VERORDENING (EU) 2024/1350 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 14 mei 2024

 

2024/1350

VERORDENING (EU) 2024/1350 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 14 mei 2024

tot vaststelling van een Uniekader voor hervestiging en toelating op humanitaire gronden, en tot wijziging van Verordening (EU) 2021/1147

Bron: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=OJ:L_202401350

Wat is het onderwerp en het doel van het Uniekader dat in deze verordening wordt vastgesteld? (Artikel 1)

  • De verordening stelt een Uniekader vast voor hervestiging en toelating op humanitaire gronden.
  • Het doel is het toelaten van onderdanen van derde landen of staatlozen tot het grondgebied van de lidstaten.
  • Deze personen krijgen via deze weg internationale bescherming.
  • Als alternatief krijgen zij een humanitaire status naar nationaal recht met rechten en verplichtingen die gelijkwaardig zijn aan de subsidiaire bescherming uit Verordening (EU) 2024/1347.
  • De verordening stelt de regels vast voor deze toelating, of dit nu gebeurt via hervestiging of op humanitaire gronden.
  • Het document benadrukt dat onderdanen van derde landen of staatlozen geen recht hebben om toelating te eisen of te krijgen.
  • Lidstaten worden door deze verordening niet verplicht om iemand toe te laten.
  • Lidstaten leveren hun bijdragen aan het "Unieplan" volledig op vrijwillige basis.
  • Aanwijzingen over de deelname van een lidstaat, zoals het soort toelating, de regio's van herkomst en het totale aantal personen, zijn eveneens vrijwillig.

Welke definities gelden er voor de belangrijkste begrippen binnen deze verordening? (Artikel 2)

  • Hervestiging: De toelating van een persoon vanuit een land waarnaar hij of zij is verplaatst, volgend op een voordracht door de UNHCR. Deze persoon moet voldoen aan toelatingseisen, mag niet onder de weigeringsgronden vallen, en krijgt internationale bescherming en een duurzame oplossing.
  • Internationale bescherming: Dit begrip krijgt de betekenis zoals gedefinieerd in artikel 3 van Verordening (EU) 2024/1347.
  • Toelating op humanitaire gronden: De toelating van een persoon vanuit een land waarnaar hij of zij gedwongen is verplaatst, volgend op een voordracht door het Asielagentschap, de UNHCR of een ander internationaal orgaan op verzoek van een lidstaat. Deze persoon moet na een initiële evaluatie in aanmerking komen, mag niet onder weigeringsgronden vallen, en krijgt internationale bescherming of een nationale humanitaire status.
  • Spoedeisende toelating: Toelating (via hervestiging of humanitaire gronden) van personen met een heel dringende behoefte aan juridische of fysieke bescherming, of die direct medische zorg nodig hebben.

Wat zijn de kerndoelen van het Uniekader voor hervestiging en toelating op humanitaire gronden? (Artikel 3)

  • Het kader zorgt voor een legale en veilige aankomst van personen in de lidstaten om hun bescherming te bieden.
  • Het stimuleert alle lidstaten om meer inspanningen te leveren op dit gebied.
  • Het helpt de Unie om beter bij te dragen aan internationale initiatieven, waardoor het totaal aantal plekken voor hervestiging en toelating stijgt.
  • Het versterkt de samenwerking van de Unie met derde landen in regio's die zwaar belast worden door grote groepen verplaatste personen.

Waarop wordt de keuze gebaseerd voor de regio's of derde landen van waaruit toelating plaatsvindt? (Artikel 4)

  • De bepaling van deze locaties steunt in de eerste plaats op prognoses van de UNHCR over de wereldwijde nood aan hervestiging.
  • Er wordt gekeken of het klimaat voor en de capaciteit voor bescherming in derde landen verbeterd kunnen worden.
  • De omvang en de aard van de toezeggingen van derde landen worden meegewogen.
  • Het uiteindelijke doel is om samen tegemoet te komen aan de door de UNHCR voorspelde wereldwijde hervestigingsbehoeften.

