VERORDENING (EU) 2024/1358 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 14 mei 2024 betreffende de instelling van “Eurodac”

 

VERORDENING (EU) 2024/1358 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 14 mei 2024 betreffende de instelling van “Eurodac” voor de vergelijking van biometrische gegevens om de Verordeningen (EU) 2024/1351 en (EU) 2024/1350 van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2001/55/EG van de Raad doeltreffend toe te passen en om illegaal verblijvende onderdanen van derde landen en staatlozen te identificeren en betreffende verzoeken van rechtshandhavings-instanties van de lidstaten en Europol om vergelijkingen van Eurodac-gegevens ten behoeve van rechtshandhaving, tot wijziging van de Verordeningen (EU) 2018/1240 en (EU) 2019/818 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 603/2013 van het Europees Parlement en de Raad

Bron: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=OJ:L_202401358

Wat is het doel en de functie van het systeem "Eurodac"? (Artikel 1)

  • De verordening stelt een systeem genaamd "Eurodac" in ter ondersteuning van het asielstelsel en voor het bepalen van de verantwoordelijke lidstaat.
  • Het systeem helpt bij de toepassing van het Uniekader voor hervestiging en toelating (Verordening EU 2024/1350).
  • Eurodac ondersteunt de beheersing van irreguliere immigratie, de opsporing van secundaire bewegingen en de identificatie van illegaal verblijvende personen.
  • Het helpt tevens bij de bescherming van kinderen, onder meer in het kader van rechtshandhaving.
  • Het stelt voorwaarden vast waaronder rechtshandhavingsautoriteiten en Europol gegevens mogen vergelijken voor het voorkomen of opsporen van terroristische misdrijven of ernstige strafbare feiten.
  • Eurodac ondersteunt de correcte identificatie van personen door biometrische en identiteitsgegevens op te slaan in het gemeenschappelijk identiteitsregister (CIR).
  • Het systeem ondersteunt de doelstellingen van het Etias-systeem en het Visuminformatiesysteem (VIS).
  • Het draagt bij aan een empirisch onderbouwde beleidsvorming door statistieken op te stellen.
  • Het ondersteunt tevens de uitvoering van de richtlijn omtrent tijdelijke bescherming (Richtlijn 2001/55/EG).
  • Gegevens mogen uitsluitend worden verwerkt voor de specifiek in dit artikel genoemde doeleinden.
  • De verwerking waarborgt altijd de menselijke waardigheid, de grondrechten, asielrechten en de bescherming van persoonsgegevens.
  • De verwerking mag nooit leiden tot discriminatie op grond van onder meer geslacht, ras, godsdienst, handicap of seksuele gerichtheid.

Welke definities worden gehanteerd in deze verordening? (Artikel 2)

  • Een "persoon die om internationale bescherming verzoekt" is iemand die asiel aanvraagt en over wiens zaak nog geen definitieve beslissing is genomen.
  • Het artikel definieert specifieke groepen zoals de "met het oog op de uitvoering van een toelatingsprocedure geregistreerde persoon" en de "volgens een nationale hervestigingsregeling toegelaten persoon".
  • De "humanitaire status naar nationaal recht" omvat rechten en verplichtingen die gelijkwaardig zijn aan die van de subsidiaire bescherming.
  • De "lidstaat van herkomst" wordt voor diverse categorieën gedefinieerd als de staat die de gegevens naar Eurodac verzendt.
  • Termen als "onderdaan van een derde land", "illegaal verblijf", "persoon die internationale bescherming geniet" en "persoon die tijdelijke bescherming geniet" worden exact afgebakend.
  • Het definieert technische termen voor het systeem, zoals "treffer", "nationaal toegangspunt", "Europol-toegangspunt" en "Eurodac-gegevens".
  • Voor veiligheidszaken definieert het "rechtshandhaving", "terroristisch misdrijf" en "ernstig strafbaar feit" (feiten waarop maximaal minimaal drie jaar vrijheidsstraf staat).
  • "Biometrische gegevens" omvatten zowel "vingerafdrukgegevens" (tien vingers of latente afdrukken) als "gezichtsopnamegegevens".
  • Het verklaart termen zoals "alfanumerieke gegevens", "verblijfstitel", "interface control document", "CIR" en "identiteitsgegevens".
  • Een "gegevensreeks" is de set van biometrische en alfanumerieke gegevens van één persoon.
  • Een "kind" of "minderjarige" is iemand die jonger dan 18 jaar is.

Uit welke onderdelen bestaat de architectuur van Eurodac en wat zijn de basisbeginselen? (Artikel 3)

  • Eurodac bestaat uit een centraal systeem, dat een centrale eenheid en een bedrijfscontinuïteitsplan omvat.
  • Het bevat een communicatie-infrastructuur die een beveiligd netwerk opzet tussen het systeem en de lidstaten.
  • Het systeem maakt gebruik van het gemeenschappelijk identiteitsregister (CIR).
  • Er is een beveiligde netwerkverbinding tussen het centrale systeem en het Europees zoekportaal.
  • Specifieke persoonsgegevens worden in het CIR opgeslagen, terwijl de overige Eurodac-gegevens in het centraal systeem worden opgeslagen.
  • Voor verzending worden alle persoonsgegevens versleuteld om de vertrouwelijkheid en veiligheid te waarborgen.
  • Elke lidstaat en Europol hebben beide slechts één enkel nationaal of instellings-specifiek toegangspunt tot het systeem.
  • Gegevens van personen worden ten behoeve van de lidstaat van herkomst verwerkt en met geschikte technische middelen afgescheiden gehouden.
  • Alle datareeksen van eenzelfde persoon worden op basis van automatische vergelijking in Eurodac aan elkaar gekoppeld in één cluster.
  • Indien nodig moet een deskundige het resultaat van zo'n automatische biometrische vergelijking handmatig controleren.
  • De regels voor Eurodac gelden voor alle handelingen van de lidstaten, van de gegevenstoezending tot aan het gebruik van de resultaten.

Wie is verantwoordelijk voor het operationeel beheer van Eurodac en wat houdt dit in? (Artikel 4)

  • Het agentschap eu-LISA is belast met het operationele beheer van Eurodac.
  • Dit beheer omvat alle taken en het onderhoud om Eurodac 24 uur per dag en 7 dagen per week probleemloos te laten functioneren.
  • eu-LISA zorgt voor een bedrijfscontinuïteitsplan om onverwachte systeemuitval of onderhoud goed op te vangen.
  • eu-LISA past in samenwerking met de lidstaten de best beschikbare en veiligste technologie toe, gebaseerd op een kosten-batenanalyse.
  • eu-LISA mag onder strikte voorwaarden werkelijke persoonsgegevens gebruiken in een testomgeving, puur voor het diagnosticeren en repareren van fouten of het verbeteren van technieken.
  • De testomgeving is even streng beveiligd als het productiesysteem, en testgegevens worden daarna direct en permanent verwijderd.
  • eu-LISA voert het toezicht op, de beveiliging van, en de coördinatie met de dienstverlener rond de communicatie-infrastructuur uit.
  • De Commissie is verantwoordelijk voor andere zaken rond deze infrastructuur, zoals de begroting, aanschaf en contracten.
  • Al het personeel van eu-LISA is gebonden aan een strikt beroepsgeheim of geheimhoudingsplicht, die ook na het beëindigen van hun dienstverband van kracht blijft.

Welke autoriteiten mogen voor rechtshandhavingsdoeleinden om vergelijking van Eurodac-gegevens verzoeken? (Artikel 5)

  • Lidstaten wijzen expliciet de autoriteiten aan die mogen verzoeken om gegevensvergelijking in Eurodac voor rechtshandhaving.
  • Deze autoriteiten moeten specifiek belast zijn met het voorkomen, opsporen of onderzoeken van terroristische misdrijven of ernstige strafbare feiten.
  • Elke lidstaat is verplicht een exacte lijst op te stellen van al zijn aangewezen autoriteiten.
  • Lidstaten houden tevens een lijst bij van de specifieke operationele diensten binnen deze autoriteiten die via het nationale toegangspunt mogen verzoeken om Eurodac-vergelijkingen.

Wat is de rol en de werkwijze van een controlerende autoriteit binnen een lidstaat? (Artikel 6)

  • Elke lidstaat wijst één nationale autoriteit (of een dienst van een dergelijke autoriteit) aan als controlerende autoriteit voor rechtshandhaving.
  • Ook deze autoriteit moet belast zijn met de aanpak van terrorisme of ernstige strafbare feiten.
  • De controlerende autoriteit treedt volledig onafhankelijk op en mag geen instructies aannemen van de operationele diensten over de resultaten van controles.
  • Ze mogen organisatorisch wel deel uitmaken van de aangewezen autoriteit, zolang deze onafhankelijkheid in handelen gegarandeerd is.
  • Lidstaten mogen, afhankelijk van hun nationale bestuursstructuur, meerdere controlerende autoriteiten aanwijzen.
  • De controlerende autoriteit heeft de taak om na te gaan of een verzoek tot gegevensvergelijking aan alle wettelijke voorwaarden voldoet.
  • Uitsluitend gemachtigd personeel van de controlerende autoriteit mag een verzoek ontvangen, beoordelen en doorsturen naar het nationale toegangspunt.

