VERORDENING (EU) 2024/1356 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 14 mei 2024 tot invoering van de screening van onderdanen

 

VERORDENING (EU) 2024/1356 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 14 mei 2024 tot invoering van de screening van onderdanen van derde landen aan de buitengrenzen en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 767/2008, (EU) 2017/2226, (EU) 2018/1240 en (EU) 2019/817

Bron: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=OJ:L_202401356

Wat is het onderwerp en het doel van deze verordening? (Artikel 1)

  • Deze verordening regelt de screening van onderdanen van derde landen aan de buitengrenzen van de lidstaten.
  • Dit geldt voor personen die de grens onrechtmatig overschrijden, asiel aanvragen tijdens grenscontroles, of ontschepen na een reddingsoperatie.
  • Het geldt ook voor onderdanen van derde landen die illegaal op het grondgebied verblijven, als niet blijkt dat zij eerder aan de buitengrens zijn gecontroleerd.
  • Het doel van de screening is het versterken van de grenscontrole en het identificeren van deze personen.
  • De screening controleert via databanken of de personen een bedreiging voor de binnenlandse veiligheid vormen.
  • De screening omvat ook voorlopige medische controles en beoordelingen van kwetsbaarheid.
  • Deze controles helpen om de personen efficiënt door te verwijzen naar de juiste procedure.
  • De verordening stelt bovendien een onafhankelijk toezichtmechanisme in om de naleving van grondrechten en het Unierecht te waarborgen.

Welke definities worden er in deze verordening gehanteerd? (Artikel 2)

  • Een "gevaar voor de volksgezondheid" wordt gedefinieerd volgens de Schengengrenscode.
  • Begrippen als "verificatie" en "identificatie" volgen de definities uit de interoperabiliteitsverordening.
  • Een "onderdaan van een derde land" en "staatloze" duiden personen aan zonder Unieburgerschap of nationale status.
  • "Europol-gegevens" en "Interpol-databanken" krijgen hun betekenis vanuit eerdere Uniewetgeving.
  • Een "vertegenwoordiger" is een persoon of instantie die een niet-begeleide minderjarige bijstaat.
  • "Biometrische gegevens" zijn unieke fysieke kenmerken zoals gedefinieerd in het Unierecht.
  • Een "minderjarige" is iemand jonger dan 18 jaar, en een "niet-begeleide minderjarige" reist zonder een verantwoordelijke volwassene.
  • "Screeningsautoriteiten" zijn de bevoegde nationale instanties die deze verordening uitvoeren, met uitzondering van artsen voor medische controles.
  • "Bewaring" is het vasthouden van een persoon zonder bewegingsvrijheid.

Hoe worden de grondrechten gewaarborgd tijdens de screening? (Artikel 3)

  • Lidstaten moeten tijdens de toepassing van deze verordening het Unierecht en het internationale recht volledig naleven.
  • Zij moeten specifiek het Handvest van de grondrechten en het Verdrag van Genève eerbiedigen.
  • Verplichtingen zoals de toegang tot asiel en het beginsel van non-refoulement moeten strikt worden nageleefd.

Wat is de relatie van deze verordening met andere asiel- en terugkeerwetgeving? (Artikel 4)

  • Voor verzoekers om asiel is de Asielprocedureverordening (EU 2024/1348) van toepassing voor hun registratie.
  • Voor hun opvang gelden de normen uit de Opvangrichtlijn (EU 2024/1346).
  • De Terugkeerrichtlijn (2008/115/EG) is pas van toepassing ná de afronding van de screening aan de buitengrens.
  • Bij een screening van illegale verblijvers op het grondgebied (artikel 7) mag de Terugkeerrichtlijn wel gelijktijdig van toepassing zijn.

Op wie is de screening aan de buitengrens van toepassing? (Artikel 5)

  • De screening geldt voor derdelanders die de toegangsvoorwaarden niet vervullen en de buitengrens onrechtmatig overschrijden.
  • Er is een uitzondering voor personen van wie geen biometrische gegevens hoeven te worden verzameld om andere redenen dan leeftijd.
  • De screening geldt ook voor personen die na een reddingsoperatie op het grondgebied worden ontscheept.
  • De screening is tevens verplicht voor personen die bij grensdoorlaatposten asiel aanvragen en niet aan de toegangsvoorwaarden voldoen.
  • Personen die om humanitaire redenen al officieel zijn toegelaten, worden niet gescreend, tenzij zij asiel aanvragen.
  • De screening stopt direct als blijkt dat de persoon wél aan de reguliere toegangsvoorwaarden voldoet.
  • De screening mag worden onderbroken als de persoon vrijwillig de Unie verlaat en deze terugkeer is toegestaan.