Aan welke voorwaarden moeten personen voldoen om voor toelating in aanmerking te komen? (Artikel 5)

  • Voor hervestiging komen personen in aanmerking die buiten hun eigen land verkeren en een gegronde vrees hebben voor vervolging (op basis van ras, godsdienst, nationaliteit, etc.) en geen bescherming kunnen of willen inroepen.
  • Voor hervestiging gelden ook personen die een reëel risico lopen op ernstige schade bij terugkeer naar hun land.
  • Voor toelating op humanitaire gronden gelden vergelijkbare gronden (vrees voor vervolging of risico op ernstige schade), beoordeeld via minimaal een initiële evaluatie.
  • In beide situaties moeten de personen behoren tot een kwetsbare groep, zoals: vrouwen/meisjes in gevaar, minderjarigen, overlevenden van geweld of foltering, mensen met medische of beschermingsnoden, en personen met een handicap of zonder alternatieve oplossing.
  • Voor humanitaire toelating komen ook bepaalde gezinsleden in aanmerking.
  • Om eenheid van het gezin te garanderen, kunnen de volgende gezinsleden meekomen: een echtgenoot/duurzame partner, ongehuwde minderjarige kinderen, of de verantwoordelijke volwassene voor een ongehuwde minderjarige.
  • Ook broers of zussen en afhankelijke familieleden (door leeftijd, zwangerschap, ziekte of handicap) kunnen toegelaten worden, mits de gezinsband er al was en zij verzorgd kunnen worden.
  • Bij kinderen moet altijd het belang van het kind zwaar meewegen.

Om welke redenen wordt of kan toelating tot een lidstaat worden geweigerd? (Artikel 6)

  • Toelating wordt verplicht geweigerd aan personen die in hun huidige verblijfsland de rechten en verplichtingen van burgers al genieten.
  • Verplichte weigering geldt bij sterke vermoedens van misdrijven tegen de vrede, oorlogsmisdrijven, of misdrijven tegen de menselijkheid.
  • Verplichte weigering geldt voor daders van ernstige strafbare feiten of daden in strijd met de VN-beginselen.
  • Personen die een gevaar vormen voor de veiligheid, openbare orde, de volksgezondheid of de gemeenschap worden verplicht geweigerd.
  • Personen die in het Schengeninformatiesysteem of een nationale database gesignaleerd staan voor toegangsweigering worden verplicht geweigerd.
  • Personen die al internationale bescherming of een nationale humanitaire status hebben, worden verplicht geweigerd.
  • Personen die in de voorafgaande drie jaar al geweigerd zijn op veiligheids- of signaleringsgronden worden verplicht geweigerd.
  • Toelating kan worden geweigerd aan personen die in de voorafgaande drie jaar hun instemming hebben geweigerd of ingetrokken.
  • Toelating kan worden geweigerd aan plegers van specifieke misdrijven waarop een straf staat van meer dan één jaar, tenzij dit verjaard of verwijderd is uit het strafregister.
  • Personen die weigeren een oriëntatieprogramma voorafgaand aan vertrek te volgen, kunnen worden geweigerd.
  • Personen aan wie de lidstaat niet de benodigde steun voor hun kwetsbaarheid kan bieden, kunnen worden geweigerd.
  • Weigeringsgronden mogen niet discriminerend worden toegepast (bijv. op ras of geaardheid).

Wat is de rol van de instemming van een persoon in de toelatingsprocedure? (Artikel 7)

  • De toelatingsprocedure geldt alleen voor personen die vooraf instemmen met toelating en dit besluit niet intrekken.
  • Een persoon kan geacht worden de instemming stilzwijgend in te trekken als essentiële gegevens niet worden verstrekt of als de persoon wegblijft bij het persoonlijk onderhoud.
  • Deze stilzwijgende intrekking geldt echter niet als de persoon hierover niet goed was geïnformeerd, als hij of zij alsnog op tijd aan de eisen voldoet, of kan aantonen dat het verzuim te wijten was aan overmacht.