Hoe regelt Europol de eigen toegang tot Eurodac voor rechtshandhavingsdoeleinden? (Artikel 7)

  • Europol wijst één of meerdere van zijn eigen operationele diensten aan als de aangewezen autoriteit van Europol.
  • Deze dienst mag via het Europol-toegangspunt verzoeken om gegevensvergelijking ter ondersteuning van lidstaten bij terrorisme en ernstige misdrijven.
  • Europol wijst daarnaast exact één gespecialiseerde dienst met naar behoren gemachtigde ambtenaren aan als zijn controlerende autoriteit.
  • De controlerende autoriteit van Europol verwerkt deze verzoeken onafhankelijk.
  • De controlerende autoriteit mag hiervoor geen instructies ontvangen van de aangewezen autoriteit van Europol en staat daar los van.
  • Zij controleert strikt of aan alle vereiste voorwaarden voor gegevensvergelijking in Eurodac is voldaan.

Hoe wordt de interoperabiliteit tussen Eurodac en het Etias-systeem geregeld? (Artikel 8)

  • Vanaf 12 juni 2026 wordt Eurodac verbonden met het Europees zoekportaal ten behoeve van het Etias-systeem.
  • Via dit portaal kan het centrale Etias-systeem Eurodac automatisch raadplegen en de vereiste verificaties uitvoeren.
  • Deze geautomatiseerde raadpleging gebeurt uitsluitend in een read-onlyformaat en is gebaseerd op specifieke gegevenscategorieën (zoals vastgelegd in een bijlage).
  • De geautomatiseerde controle richt zich uitsluitend op personen die het grondgebied van de Unie hebben verlaten of die daarvan zijn verwijderd.

Onder welke voorwaarden hebben nationale Etias-eenheden handmatig toegang tot Eurodac? (Artikel 9)

  • Nationale Etias-eenheden mogen Eurodac handmatig raadplegen op basis van exact dezelfde alfanumerieke gegevens als bij de geautomatiseerde verwerking.
  • De toegang tot de Eurodac-gegevens wordt uitsluitend geboden in een read-onlyformaat.
  • Het doel van deze raadpleging is strikt beperkt tot het onderzoeken van specifieke reisautorisatieaanvragen.
  • De eenheden mogen specifieke gegevens inzien over asielzoekers, irreguliere grensoverschrijders en illegaal verblijvenden.
  • Na het handmatig raadplegen mag het uiteindelijke resultaat van deze beoordeling uitsluitend worden opgeslagen in de Etias-aanvraagdossiers.

Waarvoor en hoe hebben bevoegde visumautoriteiten toegang tot Eurodac? (Artikel 10)

  • Bevoegde visumautoriteiten hebben het recht om Eurodac-gegevens te raadplegen in een read-onlyformaat.
  • Dit is expliciet bedoeld om treffers uit de geautomatiseerde zoekopdrachten van het Visuminformatiesysteem (VIS) handmatig te kunnen verifiëren.
  • Deze toegang is tevens toegestaan voor het onderzoeken van en het nemen van een beslissing over visumaanvragen op basis van de Visumcode.

Hoe wordt de interoperabiliteit tussen Eurodac en het Visuminformatiesysteem (VIS) ingericht? (Artikel 11)

  • Eurodac wordt direct verbonden met het Europees zoekportaal om samen te kunnen werken met het Visuminformatiesysteem.
  • Dit stelt het VIS in staat om geautomatiseerd in Eurodac te zoeken en de relevante gegevens met elkaar te vergelijken.

Welke statistieken moeten worden verzameld en hoe worden deze gepubliceerd? (Artikel 12)

  • Het agentschap eu-LISA stelt maandelijks statistieken op over de werkzaamheden in Eurodac.
  • De cijfers bevatten onder meer het aantal (eerste) asielverzoekers, afgewezen verzoekers, en ontscheepte personen na reddingsoperaties.
  • Het toont tevens het aantal minderjarigen, geregistreerden met tijdelijke bescherming en toegelaten vluchtelingen.
  • De statistieken brengen exact het aantal overgedragen datasets, treffers per doelgroep, en kwaliteitsfouten of technische afkeuringen van vingerafdrukken in beeld.
  • De rapportage omvat daarnaast gegevens over markeringen van personen en ingetrokken markeringen.
  • Deze statistieken worden maandelijks en als jaarlijks overzicht gepubliceerd en uitgesplitst per lidstaat, en waar mogelijk ook naar geslacht en geboortejaar.
  • De statistische data mogen op geen enkele manier herleidbaar zijn tot individuen en zijn dus strikt geanonimiseerd.
  • eu-LISA genereert daarnaast maandelijkse systeemoverschrijdende statistieken gebaseerd op de data uit Eurodac, VIS, Etias en het EES.
  • Deze geanonimiseerde rapporten worden gedeeld met de lidstaten, het Europees Parlement, de Commissie, het Asielagentschap, Frontex en Europol.
  • Systeemoverschrijdende statistieken mogen in geen geval gebruikt worden als basis om individuele toegang tot het grondgebied te weigeren.
  • Alle data voor deze rapporten worden door eu-LISA centraal bewaard in het register voor rapportage en statistieken (CRRS).

Wat is de verplichting van lidstaten inzake het afnemen van biometrische gegevens? (Artikel 13)

  • Lidstaten zijn verplicht de biometrische gegevens op te nemen van alle in deze verordening genoemde personen van minimaal zes jaar oud.
  • Lidstaten moeten de betrokkenen informeren over deze verplichting en eisen dat zij deze gegevens verstrekken.
  • De procedure voor de afname moet de menselijke waardigheid en de lichamelijke integriteit van de betrokkene respecteren.
  • Het nationale recht moet voorzien in doeltreffende, evenredige en afschrikkende administratieve maatregelen om medewerking af te dwingen.
  • De wet kan als uiterste redmiddel het gebruik van dwangmiddelen toestaan om dit doel te bereiken.
  • Werkt een asielzoeker ondanks dwang niet mee, dan gelden de asielsancties van het Unierecht aangaande non-coöperatie.
  • Er mogen géén dwangmaatregelen worden ingezet bij kwetsbare personen van wie de vingertoppen of het gezicht medisch of fysiek niet geschikt zijn voor afname, mits dit niet opzettelijk is veroorzaakt.
  • Alle procedures moeten strikt voldoen aan de waarborgen van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en het Handvest.

Welke specifieke waarborgen gelden er bij de afname van biometrische gegevens van minderjarigen? (Artikel 14)

  • De gegevens van kinderen vanaf de leeftijd van zes jaar worden afgenomen door specifiek opgeleid personeel op een kindvriendelijke wijze.
  • Het belang van het kind staat bij deze uitvoering altijd voorop; bij onzekerheid over de leeftijd zonder bewijs wordt het kind als jonger dan zes jaar (en dus vrijgesteld) beschouwd.
  • De minderjarige moet tijdens het volledige afnameproces fysiek worden vergezeld door een volwassen familielid, vertegenwoordiger, voogd of onafhankelijke deskundige.
  • Er mag in de basis geen enkele vorm van geweld worden gebruikt om medewerking aan de registratie af te dwingen.
  • Uitsluitend als uiterste redmiddel, en wanneer de wet dit toestaat, mag proportionele dwang worden gebruikt, waarbij de waardigheid van de minderjarige in acht wordt genomen.
  • Bij hardnekkige weigering van een minderjarige, of bij vermoeden van veiligheidsrisico's en kinderhandel, moet de minderjarige onmiddellijk worden doorverwezen naar kinderbeschermingsautoriteiten.
  • Eurodac-gegevens van kinderen onder de veertien jaar mogen alleen voor rechtshandhaving worden gebruikt als ze noodzakelijk zijn in een onderzoek naar terrorisme of zware misdrijven waarvan dat kind zélf wordt verdacht.

Hoe en binnen welke termijnen moeten biometrische gegevens van asielzoekers worden verzameld en toegezonden? (Artikel 15)

  1. Lidstaten verzamelen de biometrische gegevens van elke persoon van minimaal zes jaar oud die internationale bescherming (asiel) aanvraagt.
  2. Bij een reguliere asielregistratie zendt de lidstaat deze gegevens zo snel mogelijk, maar uiterlijk binnen 72 uur, door naar Eurodac.
  3. Als het asielverzoek aan de buitengrens of in een transitzone wordt ingediend, gebeurt de doorgifte eveneens uiterlijk binnen 72 uur na de fysieke afname.
  4. Het niet halen van deze 72-uur termijn ontslaat een lidstaat nimmer van zijn plicht om de gegevens alsnog te registreren en door te sturen.
  5. Indien vingerafdrukken technisch van onvoldoende kwaliteit blijken voor vergelijking, moeten deze opnieuw worden afgenomen en uiterlijk binnen 48 uur succesvol worden verstuurd.
  6. Indien medische of volksgezondheidsredenen de afname verhinderen, moeten de gegevens alsnog uiterlijk binnen 48 uur na het wegvallen van dit obstakel worden verzameld en verstuurd.
  7. In geval van ernstige technische storingen of calamiteiten mag de termijn van 72 uur tijdelijk met maximaal 48 uur worden verlengd in het kader van een continuïteitsplan.
  8. Lidstaten kunnen verbindingsambtenaren van Frontex of het Asielagentschap machtigen om de registratie en doorgifte namens hen uit te voeren.
  9. De toegezonden gegevensreeks wordt in Eurodac automatisch gekoppeld aan eerdere datareeksen van diezelfde asielzoeker in één overkoepelend cluster.