Mogen de betrokken personen tijdens de screening het grondgebied betreden? (Artikel 6)

  • Personen die aan de grens worden gescreend, mogen tijdens de screening niet tot het grondgebied van de lidstaat worden toegelaten.
  • Lidstaten moeten via nationaal recht zorgen dat deze personen beschikbaar blijven voor de autoriteiten.
  • Dit is bedoeld om onderduiken, veiligheidsrisico's en gevaren voor de volksgezondheid te voorkomen.

Wanneer vindt er screening op het grondgebied plaats? (Artikel 7)

  • Screening op het grondgebied geldt voor illegale verblijvers die onrechtmatig de grens zijn overgestoken en nog niet eerder zijn gescreend.
  • Lidstaten moeten ook hier maatregelen nemen om de beschikbaarheid van de persoon te garanderen en onderduiken te voorkomen.
  • Een lidstaat mag deze screening overslaan als de persoon direct via een overeenkomst wordt teruggestuurd naar een andere lidstaat.
  • In dat laatste geval moet de ontvangende lidstaat de screening alsnog uitvoeren.

Waar, hoe lang en waaruit bestaat de screening? (Artikel 8)

  • De screening aan de buitengrens vindt plaats op een toereikende locatie aan of nabij de grens, of elders op het grondgebied.
  • De screening op het grondgebied vindt plaats op een door de lidstaat aangewezen geschikte locatie.
  • Aan de grens moet de screening binnen zeven dagen na aanhouding of ontscheping zijn afgerond.
  • Bij fysiek langer verblijf aan de grens onder specifieke voorwaarden is deze grens-termijn beperkt tot vier dagen.
  • De screening op het grondgebied moet onverwijld starten en uiterlijk binnen drie dagen zijn afgerond.
  • De screening omvat medische controles, kwetsbaarheidsbeoordeling, identiteitsverificatie, biometrie-afname, veiligheidscontrole en het invullen van een formulier.
  • De screening wordt afgesloten met een doorverwijzing naar de juiste asiel- of terugkeerprocedure.
  • Counselors en organisaties moeten tijdens de screening toegang krijgen tot de personen, tenzij dit de openbare orde in gevaar brengt.
  • Bestaande detentieregels zijn van toepassing op personen die geen asiel hebben aangevraagd.
  • Lidstaten moeten toereikende leefomstandigheden bieden en medisch geschoold personeel inzetten.
  • Frontex en het Asielagentschap kunnen lidstaten bijstaan bij deze werkzaamheden.

Welke verplichtingen hebben de derdelanders tijdens de screening? (Artikel 9)

  • De betrokken personen moeten voortdurend ter beschikking van de autoriteiten blijven.
  • Zij moeten hun naam, geboortedatum, geslacht en nationaliteit opgeven en bewijsstukken overleggen.
  • Zij zijn verplicht om hun biometrische gegevens af te staan.

Hoe is het toezicht op de grondrechten geregeld? (Artikel 10)

  • Lidstaten moeten klachten over mensenrechtenschendingen tijdens de screening onderzoeken en zo nodig strafrechtelijke stappen ondernemen.
  • Elke lidstaat richt een onafhankelijk toezichtmechanisme in dat toeziet op de naleving van het Unierecht en internationale normen.
  • Dit mechanisme waarborgt de toegang tot asiel, het non-refoulement-beginsel en regels rondom kinderbescherming en detentie.
  • Het mechanisme behandelt beschuldigingen doeltreffend en kan jaarlijkse aanbevelingen doen.
  • Nationale ombudspersonen en onafhankelijke mensenrechteninstellingen maken deel uit van dit toezicht.
  • Het mechanisme krijgt toegang tot alle relevante opvanglocaties en documenten.
  • Het Bureau voor de grondrechten verstrekt richtsnoeren en kan de lidstaten hierbij ondersteunen.
  • Lidstaten zijn verplicht dit mechanisme van passende financiële middelen te voorzien.

Welke informatie moet de lidstaat aan de persoon verstrekken? (Artikel 11)

  • Personen moeten worden geïnformeerd over het doel, de duur, en de mogelijke uitkomsten van de screening.
  • Er moet uitleg worden gegeven over hun recht om asiel aan te vragen en de bijbehorende plichten.
  • Zij krijgen informatie over hun eigen verplichtingen tijdens de screening en de rechten op gegevensbescherming.
  • Indien relevant krijgen ze info over de algemene toegangsvoorwaarden, terugkeerplichten en vrijwillig vertrek.
  • Ze worden ook ingelicht over een mogelijke herplaatsing (solidariteitsmechanisme).
  • De informatie moet schriftelijk en eventueel mondeling verstrekt worden, in een taal die de persoon begrijpt.
  • Voor minderjarigen is de voorlichting kindvriendelijk en is er een vertegenwoordiger aanwezig.