Hoe wordt het Unieplan voor hervestiging opgesteld en wat staat er in? (Artikel 8)

  • De Raad stelt, via een uitvoeringshandeling op voorstel van de Commissie, om de twee jaar een Unieplan vast.
  • Het Unieplan benoemt het totale aantal personen dat door de lidstaten zal worden toegelaten.
  • Het plan geeft aan welk deel van de personen valt onder hervestiging, humanitaire toelating en spoedeisende toelating, waarbij hervestiging minimaal ongeveer 60% van het totaal moet uitmaken.
  • Het bevat de vrijwillig aangedragen details van de deelname van lidstaten, inclusief hun bijdragen en keuzes voor soort toelating.
  • Het plan specificeert uit welke regio's of derde landen toelating zal plaatsvinden.
  • Het plan kan details toevoegen over de specifieke groepen die het raakt en afspraken voor lokale coördinatie bevatten.
  • Spoedeisende toelating is altijd mogelijk, ongeacht in welke regio of derde land de situatie zich afspeelt.
  • Bij onvoorziene humanitaire crises buiten het bestaande plan kan de Raad (op voorstel van de Commissie) het Unieplan wijzigen door nieuwe regio's toe te voegen.

Welke stappen en termijnen omvat de toelatingsprocedure voor lidstaten? (Artikel 9)

  • Lidstaten verzoeken instanties zoals de UNHCR of het Asielagentschap om in aanmerking komende personen voor te dragen.
  • De lidstaat beoordeelt of de voorgedragen persoon binnen het Unieplan valt en mag voorrang geven op basis van gezinsbanden, sociale banden, taalvaardigheid of kwetsbaarheid.
  • Zodra een lidstaat de procedure wil starten, registreert deze onder meer de naam, geboortedatum, nationaliteit, reisdocumenten en registratiedatum van de persoon.
  • De lidstaat informeert de persoon (in een begrijpelijke taal en vorm) over het proces, gegevensverwerking en de gevolgen van het niet meewerken.
  • De lidstaat toetst de toelatings- en weigeringsgronden, wat veelal gebeurt via schriftelijk bewijs of een persoonlijk onderhoud.
  • Lidstaten kunnen de UNHCR vragen extra en volledige beoordelingen uit te voeren met betrekking tot de kwetsbaarheid of status van een persoon.
  • Een conclusie over toelating moet uiterlijk zeven maanden na de registratiedatum worden genomen (bij complexe dossiers kan dit met maximaal drie maanden worden verlengd).
  • Bij spoedeisende toelating is het streven om uiterlijk binnen één maand tot een conclusie te komen.
  • Een procedure wordt stopgezet als instemming is ingetrokken, als het nationale quotum vol zit, als voorrang is gegeven aan anderen, of bij overmacht.
  • De persoonsgegevens van toegelaten personen worden gedurende vijf jaar na registratie bewaard. Voor personen geweigerd op veiligheidsgronden is deze bewaartermijn drie jaar vanaf de beslissing.
  • Bij een negatief besluit mag de persoon de lidstaat niet in, en mag de reden aan de UNHCR worden gemeld.
  • Bij een positief besluit kent de lidstaat de vluchtelingenstatus, subsidiaire bescherming, of een nationale humanitaire status toe (samen met verblijfsvergunningen voor niet-beschermde familieleden).
  • De lidstaat moet er vervolgens voor zorgen dat de persoon uiterlijk twaalf maanden na de conclusie het grondgebied kan betreden (of zeer snel bij spoed).
  • De lidstaat biedt waar nodig kosteloos vervoer en reisondersteuning aan, passend bij eventuele kwetsbaarheden.
  • Indien haalbaar biedt de lidstaat kosteloze oriëntatieprogramma's voorafgaand aan vertrek aan.
  • Gedurende het gehele proces mogen lidstaten niet discrimineren en sturen zij gegevens door naar Eurodac.

Hoe wordt de operationele samenwerking rond het Unieplan geregeld? (Artikel 10)

  • Lidstaten wijzen nationale contactpunten aan en kunnen verbindingsfunctionarissen inzetten in derde landen.
  • Het Asielagentschap kan op verzoek lidstaten ondersteunen, bijvoorbeeld door personeel op te leiden, informatie te verstrekken, infrastructuur te delen of technische samenwerking te coördineren.
  • Het Asielagentschap kan ook de uitwisseling van goede praktijken rondom integratie coördineren.
  • Lidstaten mogen zich laten bijstaan door bevoegde partners voor praktische taken, zoals beslissingen overbrengen, oriëntatieprogramma's uitvoeren en reizen regelen.