Welke informatie over de status van de betrokkenen moet door lidstaten in Eurodac worden bijgewerkt of geregistreerd? (Artikel 16)

  • Zodra de verantwoordelijke lidstaat (volgens de regels van asiel- en migratiebeheer) is bepaald, werkt de uitvoerende lidstaat het dossier in Eurodac bij door deze lidstaat te noteren.
  • Dit gebeurt ook onmiddellijk indien een lidstaat verantwoordelijk wordt omdat de verzoeker een bedreiging voor de binnenlandse veiligheid vormt.
  • Zodra een asielzoeker na goedkeuring van een overnameverzoek in de verantwoordelijke lidstaat aankomt, registreert deze lidstaat de aankomstdatum.
  • Ook als een persoon na een terugnameverzoek in de verantwoordelijke lidstaat aankomt, moet de datum van aankomst worden toegevoegd aan Eurodac.
  • Wanneer bewezen is dat een asielzoeker of illegale verblijver de Unie heeft verlaten, werkt de lidstaat van herkomst het dossier bij met de vertrekdatum.
  • Als de persoon het grondgebied heeft verlaten na een terugkeerbesluit of verwijdering (omdat asiel werd afgewezen of ingetrokken), voegt de lidstaat die vertrek- of verwijderingsdatum toe.
  • Als de asielverantwoordelijkheid verschuift naar een ander land, of bij een officiële herplaatsing, moet de nieuwe verantwoordelijke lidstaat geregistreerd worden.
  • Wanneer de status wordt bijgewerkt en dit een treffer oplevert, informeert Eurodac alle betrokken lidstaten uiterlijk binnen 72 uur, waarna zij hun eigen data-reeksen eveneens aanpassen.

Welke specifieke persoons- en dossiergegevens worden precies in Eurodac opgeslagen? (Artikel 17)

  • De basisopslag in Eurodac omvat biometrische kenmerken, te weten vingerafdrukgegevens en een gezichtsopname.
  • Persoonlijke gegevens zoals achternamen, voornamen, namen bij geboorte, voorheen gebruikte namen en eventuele aliassen worden opgeslagen.
  • Daarnaast worden nationaliteit(en), geboortedatum, geboorteplaats en geslacht genoteerd.
  • De lidstaat van herkomst, de precieze plaats en datum van het asielverzoek, en het lokale referentienummer worden toegevoegd.
  • Als de verzoeker een identiteits- of reisdocument bezit, noteert men het soort, nummer, land van afgifte en de verloopdatum.
  • Bij dit document hoort een gescande kleurenkopie en een bewijs van echtheid (als dit niet beschikbaar is, mag een ander identificatiedocument worden gebruikt).
  • De exacte datum van de afname van de biometrie, de datum van toezending, en het unieke ID van de behandelende operator worden vastgelegd.
  • Daarnaast worden onverwijld (indien van toepassing) aanvullende details opgeslagen, waaronder de toegewezen verantwoordelijke of herplaatsingslidstaat, en data van aankomst of vertrek/verwijdering.
  • Het verlenen van een visum (inclusief nummer en afgevende lidstaat) wordt aan het dossier toegevoegd.
  • Er komt een specifieke veiligheidsmarkering als de verzoeker gewapend of gewelddadig is, of mogelijk betrokken is bij terrorisme of ernstige strafbare feiten.
  • Afwijzingen van asiel zonder verblijfsrecht, het stopzetten in een grensprocedure, en het toekennen van steun bij vrijwillige terugkeer (AVRR) worden eveneens opgeslagen.
  • Een compleet basisdossier (zonder veiligheidsgegevens) wordt direct gekoppeld als officiële gegevensoverdracht in het gemeenschappelijk identiteitsregister (CIR).
  • Wanneer na controle blijkt dat de veiligheidsdreiging ongegrond was, wist de lidstaat de veiligheidsmarkering en informeert Eurodac de overige lidstaten binnen 72 uur.

Hoe worden de biometrische gegevens verzameld en verzonden van personen die in een toelatingsprocedure zitten? (Artikel 18)

  • Elke lidstaat verzamelt de biometrische gegevens van personen van zes jaar of ouder die geregistreerd worden voor toelating op humanitaire gronden of hervestiging.
  • Deze gegevens worden uiterlijk naar Eurodac verstuurd vóórdat de lidstaat een definitief besluit over de toelating neemt (behalve als een afwijzing direct zonder biometrie wordt gedaan).
  • Dit verzamelen is specifiek verplicht voor mensen die internationale bescherming of een nationale humanitaire status krijgen.
  • Ook van mensen die op bepaalde weigeringsgronden geen toelating krijgen, of van wie de procedure stopt wegens het intrekken van toestemming, worden de biometrische gegevens verwerkt.
  • De toezending aan Eurodac (samen met extra administratieve gegevens) gebeurt zo spoedig mogelijk, en uiterlijk binnen 72 uur na het besluit of het stopzetten.
  • Wanneer het wegens de staat van de vingertoppen onmogelijk is om goede vingerafdrukken te nemen, probeert men dit later opnieuw en verstuurt men ze alsnog binnen 48 uur na de succesvolle afname.
  • Als volksgezondheid of medische redenen afname verhinderen, geldt een uiterlijke termijn van 48 uur nadat deze belemmering is verdwenen.
  • De lidstaat mag het Asielagentschap, internationale organisaties of een andere lidstaat vragen de afname uit te voeren (zij krijgen hierdoor echter geen directe toegang tot Eurodac).

Welke specifieke gegevens van personen in een toelatingsprocedure op humanitaire gronden worden opgeslagen? (Artikel 19)

  • De geregistreerde elementen omvatten de vingerafdrukken en gezichtsopnamen.
  • Het bevat de volledige naamsgeschiedenis, aliassen, nationaliteit, geboortedatum en geboorteplaats.
  • Het dossier vermeldt de lidstaat van herkomst, alsmede de plaats en datum van registratie van de procedure.
  • Het geslacht, soort en nummer van het reisdocument, en het land en de vervaldatum worden vastgelegd.
  • Een kleurenkopie en echtheidsbewijs van documenten, plus het lokale referentienummer en het ID van de operator worden opgeslagen.
  • De exacte datum van afname en toezending, alsook de besluitvormingsdatum inzake het verlenen van bescherming of humanitaire status worden vastgelegd.
  • In geval van afwijzing of stopzetting van het proces, noteert men de datum daarvan en de specifieke weigeringsgronden.
  • Bij een volledige gegevensreeks worden deze persoonsgegevens officieel aangemerkt als CIR-doorgifte.

Welke procedure geldt voor het verzamelen van biometrische gegevens van personen die toegelaten worden via een nationale hervestigingsregeling? (Artikel 20)

  • Een lidstaat verzamelt de biometrische gegevens van iedereen (van zes jaar of ouder) die via een eigen, nationale hervestigingsregeling wordt toegelaten.
  • Deze gegevens moeten uiterlijk binnen 72 uur nadat de bescherming of humanitaire status is verleend naar Eurodac worden verzonden.
  • Indien de 72 uur wordt gemist, blijft de lidstaat onverminderd verplicht om de gegevens te verzamelen en alsnog door te sturen.
  • Bij fysieke beschadiging van de vingertoppen worden de afdrukken zo snel mogelijk opnieuw afgenomen, en binnen 48 uur na de succesvolle afname alsnog verzonden.
  • Als medische noodzaken of de volksgezondheid afname in de weg staan, is de termijn ook verlegd naar maximaal 48 uur na het wegvallen van dat risico.

Welke gegevens worden er in Eurodac vastgelegd van personen in een nationale hervestigingsregeling? (Artikel 21)

  • Er is opslag van vingerafdrukken, een gezichtsopname en alle volledige namen inclusief aliassen.
  • De registratie omvat nationaliteiten, geboortedatum, geboorteplaats, geslacht en datum/plaats van de actuele registratie.
  • De identificatiedocumenten worden met soort, nummer, verloopdatum, kleurenkopie en echtheidscertificaat vastgelegd.
  • De referentienummers, operator-ID en de data van biometrische afname en toezending naar Eurodac worden genoteerd.
  • De precieze datum waarop de bescherming of humanitaire status is verleend staat erin, waarna een compleet basisdossier tevens dient voor het gemeenschappelijke identiteitsregister (CIR).

Wat zijn de verplichtingen voor het verzamelen en toezenden van gegevens bij irreguliere grensoverschrijding? (Artikel 22)

  • Lidstaten moeten onverwijld de biometrische gegevens verzamelen van personen (vanaf 6 jaar) die bij de irreguliere overschrijding van hun land-, zee- of luchtgrenzen worden aangehouden en niet direct worden teruggestuurd.
  • Dit geldt eveneens als de personen tijdens hun verwijderingsprocedure fysiek op het grondgebied van de lidstaten achterblijven.
  • Uiterlijk binnen 72 uur na aanhouding zendt de lidstaat de vingerafdrukken, gezichtsopnamen, namen, aliassen en nationaliteit naar Eurodac.
  • Daarbij worden ook de geboorte-, geslacht-, registratie- en documentgegevens (inclusief kopie) meegestuurd, plus het referentienummer en operator-ID.
  • Zodra beschikbaar, worden extra gegevens onverwijld meegestuurd: de datum van vertrek/verwijdering, de lidstaat van herplaatsing, of de toekenning van vrijwillige terugkeer (AVRR).
  • Er moet een veiligheidsmarkering worden toegevoegd als uit de screening blijkt dat de persoon gewapend of gewelddadig is of een crimineel/terroristisch risico vormt.
  • Als de persoon direct in afzondering of bewaring wordt gehouden voor langer dan 72 uur, worden de gegevens uiterlijk vóór de vrijlating doorgestuurd.
  • Termijnoverschrijding ontslaat de staat niet van zijn plicht; onbruikbare vingerafdrukken of ziekte dwingen tot een nieuwe poging (met een grens van 48 uur na de succesvolle hervatting).
  • Bij technische problemen of systeemstoringen mag de lidstaat de 72-uur termijn eenmalig met maximaal 48 uur verlengen (conform continuïteitsplannen).
  • Lidstaten moeten achteraf altijd het Eurodac-dossier bijwerken met de definitieve vertrek- of verwijderingsdatum na een terugkeerbesluit.
  • Lidstaten kunnen hiervoor de hulp en expertise inroepen van Frontex- of asielondersteuningsteams, die het scannen en zenden mogen overnemen.
  • Het verzonden dossier wordt in een persoonlijk cluster gekoppeld aan eerdere dossiers van diezelfde persoon in Eurodac en het CIR.

