunnen de Commissie verzoeken om te beoordelen of een specifiek land op de
EU-lijst kan worden geplaatst.
Wanneer wordt de aanwijzing van een veilig land op EU-niveau geschorst
of verwijderd? (Artikel 63)
- Bij
significante veranderingen in de situatie van een land kan de Commissie de
aanwijzing voor zes maanden schorsen via een gedelegeerde handeling.
- Binnen
drie maanden na de schorsing moet de Commissie een voorstel indienen om
het land definitief van de lijst te schrappen.
- Indien
de Commissie geen voorstel tot schrapping indient, vervalt de schorsing
automatisch.
- De
schorsing kan met maximaal twee keer zes maanden worden verlengd als er
wel een voorstel tot schrapping loopt.
Mogen lidstaten zelf veilige landen aanwijzen op nationaal niveau?
(Artikel 64)
- Lidstaten
mogen eigen nationale lijsten van veilige landen van herkomst of veilige
derde landen handhaven of invoeren voor landen die niet op de EU-lijst
staan.
- Indien
een land op EU-niveau is geschorst, mag een lidstaat dit land niet op
nationaal niveau als veilig aanwijzen.
- Als
een land van de EU-lijst is verwijderd, kan een lidstaat na twee jaar een
nieuwe nationale aanwijzing doen, mits de Commissie geen bezwaar maakt.
- Lidstaten
moeten de Commissie en het Asielagentschap informeren over hun nationale
aanwijzingen.
Wanneer wordt een procedure tot intrekking van internationale
bescherming gestart? (Artikel 65)
- De
autoriteiten beginnen een onderzoek tot intrekking wanneer er nieuwe
elementen of bevindingen zijn die aanleiding geven om de status te
heroverwegen.
- Dit
gebeurt specifiek wanneer de betrokkene niet langer aan de voorwaarden
voor bescherming voldoet.
Welke regels en waarborgen gelden bij de intrekking van de bescherming?
(Artikel 66)
- De
betrokkene wordt schriftelijk ingelicht over de heroverweging en de
redenen daarvoor.
- De
persoon is verplicht mee te werken en kan worden gevraagd een
schriftelijke verklaring af te leggen of deel te nemen aan een onderhoud.
- Er
moet een redelijke termijn worden gegeven om redenen aan te voeren waarom
de bescherming niet mag worden ingetrokken.
- De
autoriteit mag geen informatie inwinnen bij de actoren van vervolging op
een wijze die hen informeert over de statusheroverweging.
- De
beslissing tot intrekking moet schriftelijk zijn, de feitelijke en
juridische gronden bevatten en informatie bieden over
beroepsmogelijkheden.
- De
procedure is niet nodig als de persoon afstand doet van de status, het
burgerschap van een lidstaat verkrijgt of in een andere lidstaat
bescherming krijgt.
Tegen welke beslissingen kan een verzoeker beroep instellen? (Artikel
67)
- Er
is recht op een doeltreffende voorziening in rechte bij een rechterlijke
instantie tegen:
- De
afwijzing van een verzoek als niet-ontvankelijk, ongegrond of kennelijk
ongegrond.
- De
afwijzing als impliciet ingetrokken.
- Een
beslissing tot intrekking van de bescherming.
- Een
bijbehorend terugkeerbesluit.
- Het
beroep omvat een volledig onderzoek van zowel de feitelijke als de
juridische gronden.
- Er
gelden strikte termijnen voor het instellen van beroep:
- Tussen
5 en 10 dagen bij versnelde procedures, grensprocedures of
niet-ontvankelijkheid.
- Tussen
twee weken en één maand in alle andere gevallen.
Heeft een beroep schorsende werking? (Artikel 68)
- In
de regel hebben verzoekers het recht om te blijven in afwachting van de
uitkomst van het beroep.
- Er
is geen automatisch recht om te blijven bij beslissingen in de
volgende gevallen:
- De
versnelde behandelingsprocedure.
- De
grensprocedure (behalve voor niet-begeleide minderjarigen).
- Niet-ontvankelijkheid
op basis van eerste land van asiel of veilig derde land.
- Impliciete
intrekking van het verzoek.
- Bepaalde
volgende verzoeken.
