VERORDENING (EU) 2024/1349 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot vaststelling van een terugkeergrensprocedure en tot wijziging van Verordening (EU) 2021/1149

 

VERORDENING (EU) 2024/1349 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot vaststelling van een terugkeergrensprocedure en tot wijziging van Verordening (EU) 2021/1149

Bron: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=OJ:L_202401349 

Wat is het onderwerp en het toepassingsgebied van deze verordening? (Artikel 1)

  • Deze verordening stelt de regels vast voor een zogenaamde terugkeergrensprocedure.
  • Deze procedure is bedoeld voor onderdanen van derde landen en staatlozen wier asielverzoek is afgewezen tijdens een asielgrensprocedure.
  • De verordening bevat ook specifieke, tijdelijke regels voor noodsituaties (crisissituaties).
  • Daarnaast wijzigt de verordening een ander besluit (Verordening EU 2021/1148) om het mogelijk te maken financiële steun te geven voor Europese solidariteitsacties.
  • Als men tijdelijke crisismaatregelen neemt, moeten deze altijd noodzakelijk, evenredig en tijdelijk zijn, met volledig respect voor internationale rechten en het Handvest.
  • Deze speciale maatregelen mogen alleen worden gebruikt in uitzonderlijke situaties en als een officieel besluit van de Raad dit toestaat.

Hoe moeten lidstaten omgaan met verwijzingen naar de asielgrensprocedure als deze niet voor hen geldt? (Artikel 2)

  • Lidstaten die niet wettelijk gebonden zijn aan de Verordening asielgrensprocedure (EU 2024/1348), moeten de verwijzingen in deze tekst lezen als verwijzingen naar vergelijkbare wetten in hun eigen nationale recht.

Welke definities zijn belangrijk voor het begrijpen van deze verordening? (Artikel 3)

  • Het begrip "verzoek om internationale bescherming" (of kortweg "verzoek") heeft exact dezelfde betekenis als in de asielprocedureverordening (Verordening EU 2024/1348).
  • Het begrip "verzoeker" krijgt eveneens dezelfde betekenis als in die asielprocedureverordening.

Wat houdt de terugkeergrensprocedure precies in? (Artikel 4)

  • Personen van wie het asielverzoek aan de grens is afgewezen, mogen het grondgebied van de lidstaat niet betreden.
  • De lidstaat verplicht deze personen om op speciale locaties aan of vlakbij de grens (of in transitzones) te blijven voor een periode van maximaal twaalf weken.
  • Als daar geen plek is, mag de lidstaat ook andere locaties in het land aanwijzen.
  • Deze termijn van twaalf weken begint zodra de persoon definitief geen recht of toestemming meer heeft om in het land te blijven.
  • Dit verblijf op deze speciale locaties telt officieel niet als het binnenkomen of verblijven op het grondgebied van de lidstaat.
  • De leefomstandigheden op deze locaties moeten voldoen aan de opvangnormen die ook voor asielzoekers gelden, zoals toegang tot gezondheidszorg.
  • Voor deze procedure gelden diverse regels uit de bredere Terugkeerrichtlijn (2008/115/EG), zoals regels over de bescherming van minderjarigen en gezondheid.
  • Is de terugkeer niet binnen twaalf weken geregeld, dan loopt de procedure verder volgens de normale regels van de Terugkeerrichtlijn.
  • Personen kunnen vragen om een periode voor "vrijwillig vertrek" van maximaal 15 dagen (waarbij ze niet het land in mogen), en moeten in die periode hun reisdocumenten inleveren.
  • Dit vrijwillige vertrek wordt echter geweigerd als er kans is op onderduiken, als het eerdere asielverzoek als 'kennelijk ongegrond' is afgewezen, of als de persoon een gevaar vormt voor de veiligheid.
  • Lidstaten die specifieke EU-regels voor terugkeer niet gebruiken en mensen direct weigeren, moeten alsnog zorgen voor een vergelijkbaar en menselijk beschermingsniveau.

Wanneer mag een persoon in bewaring (detentie) worden gesteld? (Artikel 5)

  • Bewaring mag uitsluitend worden gebruikt als allerlaatste middel.
  • Het mag alleen na een individuele beoordeling en als andere, lichtere maatregelen niet werken.
  • Als een persoon al in bewaring zat tijdens de asielprocedure en niet mag blijven, kan de bewaring worden voortgezet om binnenkomst te beletten en de verwijdering uit te voeren.
  • Als de persoon niet in bewaring zat en niet mag blijven, mag deze alsnog worden opgesloten bij een risico op onderduiken, weigering van medewerking, of bij een veiligheidsrisico.
  • De bewaring moet zo kort mogelijk zijn en mag uitsluitend duren zolang men actief en zorgvuldig bezig is met de terugkeer.
  • De bewaring mag de maximumtermijn van de grensprocedure (twaalf weken) niet overschrijden.
  • Deze tijd in bewaring telt mee voor de wettelijke maximale bewaringstermijnen in de Unie.
  • Het Asielagentschap moet voor eind 2024 richtlijnen opstellen over alternatieven voor bewaring aan de grens.