Hoe verloopt de afhandeling van de gegevens van personen die illegaal in een lidstaat verblijven? (Artikel 23)

  • De lidstaat verzamelt onverwijld de biometrische gegevens van iedere derdelander of staatloze van ten minste zes jaar die illegaal op hun grondgebied blijkt te verblijven.
  • Vingerafdrukken, gezichtsopnames, namen, nationaliteiten, geboorte- en geslachtsgegevens worden uiterlijk binnen 72 uur na deze vaststelling naar Eurodac verzonden.
  • De toezending bevat ook reisdocumenten, referentienummers, datum van aanhouding, opname, verzending, en de identificatie van de operator.
  • Men dient de datum van definitief vertrek/verwijdering of de lidstaat van herplaatsing (zodra van toepassing) toe te voegen.
  • Details over verleende vrijwillige terugkeerhulp (AVRR) worden opgenomen.
  • Wanneer men de persoon tijdens een controle als gewelddadig, gewapend of gerelateerd aan terrorisme of misdrijven beschouwt, wordt dit direct geregistreerd.
  • Falen om binnen 72 uur te handelen, kapotte vingertoppen of ziekte overschrijven de plicht niet; de actie moet binnen 48 uur na de hindernis alsnog slagen.
  • Een eenmalige 48-uur opschorting van de 72-uur termijn is eveneens mogelijk tijdens ernstige technische uitval.
  • Bij vertrek uit het grondgebied moet de lidstaat het dossier updaten en het systeem koppelt al deze data in het overkoepelende persoonlijke cluster.

Wat moet er gebeuren met personen die pas na een opsporings- en reddingsoperatie op zee (of elders) worden ontscheept? (Artikel 24)

  • Een lidstaat is verplicht onverwijld de biometrie van iedereen (van 6 jaar en ouder) op te nemen die na een zoek- en reddingsactie bij hen ontscheept.
  • Uiterlijk binnen 72 uur na ontscheping moeten biometrische gegevens, persoonsgegevens en demografische informatie in Eurodac staan.
  • Verder horen plaats en datum van ontscheping, referentienummers, en data van gegevensverzameling bij de toezending.
  • Kopieën van ID-papieren of reisdocumenten, eventuele data van vertrek/verwijdering en de herplaatsingslidstaat of AVRR-regelingen moeten direct na beschikbaarheid worden bijgevoegd.
  • Ook de dreigingsindicatoren op het gebied van wapens, geweld, terrorisme en criminaliteit worden in het dossier vermeld.
  • Fysieke beperkingen voor afdrukken of medische isolaties dwingen tot latere afname (uiterlijk 48 uur na beschikbaarheid/succes).
  • Buiten de 48 uur technische verlenging mogen lidstaten in geval van een plotselinge crisistoestroom (na officiële melding hiervan) de 72-uur norm met 48 uur verruimen, gedurende maximaal één maand.
  • Voor vertrokken/uitgezette personen wordt het dossier bijgewerkt met deze datum, en de Europese grens-/kustwacht kan wederom de praktische taak overnemen.
  • Het dossier mag onder geen beding zorgen voor discriminatie van deze asielzoekers vergeleken met andere groepen.
  • De basisgegevens worden na toezending officieel gemarkeerd als verwerkt voor het interoperabiliteit-platform (CIR).

Wat zijn de regels voor het registreren van de informatie rond de status van herplaatsing? (Artikel 25)

  • Wanneer de lidstaat van herplaatsing officieel verplicht wordt een asielzoeker te herplaatsen, werkt de overdragende begunstigde lidstaat diens Eurodac-dossier bij door deze herplaatsingsstaat aan te wijzen.
  • Als de persoon vervolgens succesvol aankomt, stuurt de nieuwe lidstaat van herplaatsing een extra toevoeging naar het Eurodac-dossier, waarin de specifieke datum van aankomst wordt vastgelegd.
  • Deze nieuwe gegevensreeks wordt opgeslagen om direct beschikbaar te zijn in eventuele toekomstige vergelijkingen van asieldossiers.

Welke Eurodac-verplichtingen gelden voor de registratie van personen met een tijdelijke beschermingsstatus? (Artikel 26)

  • Lidstaten zijn verplicht onverwijld de biometrische gegevens te registreren van iedereen (vanaf 6 jaar) die in de lidstaat geregistreerd staat als persoon die tijdelijke bescherming geniet.
  • Het Eurodac-dossier, inclusief vingerafdrukken en gezicht, namen, en nationaliteiten, wordt uiterlijk tien dagen na toekenning van de bescherming verzonden.
  • Gegevens zoals geboorte, geslacht, documentnummers en kleurenkopieën worden toegevoegd, net als de operator-ID's en verzamelaarsinformatie.
  • Er moet verplicht een verwijzing worden ingevoerd naar het uitvoeringsbesluit van de Raad (waardoor de status is ontstaan) en er wordt gemeld of er een specifieke uitsluitingsreden bleek te gelden voor deze persoon.
  • De norm van tien dagen vervalt niet zomaar; slechte vingerafdrukken en medische uitzonderingen rekken de tijd op tot uiterlijk 48 uur nadat het euvel is verholpen.
  • Tevens is de termijn met maximaal 48 uur te verlengen indien de lidstaat met ernstige technische problemen kampt.
  • Leden van Europese asiel- en grensteams kunnen deze registratie in opdracht van de lidstaat ook in de praktijk verzorgen.
  • Volledige dossiers vallen hiermee onder de formele vereisten van de bredere CIR-wetgeving voor gegevensdeling.

Hoe worden de biometrische gegevens in Eurodac geautomatiseerd met elkaar vergeleken? (Artikel 27)

  • Zodra biometrische gegevens in het systeem worden gevoerd, start Eurodac direct een automatische vergelijking met alle eerder opgeslagen asiel-, grens-, verblijf-, toelating- en beschermingsdossiers.
  • Gegevens die ingevoerd zijn enkel ter "update" (zoals vertrek/aankomst meldingen of gegevens via nationale hervestiging) worden uit deze automatische massale vergelijking gehouden.
  • Wel worden hervestigings- of toelatingsregistraties (binnen het Uniekader) altijd gekruist met andere asielzoekersdossiers of dossiers met expliciete weigeringen/markeringen.
  • Een lidstaat kan aan Eurodac specifiek vragen om de nieuwe gegevens ook te vergelijken met de biometrie die door diezelfde lidstaat eerder is ingevoerd.
  • Eurodac verstuurt de uitkomst van de vergelijking – of het nu een treffer of een negatief resultaat is – direct naar de lidstaat.
  • Bij een treffer stuurt het de complete set identiteitsgegevens en geregistreerde markeringen van het matching-dossier terug.
  • Indien een verkregen treffer de lidstaat kan helpen om te achterhalen wie er primair verantwoordelijk is voor een asielverzoek, dan krijgt deze specifieke treffer absolute prioriteit boven alle overige treffers.

Wanneer en hoe wordt er uitsluitend vergeleken op basis van de gezichtsopnamegegevens? (Artikel 28)

  • Als men (door medische of fysieke mankementen) geen geschikte vingerafdrukken kan opsturen, of als deze niet beschikbaar zijn, kan een land overschakelen op een vergelijking van enkel het gezicht.
  • De gezichtsopname wordt in combinatie met het geslacht automatisch getoetst aan alle geregistreerde gezichten en geslachten in het systeem.
  • Ook hier kan de lidstaat Eurodac opdracht geven om in de database de door henzelf eerder doorgestuurde gezichtsopnames mee te nemen in de scan.
  • Voor de groep die toegelaten wordt op basis van humanitaire kaders (artikel 18), geldt dat gezichtsvergelijking enkel toetst tegen asielzoekers en specifiek gemarkeerde eerdere toelatingsaanvragen.
  • De uitkomsten (treffers of negatieve resultaten) sturen alle gekoppelde bestanden, paspoortdetails en markeringen mee indien er een match is.
  • Net als bij vingerafdrukken, geldt voor de gezichtsherkenning dat treffers die de verantwoordelijke asiel-lidstaat kunnen aanwijzen, voorrang krijgen.

Hoelang worden de opgeslagen Eurodac-gegevens precies bewaard? (Artikel 29)

  • Het dossier van een reguliere asielzoeker wordt bewaard voor een vaste periode van tien jaar, rekenend vanaf de dag waarop de data naar Eurodac zijn verstuurd.
  • Het eerste biometrisch bestand dat is verzameld bij inschrijving voor toelating/hervestiging wordt direct na beoordeling niet in de grote database bewaard.
  • Krijgt men hierna echter bescherming in die toelatingsprocedure, dan volgt de bewaartermijn van vijf jaar.
  • Werd de toelating echter afgewezen wegens zwaarwegende gronden of werd de toestemming ingetrokken, dan worden de gegevens voor de duur van drie jaar in de gaten gehouden.
  • Dossiers van mensen binnengekomen via een losse nationale hervestigingsregeling: vijf jaar bewaringstermijn.
  • Dossiers gecreëerd wegens een irreguliere grensoverschrijding: vijf jaar bewaringstermijn.
  • Dossiers voor mensen in illegaal verblijf: vijf jaar bewaringstermijn.
  • Dossiers behorend bij personen na ontscheping op zee (of door reddingsoperaties): vijf jaar bewaringstermijn.
  • Mensen onder tijdelijke bescherming worden aanvankelijk voor één jaar (vanaf inwerkingtreding Raadsbesluit) opgeslagen; dit wordt vervolgens elk jaar automatisch verlengd zo lang de bescherming standhoudt.
  • Verloopt zo'n specifieke termijn in jaren, dan zal Eurodac deze data volledig automatisch en definitief uit het systeem verwijderen.