- Intrekking
van bescherming wegens veiligheidsrisico's.
- In
deze uitzonderingsgevallen kan de verzoeker de rechter verzoeken om toch
te mogen blijven.
- De
verzoeker mag dan niet worden verwijderd tot de rechter over dat verzoek
heeft beslist.
Wat is de duur van de beroepsprocedure in eerste instantie? (Artikel 69)
- Lidstaten
moeten in hun nationale recht redelijke termijnen vaststellen voor de
behandeling van het beroep door de rechter.
Mogen overheidsinstanties beslissingen aanvechten? (Artikel 70)
- De
verordening laat de mogelijkheid voor overheidsinstanties onverlet om
bestuursrechtelijke of rechterlijke beslissingen aan te vechten volgens de
nationale wetgeving.
Hoe verloopt de samenwerking tussen lidstaten en instanties? (Artikel
71)
- Elke
lidstaat wijst een nationaal contactpunt aan voor de verordening.
- Lidstaten
moeten rechtstreeks samenwerken en gegevens uitwisselen met elkaar en met
het Asielagentschap.
- Wanneer
lidstaten uitzonderlijke maatregelen nemen bij grote drukte, moeten zij de
Commissie en het Asielagentschap daarover informeren.
Hoe lang worden gegevens opgeslagen? (Artikel 72)
- Gegevens
uit de procedure worden tien jaar bewaard vanaf de datum van een
definitieve beslissing.
- Gegevens
worden eerder gewist als de persoon het burgerschap van een lidstaat
verkrijgt.
Hoe worden termijnen berekend? (Artikel 73)
- De
dag waarop een gebeurtenis plaatsvindt, telt niet mee voor de termijn.
- Zaterdagen,
zondagen en feestdagen zijn inbegrepen in de termijnen.
- Eindigt
een termijn op een feestdag of in het weekend, dan wordt de volgende
werkdag als laatste dag beschouwd.
Hoe oefent de Commissie haar bevoegdheid tot gedelegeerde handelingen
uit? (Artikel 74)
- De
bevoegdheid wordt verleend voor vijf jaar vanaf 11 juni 2024 en kan
stilzwijgend worden verlengd.
- Het
Europees Parlement of de Raad kan de delegatie te allen tijde intrekken.
- Gedelegeerde
handelingen treden pas in werking als er binnen twee maanden geen bezwaar
wordt gemaakt door het Parlement of de Raad.
Welke overgangsmaatregelen zijn er voorzien? (Artikel 75)
- De
Commissie stelt uiterlijk op 12 september 2024 een gemeenschappelijk
uitvoeringsplan op.
- Elke
lidstaat stelt uiterlijk op 12 december 2024 een nationaal uitvoeringsplan
op om klaar te zijn voor de volledige toepassing in 2026.
Is er financiële ondersteuning voor de uitvoering? (Artikel 76)
- Maatregelen
voor kosteloze juridische counseling en het scheppen van capaciteit voor
de grensprocedure komen in aanmerking voor steun uit de Uniefondsen (MFF
2021-2027).
Wanneer vindt de evaluatie van de verordening plaats? (Artikel 77)
- De
Commissie brengt uiterlijk op 13 juni 2028 en daarna om de vijf jaar
verslag uit over de toepassing van de verordening.
- Uiterlijk
op 12 juni 2027 wordt beoordeeld of de capaciteitsaantallen voor de
grensprocedure nog adequaat zijn.
- Het
begrip „veilig derde land” wordt uiterlijk op 12 juni 2025 geëvalueerd.
Welke teksten worden door deze verordening ingetrokken? (Artikel 78)
- Richtlijn
2013/32/EU wordt ingetrokken op de datum van toepassing van deze
verordening.
- Verwijzingen
naar de oude richtlijn gelden voortaan als verwijzingen naar deze
verordening.
Wanneer treedt de verordening in werking en wanneer is zij van
toepassing? (Artikel 79)
- De
verordening treedt in werking op de twintigste dag na publicatie (juni
2024).
- De
verordening is volledig van toepassing met ingang van 12 juni 2026.
- Verzoeken
die vóór die datum zijn ingediend, blijven vallen onder de oude Richtlijn
2013/32/EU.