Welke uitzonderingen op de regels gelden er in tijden van een crisissituatie? (Artikel 6)

  • Bij een officiële asielcrisis mogen lidstaten de grensproceduretermijn (die normaal twaalf weken is) met maximaal zes weken verlengen.
  • Tijdens zo'n crisis mag ook de maximale bewaringstermijn aan de grens met dezelfde periode worden verlengd.
  • Ook bij deze verlenging telt de tijd in bewaring mee voor de landelijke maximale bewaringstermijn.
  • Deze verlenging geldt ook voor mensen van wie het asielverzoek al vóór de officiële crisisaankondiging was afgewezen.
  • Juridische en andere adviseurs moeten altijd toegang houden tot mensen die worden vastgehouden.
  • Deze toegang mag alleen worden beperkt als dat strikt noodzakelijk is voor de veiligheid of orde in de locatie, zolang toegang maar niet totaal onmogelijk wordt.

Welke stappen moet een lidstaat nemen om deze crisismaatregelen te activeren? (Artikel 7)

  • Als een lidstaat denkt dat er sprake is van een crisissituatie, kan deze een verzoek indienen om de verlengingen uit artikel 6 in te zetten.
  • Op dit verzoek zijn de procedureregels uit de aparte Crisisverordening (EU 2024/1359) van toepassing.
  • Ligt er al een aanvraag voor een crisissituatie bij de EU, dan mag het verzoek voor deze langere terugkeertermijnen daar direct in worden meegenomen.

Welke plicht heeft de lidstaat tegenover de migrant bij crisismaatregelen? (Artikel 8)

  • Past een lidstaat de langere procedures (crisisafwijkingen) toe, dan moet zij de betrokkenen hierover netjes informeren.
  • De persoon moet horen welke maatregelen gelden en hoe lang ze duren.
  • Deze uitleg moet gegeven worden in een taal die de persoon begrijpt of redelijkerwijs zou moeten begrijpen.

Welke aanpassingen worden er gedaan in het grensbeheerfonds (Verordening EU 2021/1148)? (Artikel 9)

  • De term "solidariteitsactie" wordt toegevoegd aan de definities, om acties uit de nieuwe migratieverordening mogelijk te maken.
  • Financiële steun mag worden aangevuld door bijdragen van lidstaten of andere donoren (als "externe bestemmingsontvangsten").
  • De EU mag projecten voor solidariteitsacties tot maar liefst 100% vergoeden uit de begroting.
  • Lidstaten moeten in evaluaties apart rapporteren over solidariteitsacties en hun financiële en praktische resultaten.
  • Er worden specifieke codes en punten (zoals "030 Solidariteitsacties") in de bijlagen geplaatst, zodat deze acties in de begroting traceerbaar zijn.

Hoe beïnvloedt deze wet nationale rechtbanken en instanties? (Artikel 10)

  • Deze verordening verhindert op geen enkele manier dat overheidsinstanties bepaalde bestuurlijke of rechterlijke besluiten in hun eigen land aanvechten via de eigen nationale wetten.

Hoe moeten termijnen in uren, dagen, weken of maanden worden geteld? (Artikel 11)

  • Als een termijn begint door een gebeurtenis, dan telt de dag van die gebeurtenis zelf niet mee.
  • Termijnen in weken of maanden stoppen op de dag in de laatste week of maand met dezelfde naam of hetzelfde cijfer als de startdag.
  • Mist de laatste maand de einddatum (bijv. 31 februari), dan stopt de termijn op de laatste dag van die maand om middernacht.
  • Weekenden en officiële feestdagen tellen gewoon mee in de berekening.
  • Als de wettelijke einddatum op een weekend of feestdag valt, schuift het einde op naar de eerstvolgende werkdag.

Welke voorbereidingen moeten de Unie en lidstaten treffen voor de startdatum? (Artikel 12)

  • Uiterlijk 12 september 2024 moet de Europese Commissie een "gemeenschappelijk uitvoeringsplan" inleveren, om te zorgen dat iedereen klaar is voor de inwerkingtreding in 2026.
  • In dat plan staan de zwakke plekken en de stappen die nog nodig zijn.
  • Elke lidstaat moet vervolgens uiterlijk 12 december 2024 een eigen "nationaal uitvoeringsplan" met acties en tijdschema's indienen en zorgen dat dit af is op 1 juli 2026.
  • Lidstaten kunnen bij dit voorbereidingsproces operationele en financiële steun vanuit de EU krijgen.
  • De Commissie let er scherp op of lidstaten zich aan deze plannen houden.

Wanneer en hoe wordt deze wet geëvalueerd? (Artikel 13)

  • De Commissie moet uiterlijk 13 juni 2028 het eerste verslag uitbrengen aan het Parlement en de Raad over hoe de wet werkt.
  • Daarna volgt er iedere vijf jaar een nieuw verslag met eventuele wijzigingsvoorstellen.
  • De lidstaten moeten de informatie voor dat eerste verslag uiterlijk in september 2027 aanleveren.

Wanneer gaat deze verordening formeel in? (Artikel 14)

  • De verordening treedt in werking twintig dagen na publicatie in het Publicatieblad van de EU.
  • De regels zijn vanaf 12 juni 2026 officieel van toepassing in de praktijk.
  • Vanaf die datum is de verordening direct geldig in alle lidstaten en in al haar onderdelen bindend.

 

Europees Asiel- en Migratiepact

Bron: https://home-affairs.ec.europa.eu/policies/migration-and-asylum/pact-migration-and-asylum/legislative-files-nutshell_nl Audio   Het ni...