Wanneer worden gegevens vervroegd (voor het eind van de reguliere bewaartermijn) uit Eurodac verwijderd? (Artikel 30)

  • Een verwijdering is onverwijld verplicht wanneer een in het systeem staande asielzoeker of persoon het burgerschap (de nationaliteit) verkrijgt van één van de aangesloten lidstaten.
  • Is de lidstaat die het paspoort uitgeeft tevens de lidstaat die het Eurodac-dossier oorspronkelijk had verstuurd, dan wisser zij deze data zelf onmiddellijk.
  • Als de persoon burger wordt van een ándere lidstaat, zal de de oorspronkelijke lidstaat de gegevens direct wissen op het moment dat zij van dit nieuwe burgerschap op de hoogte wordt gesteld.
  • Direct hierna (binnen uiterlijk 72 uur) stelt het Eurodac-systeem alle overige lidstaten op de hoogte dat dit dossier vervroegd is verwijderd, mits deze staten treffers hadden op deze inmiddels tot EU-burger genaturaliseerde persoon.

Hoe en wanneer worden gegevens in Eurodac door lidstaten gemarkeerd? (Artikel 31)

  • De lidstaat van herkomst die internationale bescherming verleent aan een persoon van wie de gegevens in Eurodac staan, markeert deze gegevens digitaal.
  • Deze markering wordt bewaard zodat de informatie bij toekomstige vergelijkingen kan worden meegestuurd.
  • Eurodac stelt andere lidstaten van herkomst uiterlijk binnen 72 uur op de hoogte als er een treffer is met hun gegevens voor deze specifieke persoon.
  • Deze andere lidstaten markeren vervolgens eveneens hun eigen gegevensreeksen voor deze persoon.
  • De gemarkeerde gegevens van personen met bescherming blijven in Eurodac beschikbaar voor rechtshandhavingscontroles totdat ze automatisch worden verwijderd.
  • Als de beschermingsstatus van de persoon later wordt ingetrokken, verwijdert de lidstaat de markering weer uit het systeem.
  • Lidstaten markeren ook de Eurodac-gegevens van illegaal verblijvende personen of personen die gered zijn op zee, wanneer zij hen een verblijfstitel afgeven.
  • Bij zo'n verblijfstitel informeert Eurodac ook binnen 72 uur andere lidstaten (bij een treffer), waarna ook zij hun gegevens moeten markeren.
  • Ook de gegevens met deze specifieke markering blijven voor rechtshandhaving beschikbaar totdat ze de bewaartermijn bereiken en gewist worden.
  • In het geval van een herplaatsing registreert de nieuwe lidstaat zich in het dossier en neemt de markering van de oorspronkelijke lidstaat over.

Wat is de procedure voor het vergelijken van gegevens met Eurodac voor rechtshandhavingsdoeleinden? (Artikel 32)

  • Aangewezen autoriteiten van lidstaten of Europol kunnen een gemotiveerd elektronisch verzoek indienen bij hun controlerende autoriteit.
  • Dit verzoek, voorzien van een referentienummer, is gericht op de vergelijking van biometrische of alfanumerieke gegevens in Eurodac.
  • De controlerende autoriteit onderzoekt na ontvangst of het verzoek aan alle wettelijke voorwaarden voldoet.
  • Als het verzoek aan de voorwaarden voldoet, stuurt de controlerende autoriteit het verzoek door naar het nationale toegangspunt of het Europol-toegangspunt.
  • Via dit toegangspunt wordt het verzoek naar Eurodac gestuurd voor de geautomatiseerde vergelijking.
  • Een vergelijking van een gezichtsopname is alleen mogelijk als deze data op het moment van het verzoek al beschikbaar is.
  • In uitzonderlijke noodgevallen, om dreigend gevaar van terrorisme of ernstige misdrijven te verhinderen, mag de controlerende autoriteit het verzoek onmiddellijk doorsturen.
  • Bij zo'n spoedgeval voert de controlerende autoriteit de verificatie van de voorwaarden pas achteraf, maar zonder onnodige vertraging, uit.
  • Als de verificatie achteraf uitwijst dat de toegang niet gerechtvaardigd was, moeten alle autoriteiten de verkregen informatie direct verwijderen en dit melden aan de controlerende autoriteit.

Aan welke voorwaarden moeten aangewezen autoriteiten voldoen om toegang te krijgen tot Eurodac? (Artikel 33)

  • Aangewezen autoriteiten mogen alleen een verzoek indienen als zij eerst hun eigen nationale databanken hebben gecontroleerd.
  • Zij moeten ook eerst de geautomatiseerde vingerafdruksystemen van andere lidstaten controleren, tenzij er redenen zijn dat dit niets zou opleveren.
  • De vergelijking in Eurodac moet noodzakelijk zijn voor het voorkomen, opsporen of onderzoeken van terrorisme of ernstige misdrijven.
  • Dit moet een doorslaggevend belang voor de openbare veiligheid dienen, wat het doorzoeken van deze databank evenredig maakt.
  • De vergelijking moet specifiek betrekking hebben op een individuele zaak of een specifiek persoon.
  • Er moeten redelijke gronden zijn dat de vergelijking wezenlijk helpt, bijvoorbeeld als de dader of het slachtoffer mogelijk behoort tot een groep asielzoekers of migranten.
  • Autoriteiten mogen hun Eurodac-verzoek gelijktijdig met een verzoek voor het Visuminformatiesysteem (VIS) indienen.
  • Als de autoriteiten in het gemeenschappelijk identiteitsregister (CIR) al hebben gezien dat de persoon in Eurodac staat, mogen zij de verplichte databankcontroles overslaan en direct Eurodac raadplegen.
  • Alle rechtshandhavingsverzoeken worden verwerkt op basis van biometrische of alfanumerieke gegevens.

Welke specifieke voorwaarden gelden er voor toegang tot Eurodac door Europol? (Artikel 34)

  • De aangewezen autoriteit van Europol mag alleen een gemotiveerd verzoek indienen binnen de grenzen van zijn eigen mandaat.
  • Een voorwaarde is dat eerdere zoekopdrachten in de eigen technische en wettelijke informatiesystemen van Europol geen identificatie hebben opgeleverd.
  • De toegang moet noodzakelijk zijn om lidstaten te ondersteunen bij het opsporen of onderzoeken van terrorisme of ernstige misdrijven.
  • Ook voor Europol geldt dat het verzoek moet gaan om een specifiek geval of een specifieke persoon.
  • Er moeten redelijke gronden zijn om aan te nemen dat de vergelijking wezenlijk bijdraagt aan de identificatie van een dader of slachtoffer.
  • Als het CIR al heeft aangegeven dat de persoon in Eurodac staat, kan Europol Eurodac direct raadplegen.
  • Europol voert deze zoekopdrachten uit met behulp van biometrische of alfanumerieke gegevens.
  • Als Europol de verkregen gegevens wil verwerken, moet de lidstaat van herkomst hiervoor via zijn nationale Europol-dienst officieel toestemming geven.

Hoe verloopt de communicatie tussen de verschillende autoriteiten en toegangspunten? (Artikel 35)

  • Alle communicatie tussen de aangewezen autoriteiten, de controlerende autoriteiten, de nationale toegangspunten en het Europol-toegangspunt verloopt uitsluitend via elektronische weg en moet beveiligd zijn.
  • Zoekacties op basis van biometrische of alfanumerieke gegevens worden door de lidstaat en Europol gedigitaliseerd.
  • De gegevens worden verzonden in een specifiek gegevensformaat, zoals vastgelegd in het interface control document, zodat de vergelijking in Eurodac technisch kan plaatsvinden.

Wie is er verantwoordelijk voor de gegevensverwerking en wat houdt deze verantwoordelijkheid in? (Artikel 36)

  • De lidstaat van herkomst is volledig verantwoordelijk voor het rechtmatig verzamelen en naar Eurodac toezenden van de biometrische en persoonlijke gegevens.
  • De lidstaat is ervoor verantwoordelijk dat de verzonden gegevens accuraat en actueel zijn.
  • De lidstaat draagt de verantwoordelijkheid voor de rechtmatige opslag, wijziging en verwijdering van de gegevens in de databank.
  • De lidstaat is eveneens verantwoordelijk voor de correcte verwerking van de vergelijkingsresultaten die vanuit Eurodac worden teruggestuurd.
  • De lidstaat moet de persoonsgegevens beveiligen vóór, tijdens en na de verzending aan Eurodac.
  • De lidstaat van herkomst behoudt de verantwoordelijkheid om te zorgen voor de definitieve identificatie van de gegevens.
  • Het orgaan eu-LISA is verantwoordelijk voor het toezicht dat Eurodac (en het gebruik voor testen) voldoet aan alle wettelijke regels voor gegevensbescherming.
  • eu-LISA neemt maatregelen zodat personeel de gegevens alleen gebruikt voor de vastgelegde doelen, en garandeert de beveiliging en de exclusieve toegang voor gemachtigden.