Hoe verloopt de medische controle en de kwetsbaarheidsbeoordeling? (Artikel 12)

  • Een gekwalificeerde arts of verpleegkundige beoordeelt of er zorg of isolatie nodig is wegens gezondheidsrisico's.
  • Het medisch personeel kan ook besluiten dat verdere medische controle niet nodig is.
  • Alle personen houden recht op spoedeisende gezondheidszorg.
  • Gespecialiseerd personeel voert een kwetsbaarheidsbeoordeling uit om slachtoffers van foltering, staatlozen of mensen met speciale behoeften te herkennen.
  • Kwetsbare personen en minderjarigen krijgen onmiddellijk passende lichamelijke en geestelijke ondersteuning.

Welke specifieke waarborgen gelden er voor minderjarigen? (Artikel 13)

  • Het belang van het kind vormt tijdens de screening altijd de belangrijkste overweging.
  • De minderjarige wordt waar mogelijk vergezeld door een meerderjarig gezinslid.
  • Voor een niet-begeleide minderjarige wijst de lidstaat onmiddellijk een vertegenwoordiger of getrainde vertrouwenspersoon aan.
  • Deze vertegenwoordiger moet onafhankelijk optreden, heeft deskundigheid, en neemt geen opdrachten aan van de screeningsautoriteiten.
  • Eén vertegenwoordiger mag maximaal dertig niet-begeleide minderjarigen tegelijkertijd bijstaan.
  • Een minderjarige mag altijd asiel aanvragen, zelfs als de vertegenwoordiger nog niet is aangewezen.

Hoe wordt de identiteit van een persoon vastgesteld of geverifieerd? (Artikel 14)

  • De identificatie gebeurt op basis van reisdocumenten, verstrekte informatie en biometrische gegevens.
  • De autoriteiten doorzoeken met deze gegevens het gemeenschappelijk identiteitsregister (CIR), het SIS, en nationale databanken.
  • Biometrische gegevens worden slechts één keer afgenomen; ze dienen zowel voor de identificatie als voor Eurodac-registratie.
  • Het doorzoeken van het CIR verloopt via het Europees zoekportaal (ESP), tenzij er een technische storing is.
  • Als biometrie onbruikbaar is of geen resultaat oplevert, worden alfabetische documentgegevens gebruikt voor de zoekopdracht.
  • Indien mogelijk moet men ten minste één biometrisch kenmerk in een reisdocument verifiëren.

Wat houdt de veiligheidscontrole in? (Artikel 15)

  • De veiligheidscontrole gaat na of de persoon of zijn voorwerpen een bedreiging voor de binnenlandse veiligheid vormen.
  • Hiervoor worden Uniedatabanken geraadpleegd: het SIS, EES, ETIAS, VIS, ECRIS-TCN, Europol en Interpol.
  • De zoekopdrachten in EES, VIS en ETIAS richten zich specifiek op eerdere weigeringen of intrekkingen van visa en autorisaties op veiligheidsgronden.
  • De zoekopdracht in ECRIS-TCN is strikt beperkt tot eerdere veroordelingen wegens terrorisme of zeer ernstige misdrijven.
  • De Commissie kan met uitvoeringshandelingen de technische specificaties voor deze verzoeken vastleggen.

Wat zijn de regels voor de uitvoering van de databankzoekopdrachten? (Artikel 16)

  • Voor de zoekopdrachten in Uniedatabanken wordt in principe het Europees zoekportaal (ESP) gebruikt.
  • Bij een treffer krijgen de screeningsautoriteiten toegang tot de overeenkomende data in die systemen.
  • Treffers in het SIS worden via de Sirene-bureaus afgehandeld met de lidstaat die de signalering plaatste.
  • Gegevens uit ECRIS-TCN mogen uitsluitend voor deze veiligheidscontrole worden gebruikt.
  • Treffers in Europol-gegevens sturen direct een automatische melding naar Europol voor verder onderzoek.
  • Zoekopdrachten in Interpol mogen er nooit toe leiden dat informatie aan de eigenaar van de signalering wordt onthuld.
  • De Commissie stelt de exacte procedure voor samenwerking met Interpol en Europol vast in uitvoeringshandelingen.

Welke informatie wordt er genoteerd op het screeningsformulier? (Artikel 17)

  • Het formulier bevat basisgegevens: naam, geboortedatum, geslacht en nationaliteit.
  • Het vermeldt de reden voor de screening en de bevindingen van de medische en kwetsbaarheidsbeoordeling.
  • Het registreert of de persoon asiel heeft aangevraagd en of deze familie in de Unie heeft.
  • Ook databanktreffers en de mate van samenwerking van de persoon worden genoteerd.
  • Bijkomende gegevens (zoals de aflegde reisroute, smokkelvermoedens en documentdetails) worden toegevoegd indien beschikbaar.
  • De persoon krijgt het formulier te zien en mag eventuele onjuistheden hierop laten aantekenen.
  • Het formulier wordt gebruikt voor de verdere asiel- of terugkeerprocedure, waarbij geheime veiligheidsinformatie wordt geredigeerd voor de persoon zelf.