Wat is de rol en samenstelling van het Comité op hoog niveau? (Artikel 11)

  • Er komt een Comité op hoog niveau met vertegenwoordigers van het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en de lidstaten.
  • Organisaties als de UNHCR, het Asielagentschap, en deelnemende geassocieerde landen (zoals Noorwegen en Zwitserland) worden uitgenodigd.
  • De Commissie treedt op als voorzitter van het comité, dat minimaal eenmaal per jaar bijeenkomt.
  • Het comité adviseert de Commissie over toelatingen, toelatingsaantallen en regio's, rekening houdend met de prognoses van de UNHCR.
  • Na overleg in het comité vraagt de Commissie de lidstaten om hun vrijwillige deelname en aantallen toe te zeggen.
  • Bij onvoorziene humanitaire crises kan er een extra vergadering belegd worden om nieuwe toelatingen of regio's te bespreken.
  • Het comité mag zelf de eigen procedureregels vaststellen.

Hoe nemen IJsland, Liechtenstein, Noorwegen en Zwitserland deel aan het Unieplan? (Artikel 12)

  • Deze vier landen worden specifiek uitgenodigd om aan de uitvoering van het plan deel te nemen.
  • Als zij deelnemen, moet er behoorlijk rekening gehouden worden met deze verordening.
  • Hierbij ligt de nadruk vooral op de regels voor de toelatingsprocedure en op de rechten en plichten van de toegelaten personen.

Hoe wordt de financiële steun voor de lidstaten geregeld? (Artikel 13)

  • Financiële steun aan de lidstaten voor hun acties in het kader van hervestiging en toelating op humanitaire gronden verloopt overeenkomstig de bepalingen van Verordening (EU) 2021/1147.

Welke wijzigingen brengt deze verordening aan in Verordening (EU) 2021/1147? (Artikel 14)

  • De definities van "toelating op humanitaire gronden" en "hervestiging" in Verordening (EU) 2021/1147 worden vervangen, zodat zij direct verwijzen naar deze nieuwe verordening (EU 2024/1350).
  • Lidstaten ontvangen voortaan een bedrag van 10.000 EUR per persoon die via hervestiging (uit hoofde van dit Uniekader) wordt toegelaten.
  • Lidstaten ontvangen een bedrag van 6.000 EUR per persoon die op humanitaire gronden wordt toegelaten of toegelaten wordt via een nationaal programma.
  • Dit bedrag van 6.000 EUR wordt verhoogd naar 8.000 EUR als de toegelaten persoon binnen een kwetsbare groep valt, zoals vrouwen en kinderen in gevaar, niet-begeleide minderjarigen, of personen met zware medische of beschermingsnoden.

Hoe en wanneer wordt deze verordening geëvalueerd? (Artikel 15)

  • Uiterlijk op 12 juni 2028 moet de Commissie een rapport indienen bij het Europees Parlement en de Raad over de toepassing van deze verordening.
  • Dit verslag bespreekt de bijdragen van de lidstaten en alle inspanningen om in de wereldwijde hervestigingsnoden te voorzien.
  • De lidstaten moeten de Commissie en het Asielagentschap de vereiste informatie aanleveren om dit verslag te kunnen maken.
  • Binnen twee jaar na de indiening van dat verslag, zullen het Europees Parlement en de Raad de verordening evalueren, gebaseerd op een voorstel van de Commissie.

Wanneer treedt deze verordening in werking? (Artikel 16)

  • De verordening treedt in werking op de twintigste dag nadat deze is gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie.
  • De specifieke bepaling over het registreren van gegevens in Eurodac (Artikel 9, lid 24) is pas van toepassing met ingang van 12 juni 2026.
  • De verordening is volledig bindend in al haar onderdelen en rechtstreeks van toepassing in alle lidstaten.

 

Europees Asiel- en Migratiepact

Bron: https://home-affairs.ec.europa.eu/policies/migration-and-asylum/pact-migration-and-asylum/legislative-files-nutshell_nl Audio   Het ni...