Hoe en in welk formaat worden gegevens aan Eurodac toegezonden? (Artikel 37)

  • Biometrische en andere persoonsgegevens worden gedigitaliseerd en toegezonden in het verplichte formaat uit het interface control document.
  • Het agentschap eu-LISA stelt de technische voorschriften op en zorgt dat de vingerafdrukken en gezichtsopnames door het systeem vergeleken kunnen worden.
  • Alle persoonsgegevens worden langs elektronische weg verstuurd en automatisch in Eurodac opgeslagen.
  • De lidstaten moeten elk dossier voorzien van een referentienummer, waarmee de gegevens duidelijk gekoppeld worden aan een persoon en de verzendende lidstaat.
  • Dit referentienummer start met een kenletter voor de lidstaat, direct gevolgd door een cijfer dat de categorie (zoals asielzoeker of illegale grens-passant) aanduidt.
  • eu-LISA stelt technische procedures vast om te zorgen dat het Eurodac-systeem altijd heldere en ondubbelzinnige gegevens ontvangt.
  • Zodra Eurodac de gegevens ontvangt, stuurt het zo snel mogelijk een elektronische ontvangstbevestiging terug naar de lidstaat.

Hoe voert Eurodac vergelijkingen uit en wat gebeurt er met de resultaten? (Artikel 38)

  • Lidstaten moeten ervoor zorgen dat de biometrische gegevens van voldoende hoge kwaliteit zijn voor een automatische vergelijking door de software van Eurodac.
  • Eurodac controleert direct de kwaliteit, en indien ongeschikt, moet de lidstaat nieuwe, goede gegevens onder hetzelfde referentienummer opsturen.
  • Eurodac verwerkt aanvragen op volgorde van binnenkomst en handelt elk verzoek uiterlijk binnen 24 uur af.
  • Als het nationale recht extreme spoed eist, mag een lidstaat verzoeken om de vergelijking binnen één uur te laten plaatsvinden.
  • In het geval van systeemstoringen worden de verzoeken als eerste opgepakt zodra de storing verholpen is.
  • De uitslag van een vingerafdrukvergelijking moet altijd onverwijld worden gecontroleerd door een specifiek daarvoor opgeleide deskundige in de ontvangende lidstaat.
  • Bij een dubbele treffer (zowel vingerafdruk als gezichtsopname) mag de lidstaat ook de gezichtsopname bekijken.
  • Indien een zoekopdracht uitsluitend op gezichtsopname werd gedaan, moet een getrainde deskundige in de lidstaat dit resultaat ook direct handmatig verifiëren.
  • De definitieve identificatie is uiteindelijk de taak van de lidstaat van herkomst, in overleg met andere betrokken lidstaten.
  • Blijken de toegezonden gegevens achteraf onbetrouwbaar, dan moeten ze onmiddellijk worden gewist.
  • Als uit handmatige controle blijkt dat de treffer van Eurodac niet klopt bij de originele biometrische gegevens, moet de lidstaat het resultaat wissen en eu-LISA uiterlijk binnen drie werkdagen op de hoogte stellen.

Via welke weg communiceren lidstaten en Eurodac met elkaar? (Artikel 39)

  • Lidstaten en Eurodac gebruiken uitsluitend de beveiligde communicatie-infrastructuur voor het verzenden van gegevens.
  • Om dit efficiënt te laten verlopen, stelt eu-LISA de benodigde technische procedures op voor het gebruik van dit netwerk.

Wie heeft toegang tot Eurodac-gegevens en wie mag deze wijzigen of verwijderen? (Artikel 40)

  • Een lidstaat van herkomst heeft alleen inzagerecht in de gegevens die zijzelf aan Eurodac heeft geleverd.
  • Lidstaten mogen de gegevens van andere lidstaten niet vrij doorzoeken of opvragen, tenzij zij deze via een automatische treffer toegestuurd krijgen.
  • Lidstaten moeten expliciet aanwijzen welke diensten bevoegd zijn voor toegang tot Eurodac en deze lijst onverwijld naar de Commissie en eu-LISA sturen.
  • eu-LISA publiceert deze lijst in het Publicatieblad van de EU en publiceert wijzigingen jaarlijks op het internet.
  • Alleen de lidstaat van herkomst mag zijn eigen gegevens corrigeren, aanvullen of definitief verwijderen uit het systeem.
  • Gemachtigde medewerkers van nationale autoriteiten en EU-instanties krijgen een proportionele en beperkte toegang tot het CIR om gegevens te raadplegen voor hun werkzaamheden.
  • Mocht een lidstaat of eu-LISA ontdekken dat bepaalde opgeslagen gegevens feitelijk onjuist of onrechtmatig zijn, moeten zij de lidstaat van herkomst zo snel mogelijk waarschuwen.
  • De lidstaat van herkomst moet dan direct controleren en de onjuiste data wijzigen of verwijderen.
  • Eurodac-gegevens mogen door eu-LISA in geen enkel geval worden overgedragen of gedeeld met derde landen, tenzij dit landen zijn waarop de asielverordening (EU) 2024/1351 evengoed van toepassing is.

Welke verwerkingshandelingen moeten worden geregistreerd (gelogd) in Eurodac? (Artikel 41)

  • Het agentschap eu-LISA registreert digitaal (in logbestanden) alle gegevensverwerkingsverrichtingen in Eurodac.
  • Deze logbestanden bevatten: het doel, datum, tijdstip, de gebruikte gegevens, en de identiteit van de dienst en personen die de verwerking deden.
  • Ook automatische zoekopdrachten vanuit het Etias-systeem en de resulterende treffers worden strikt gelogd.
  • Handelingen die gezamenlijk in Eurodac en het Visuminformatiesysteem (VIS) worden gedaan, moeten door eu-LISA en lidstaten eveneens geregistreerd worden.
  • De logbestanden mogen uitsluitend worden gebruikt om de rechtmatigheid, beveiliging en privacy van de gegevens te monitoren.
  • Na de bewaartermijn van de gegevens worden deze bijbehorende logs nog één jaar bewaard en goed beveiligd, tenzij een controleonderzoek dan nog loopt.
  • De lidstaten moeten binnen hun eigen nationale systemen zorgen voor eenzelfde registratie en moeten bijhouden wie gemachtigd is om te werken in het systeem.

Welke informatie moet aan de betrokken personen worden verstrekt en op welke manier? (Artikel 42)

  • Lidstaten moeten de betrokken personen schriftelijk (en indien nodig ook mondeling) in een begrijpelijke taal, kort en transparant informeren.
  • Men moet de contactgegevens van de verantwoordelijke autoriteit en de functionaris voor gegevensbescherming vermelden.
  • Men informeert over het specifieke doel van de gegevens, de wetgeving en het mogelijke gebruik ervan door rechtshandhavingsdiensten.
  • De lidstaat moet personen waarschuwen dat als zij als veiligheidsdreiging worden gezien, dit geregistreerd wordt in Eurodac.
  • De persoon krijgt informatie over met wie deze gegevens mogelijk worden gedeeld.
  • De lidstaat legt de plicht tot het afstaan van biometrische gegevens, de procedure en de gevolgen van weigering uit.
  • De persoon krijgt te horen hoelang de informatie in Eurodac wordt opgeslagen.
  • Er moet worden uitgelegd dat de persoon recht heeft op inzage, correctie of verwijdering van de gegevens, en hoe en waar men een klacht kan indienen bij een toezichthouder.
  • Deze volledige uitleg moet worden gegeven precies op het moment dat de biometrische gegevens worden afgenomen.
  • Als de persoon een minderjarige is, wordt de voorlichting op een kindvriendelijke manier gegeven via de inzet van brochures of demonstraties.
  • Om dit te vereenvoudigen wordt er een gezamenlijke en begrijpelijke gemeenschappelijke brochure ontworpen.
  • De lidstaten passen deze brochure vervolgens aan door specifieke nationale regels, dwangmiddelen, rechten en de contactgegevens van hun eigen instanties toe te voegen.

Hoe kan een persoon zijn rechten uitoefenen ten aanzien van zijn gegevens in Eurodac? (Artikel 43)

  • Een persoon heeft het wettelijke recht op inzage in zijn Eurodac-dossier en mag eisen dat onjuiste gegevens worden gecorrigeerd of verwijderd.
  • Bij inzage mag de persoon zien of er een veiligheidsmarkering is en welke lidstaat de gegevens toevoegde.
  • Als de betrokkene in lidstaat A om correctie vraagt terwijl lidstaat B de gegevens toevoegde, moet lidstaat A altijd contact leggen met lidstaat B om dit te verifiëren.
  • Lidstaten mogen de inzage deels beperken bij veiligheidsmarkeringen, mits dat in lijn is met de regelgeving.
  • Wanneer gegevens onrechtmatig zijn of fouten bevatten, worden ze onmiddellijk gewijzigd of verwijderd en krijgt de betrokkene hier schriftelijk bewijs van.
  • Indien een lidstaat weigert het dossier aan te passen, moet deze weigering schriftelijk worden gemotiveerd.
  • Daarbij moet de lidstaat uitleggen hoe de persoon een rechtszaak kan starten of klacht kan indienen, en welke financiële of juridische bijstand mogelijk is.
  • Een verzoek van de persoon moet voor de zekerheid identificatiedata (zoals biometrie) bevatten, maar deze verificatiedata moeten direct na controle worden verwijderd.
  • De nationale instanties werken actief en direct mee aan het afhandelen van deze verzoeken.
  • Een verzoek om inzage wordt in een schriftelijk document vastgelegd en overhandigd aan de toezichthoudende autoriteiten.
  • Toezichthouders in het land waar de data vandaan komt, werken samen met toezichthouders in het land waar de persoon verblijft om dit proces te ondersteunen.