Hoe wordt de screening officieel afgesloten? (Artikel 18)

  • Na afronding (of bij het verstrijken van de termijn) worden personen zonder asielverzoek direct naar een terugkeerprocedure gestuurd.
  • Asielzoekers worden doorverwezen naar de autoriteiten voor de registratie van het asielverzoek.
  • Personen die voor herplaatsing in aanmerking komen, worden doorverwezen naar de bevoegde autoriteiten met medeneming van het formulier.
  • Illegale verblijvers op het grondgebied blijven in een terugkeerprocedure.
  • Zelfs als niet alle controles op tijd klaar zijn, stopt de screening en volgt alsnog de doorverwijzing.
  • Als de persoon onderhevig is aan nationale strafrechtelijke of uitleveringsprocedures, mag de lidstaat de screening stoppen.
  • Persoonsgegevens in deze systemen worden gewist volgens de bewaartermijnen van Eurodac.

Hoe werkt de comitéprocedure? (Artikel 19)

  • De Commissie wordt in haar taken bijgestaan door een comité volgens de algemene comitologieregels (Verordening 182/2011).

Welke aanpassingen worden gedaan in de VIS-verordening? (Artikel 20)

  • Verordening (EG) nr. 767/2008 (VIS) wordt gewijzigd zodat screeningsautoriteiten nu officiële toegang krijgen tot de VIS-databank.
  • Ze mogen deze gegevens specifiek en proportioneel raadplegen voor de veiligheidscontroles.
  • Bij een treffer op veiligheidsgronden krijgen zij de relevante gegevens uit het VIS-dossier te zien.

Welke aanpassingen worden gedaan in het Inreis-uitreissysteem (EES)? (Artikel 21)

  • Verordening (EU) 2017/2226 (EES) wordt aangepast om de doelstellingen van de screening expliciet te ondersteunen.
  • Gemachtigde medewerkers van screeningsautoriteiten krijgen rechtstreeks toegang tot het EES voor veiligheidscontroles.
  • Bij treffers over inreisweigeringen op basis van veiligheidsgronden krijgt de autoriteit inzage in het dossier en eventueel de biometrie.

Welke aanpassingen worden gedaan in de ETIAS-verordening? (Artikel 22)

  • Verordening (EU) 2018/1240 (ETIAS) wordt gewijzigd zodat dit systeem ook asiel- en screeningsdoelen ondersteunt.
  • Screeningsautoriteiten mogen het systeem doorzoeken en bij weigeringen of intrekkingen de dossiergegevens inzien.
  • Bij treffers in de ETIAS-observatielijst krijgt de nationale ETIAS-eenheid of Europol een automatische melding en moeten zij de screeningsautoriteit adviseren over veiligheidsrisico's.
  • Deze adviezen moeten binnen twee dagen verstrekt worden; geen advies betekent dat er geen risico is vastgesteld.

Welke aanpassingen worden gedaan in de Interoperabiliteitsverordening? (Artikel 23)

  • Verordening (EU) 2019/817 wordt gewijzigd zodat screeningsautoriteiten het Europees zoekportaal (ESP) en het gemeenschappelijk identiteitsregister (CIR) mogen gebruiken voor de identificatie.
  • Het systeem logt alle zoekopdrachten in het CIR door de screeningsautoriteiten.
  • Dit logbestand registreert de lidstaat, datum, doel, soort gegevens en het resultaat van de zoekopdracht ter controle.

Hoe en wanneer wordt deze verordening geëvalueerd? (Artikel 24)

  • De Commissie moet uiterlijk 12 juni 2028 een eerste verslag uitbrengen over de uitvoering van de verordening.
  • Vervolgens volgt er een uitgebreide evaluatie op 12 juni 2031, en daarna elke vijf jaar.
  • Lidstaten zijn verplicht de benodigde gegevens op tijd bij de Commissie aan te leveren.

Wanneer treedt deze verordening in werking? (Artikel 25)

  • De verordening treedt twintig dagen na publicatie in het Publicatieblad van de Europese Unie in werking.
  • De regels zijn vanaf 12 juni 2026 officieel van toepassing in de praktijk.
  • De specifieke bepalingen over het elektronisch doorzoeken van de Uniedatabanken treden pas in werking zodra deze IT-systemen daadwerkelijk operationeel zijn.

 

Europees Asiel- en Migratiepact

Bron: https://home-affairs.ec.europa.eu/policies/migration-and-asylum/pact-migration-and-asylum/legislative-files-nutshell_nl Audio   Het ni...