Wat is de rol van de nationale toezichthoudende autoriteiten? (Artikel 44)

  • De lidstaat zorgt dat de aangewezen onafhankelijke toezichthoudende autoriteit controleert of de verwerking en verzending van persoonsgegevens naar Eurodac wettelijk klopt.
  • De lidstaat garandeert dat deze autoriteit altijd advies kan inwinnen bij specialisten met een specifieke kennis van biometrische gegevens.

Welke toezichthoudende taken heeft de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming? (Artikel 45)

  • De Europese Toezichthouder bewaakt of instellingen van de Unie, zoals eu-LISA, bij de verwerking van persoonsgegevens in Eurodac in overeenstemming met de wetgeving handelen.
  • Deze toezichthouder regelt dat er minimaal om de drie jaar een onafhankelijke audit plaatsvindt van de werkzaamheden van eu-LISA.
  • Voordat het rapport van deze audit definitief is, mag eu-LISA haar eigen opmerkingen geven.
  • Dit auditrapport wordt vervolgens overhandigd aan het Europees Parlement, de Raad, de Commissie, eu-LISA en alle nationale toezichthouders.

Hoe werken de nationale toezichthouders en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming samen? (Artikel 46)

  • De nationale toezichthoudende autoriteiten en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming werken actief samen en zorgen voor een gecoördineerd toezicht op Eurodac.
  • De lidstaten moeten ervoor zorgen dat een onafhankelijk orgaan jaarlijks een audit doet naar de verwerking van persoonsgegevens voor rechtshandhaving.
  • Deze audit bevat een analyse van een steekproef van de gemotiveerde elektronische verzoeken, en de resultaten worden in het jaarverslag van de lidstaten opgenomen.
  • Toezichthouders wisselen informatie uit, helpen elkaar bij audits en inspecties, en lossen problemen op bij de toepassing of uitleg van deze verordening.
  • Zij bestuderen problemen rond onafhankelijk toezicht of rechten van de betrokkene en stellen gezamenlijke oplossingen voor.
  • Waar nodig bevorderen zij de bewustwording over de rechten rondom gegevensbescherming.
  • Voor deze samenwerking komen de toezichthouders ten minste tweemaal per jaar bijeen in het Europees Comité voor gegevensbescherming.
  • Dit Comité draagt de kosten en levert logistieke steun voor de bijeenkomsten.
  • Het reglement van orde wordt op de eerste bijeenkomst vastgesteld, met verdere werkmethoden in overleg.
  • Het Europees Comité voor gegevensbescherming stuurt elke twee jaar een gezamenlijk activiteitenverslag naar het Europees Parlement, de Raad en de Commissie.
  • Dit verslag bevat voor iedere lidstaat een hoofdstuk dat is geschreven door de nationale toezichthouder van dat land.

Hoe worden persoonsgegevens beschermd bij verwerking voor rechtshandhavingsdoeleinden? (Artikel 47)

  • De toezichthoudende autoriteit in elke lidstaat controleert of de verwerking van persoonsgegevens voor rechtshandhaving wettig verloopt, inclusief het zenden van en naar Eurodac.
  • De verwerking van persoonsgegevens door Europol valt onder Verordening (EU) 2016/794 en staat onder toezicht van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming.
  • Gegevens die uit Eurodac zijn gehaald voor rechtshandhaving, mogen uitsluitend worden gebruikt voor het voorkomen, opsporen of onderzoeken van de specifieke zaak waarvoor de lidstaat of Europol ze heeft opgevraagd.
  • Eurodac, de aangewezen en controlerende autoriteiten, en Europol moeten alle zoekopdrachten registreren.
  • Deze registratie dient om toezichthouders te laten controleren of de regels zijn gevolgd en om de vereiste jaarverslagen te kunnen maken.
  • Tenzij de persoonsgegevens nog nodig zijn voor het specifieke lopende onderzoek, worden deze en de geregistreerde zoekopdrachten na één maand verwijderd uit alle nationale en Europol-bestanden.

Welke maatregelen moeten worden genomen voor de beveiliging van Eurodac-gegevens? (Artikel 48)

  • De lidstaat van herkomst is verplicht om de gegevens te beveiligen, zowel voorafgaand aan als tijdens de toezending aan Eurodac.
  • Elke lidstaat stelt voor alle verwerkte gegevens de nodige maatregelen en een gegevensbeveiligingsplan vast.
  • Gegevens moeten fysiek beschermd worden, waaronder via noodplannen voor de bescherming van vitale infrastructuur.
  • Onbevoegden mogen geen toegang krijgen tot apparatuur en installaties die voor Eurodac worden gebruikt (controle op de toegang).
  • Het is verboden dat onbevoegden gegevensdragers lezen, kopiëren, wijzigen of verwijderen (controle op de gegevensdragers).
  • Onrechtmatige opslag, inzage, wijziging of verwijdering van gegevens moet worden geblokkeerd (controle op de opslag).
  • Onbevoegden mogen de systemen niet bedienen via datacomcommunicatieapparatuur (gebruikerscontrole).
  • Gegevens mogen niet onrechtmatig in Eurodac worden verwerkt, gewijzigd of verwijderd (controle op het invoeren van gegevens).
  • Bevoegde medewerkers krijgen uitsluitend toegang tot gegevens waarvoor ze bevoegd zijn, werkend met unieke identiteiten en geheime procedures (controle op de toegang tot de gegevens).
  • Autoriteiten moeten personeelsprofielen met taken en verantwoordelijkheden opstellen en deze op verzoek aan toezichthouders tonen.
  • Het moet te controleren zijn aan welke instanties persoonsgegevens mogen worden verstrekt (controle op de doorgifte).
  • Men moet kunnen nagaan welke gegevens in Eurodac zijn verwerkt, wanneer, door wie en met welk doel (controle op de opslag van gegevens).
  • Gegevens moeten tijdens transport of toezending worden beveiligd tegen onrechtmatig lezen of kopiëren, met name via versleuteling (controle op het transport).
  • Systemen moeten in het geval van een storing weer volledig hersteld kunnen worden.
  • Eurodac moet correct functioneren; storingen moeten worden gesignaleerd en gegevens mogen door fouten niet beschadigd raken (betrouwbaarheid en integriteit).
  • De beveiligingsmaatregelen moeten intern gecontroleerd worden, waarbij veiligheidsincidenten automatisch binnen 24 uur geregistreerd moeten worden.
  • Lidstaten en Europol moeten incidenten in hun eigen Eurodac-systemen direct melden aan het agentschap eu-LISA.
  • eu-LISA meldt waargenomen incidenten in hun systemen aan de lidstaten, Europol en de Europese Toezichthouder.
  • eu-LISA neemt alle nodige maatregelen voor de werking van Eurodac, inclusief de vaststelling van een gegevensbeveiligingsplan.
  • Vóór het systeem operationeel gaat, wordt het beveiligingskader geactualiseerd.
  • Ook het Asielagentschap neemt veiligheidsmaatregelen en maakt een gegevensbeveiligingsplan voor hun specifieke taken.

Welke regels gelden er voor het verbod op overdracht van Eurodac-gegevens aan derden? (Artikel 49)

  • Persoonsgegevens uit Eurodac mogen door lidstaten en Europol nooit worden overgedragen of beschikbaar worden gesteld aan een derde land, internationale organisatie of particuliere entiteit (binnen of buiten de Unie).
  • Dit verbod geldt ook wanneer de gegevens op nationaal niveau of tussen de lidstaten verder worden verwerkt.
  • Gegevens die op basis van een rechtshandhavingsverzoek zijn verkregen, mogen niet aan derde landen worden overgedragen als het risico bestaat dat de persoon hierdoor slachtoffer wordt van foltering, onmenselijke behandeling of schendingen van grondrechten.
  • Voor Europol geldt tevens dat overdracht alleen is toegestaan wanneer het noodzakelijk en evenredig is voor hun bevoegdheden, én als de lidstaat van herkomst hier expliciet mee instemt.
  • Derde landen mogen nooit geïnformeerd worden over het feit dat iemand asiel heeft aangevraagd of dat iemand in een toelatingsprocedure zit.
  • Dit verbod sluit niet uit dat lidstaten, met respect voor privacyregels, gegevens overdragen aan derde landen indien Verordening (EU) 2024/1351 evengoed op die landen van toepassing is.

Onder welke voorwaarden is de overdracht van gegevens aan derde landen met het oog op terugkeer wél toegestaan? (Artikel 50)

  • Als uitzondering mogen persoonsgegevens, verkregen via treffers voor onder meer asiel of illegaal verblijf, overgedragen worden aan een derde land, maar alleen met instemming van de lidstaat van herkomst.
  • Doorgifte aan een derde land moet strikt voldoen aan de EU-gegevensbeschermingsregels (inclusief de AVG) en eventuele overnameovereenkomsten.
  • Gegevens mogen exclusief worden overgedragen om de identiteit van een illegaal verblijvende persoon vast te stellen en een reisdocument voor terugkeer af te geven.
  • De betreffende derdelander moet vooraf zijn geïnformeerd dat zijn of haar persoonsgegevens met een derde land kunnen worden gedeeld.
  • Onafhankelijke toezichthouders zien toe op de doorgifte, en specifiek op de noodzaak en de evenredigheid hiervan.
  • Deze doorgifte mag nooit de grondrechten of asielrechten (zoals het non-refoulement-beginsel) in gevaar brengen en mag het verbod om asielinformatie te openbaren niet schenden.
  • Derde landen krijgen op geen enkele manier directe of indirecte toegang tot Eurodac-systemen (ook niet via het nationale toegangspunt van een lidstaat).

Welke verplichtingen hebben de lidstaten en Europol met betrekking tot logbestanden en documentatie? (Artikel 51)

  • Lidstaten en Europol moeten alle handelingen rondom gegevensverwerking voor rechtshandhaving loggen en documenteren om toezicht, interne controle en gegevensbeveiliging mogelijk te maken.
  • De documentatie bevat het precieze doel van het verzoek en vermeldt welk type terroristisch misdrijf of zwaar strafbaar feit het betreft.
  • Men moet de redenen vastleggen waarom men niet eerst zocht in de vingerafdruksystemen van andere lidstaten.
  • Het nationale bestandsnummer moet geregistreerd worden.
  • De exacte datum en het tijdstip van het verzoek aan het nationale toegangspunt worden gelogd.
  • Men registreert de naam van de vragende autoriteit en de functionaris die verantwoordelijk is voor de indiening en verwerking.
  • Wanneer de spoedprocedure is ingezet, wordt dat (samen met de verificatie achteraf) in het bestand gemeld.
  • De precieze gegevens die voor de vergelijking zijn gebruikt, moeten zichtbaar zijn.
  • Het kenmerk van de functionaris die zocht en de functionaris die de opdracht gaf, worden in overeenstemming met de regels bewaard.
  • Verwijzingen naar het eventuele gebruik van het Europees zoekportaal worden geregistreerd.
  • De logbestanden mogen uitsluitend worden gebruikt om de rechtmatigheid van de gegevensverwerking en de integriteit en veiligheid te controleren.
  • Logs met persoonsgegevens mogen niet worden ingezet voor algemene monitoring en evaluatie.
  • Nationale toezichthouders krijgen toegang tot deze bestanden zodra dit voor hun toezichthoudende taak wordt gevraagd.

Hoe en in welke mate is de aansprakelijkheid geregeld in de Eurodac-verordening? (Artikel 52)

  • Een persoon of lidstaat die (im)materiële schade lijdt door een onrechtmatige handeling of gegevensverwerking, heeft recht op schadevergoeding.
  • Deze vergoeding wordt betaald door de verantwoordelijke lidstaat, of door eu-LISA indien dit orgaan specifiek verplichtingen schond of tegen wettige instructies handelde.
  • Een lidstaat of eu-LISA wordt vrijgesproken van aansprakelijkheid als zij kunnen aantonen geheel of gedeeltelijk niet verantwoordelijk te zijn voor de schadeoorzaak.
  • Indien Eurodac zelf schade oploopt doordat een lidstaat de regels niet volgt, is die lidstaat aansprakelijk.
  • Dit geldt niet als eu-LISA of een andere lidstaat onvoldoende redelijke stappen nam om de schade af te wenden of te beperken.
  • Vorderingen tegen lidstaten worden afgehandeld volgens het nationale recht van de gedaagde staat (met respect voor EU-richtlijnen en verordeningen).
  • Vorderingen tegen het agentschap eu-LISA vallen direct onder de voorwaarden die in de EU-Verdragen zijn vastgelegd.

Welke wijzigingen brengt deze verordening aan in het Etias-systeem (Verordening (EU) 2018/1240)? (Artikel 53)

  • Er is vastgelegd dat het centrale Etias-systeem het Eurodac-systeem mag raadplegen voor geautomatiseerde verificaties van persoonsgegevens.
  • Bij deze raadpleging toetst het systeem aanwezige gegevens zoals achternamen, voornamen, namen bij geboorte, geslacht, geboortedatum en geboorteplaats.
  • Ook aliassen, artiestennamen, huidige en eventuele andere nationaliteiten, en reisdocumentgegevens (soort, nummer, afgifteland) worden hierbij meegenomen.
  • Nationale Etias-eenheden krijgen toestemming om via raadpleging diverse artikelen en specifieke data uit Eurodac in te zien ter evaluatie.
  • Etias zal operationeel in gebruik worden genomen, onafhankelijk van het feit of interoperabiliteit met Eurodac op dat moment technisch al is afgerond.

Welke wijzigingen brengt deze verordening aan in de interoperabiliteitskaders (Verordening (EU) 2019/818)? (Artikel 54)

  • De definitie van "aangewezen autoriteiten" wordt geactualiseerd, zodat deze direct de aangewezen diensten uit deze nieuwe Eurodac-verordening dekt.
  • Gegevensverwerkingsactiviteiten in het Europees zoekportaal (ESP) moeten door eu-LISA worden gelogd, waarbij naar Eurodac wordt verwezen.
  • Het gemeenschappelijke identiteitsregister (CIR) en het Schengeninformatiesysteem (SIS) doorzoeken voortaan samen biometrische data via een gemeenschappelijke dienst voor biometrische matching.
  • eu-LISA moet logbestanden bijhouden van alle acties in deze gemeenschappelijke matchingdienst.
  • Gegevens die via Eurodac binnenkomen (inclusief biometrie en reisdocumenten) worden, logisch gescheiden, in het gemeenschappelijk identiteitsregister (CIR) bewaard.
  • De regels voor de automatische verwijdering uit het CIR sluiten één op één aan bij de bewaringstermijnen in de Eurodac-verordening.
  • eu-LISA wordt verantwoordelijk voor het loggen van alle verwerkingsverrichtingen binnen het CIR.
  • Verwerkingssystemen moeten de gegevens van de precieze bevoegde verzamelautoriteiten (voor asiel, grensoverschrijding, etc.) bij het toezenden naar Eurodac bijhouden en loggen.
  • eu-LISA beheert het centrale register voor rapportage en statistieken (CRRS), waaruit Eurodac-statistieken in een sterk beveiligde omgeving aan gerechtigden beschikbaar worden gesteld.
  • Er is toegevoegd dat asielzoekers expliciet moeten worden geïnformeerd over gegevensverwerking zodra een nieuwe gegevensreeks aan Eurodac wordt geleverd.
  • Er geldt een verbod om de via interoperabiliteitskaders verwerkte persoonsgegevens aan derde landen, organisaties of particulieren over te dragen, tenzij daar zeer specifieke uitzonderingen voor gelden.

Hoe en door wie worden de kosten gedekt? (Artikel 55)

  • De oprichting en het voortdurend functioneren van Eurodac en zijn algemene communicatie-infrastructuur worden gefinancierd uit de algemene begroting van de Unie.
  • Iedere lidstaat is zelf verantwoordelijk voor de inrichting en de kosten van zijn eigen nationale toegangspunt en de verbinding met Eurodac.
  • Europol draagt zelf de kosten van het eigen Europol-toegangspunt en de infrastructuur die het nodig heeft voor deze verordening.
  • Aanvragers (lidstaten en Europol) dragen altijd zélf de kosten die gepaard gaan met het uitvoeren van verzoeken voor rechtshandhavingsdoeleinden.

Hoe functioneert de comitéprocedure onder deze verordening? (Artikel 56)

  • De Commissie wordt geassisteerd door een speciaal comité, ingesteld in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.
  • Waar de wettekst verwijst naar dit comité, is specifiek de zogenoemde "onderzoeksprocedure" van toepassing.
  • Indien het comité besluit om geen advies uit te brengen over een ontwerp, dan mag de Commissie deze uitvoeringshandeling niet aannemen (hiervoor geldt een wettelijke terugvalprocedure).

Wat zijn de vereisten rondom verslaglegging, monitoring en evaluatie? (Artikel 57)

  • eu-LISA dient elk jaar een verslag in bij het Parlement, de Raad, de Commissie en de Toezichthouder over de activiteiten, veiligheid en technische werking van Eurodac.
  • Dit verslag vergelijkt prestaties met vooraf vastgestelde kwantitatieve doelen rond resultaat, kosten en kwaliteit.
  • eu-LISA test of Eurodac goed werkt, en heeft daartoe toegang tot gegevens over alle verwerkingshandelingen.
  • Uiterlijk op 12 juni 2027 rondt eu-LISA een studie af naar de haalbaarheid en betrouwbaarheid van de toevoeging van gezichtsherkenningssoftware (ook voor minderjarigen) in Eurodac.
  • Op 12 juni 2029 (en daarna elke vier jaar) voert de Commissie een diepgaande, algemene evaluatie van Eurodac uit.
  • Deze evaluatie bekijkt de impact op de grondrechten en privacy, onderzoekt indirecte discriminatie en evalueert het gebruik van gezichtsherkenning.
  • Lidstaten, eu-LISA en Europol moeten de informatie voor deze verslagen verstrekken zonder dat operationele methoden, bronnen of persoonsnamen worden blootgegeven.
  • Lidstaten en Europol schrijven elke twee jaar een rapport over de doeltreffendheid van de biometrische raadplegingen voor de rechtshandhaving.
  • Deze rechtshandhavingsrapporten tonen statistieken over het doel van verzoeken, gebruikte verdenkingsgronden, aantallen identificaties, en het (al dan niet goedgekeurde) gebruik van de spoedprocedure.
  • De Commissie stelt elke twee jaar een verslag samen over deze specifieke rechtshandhavings-toegang en zendt dit aan de beleidsmakers en toezichthouders.

Wat beoordeelt de Commissie met betrekking tot de regelgeving voor tijdelijke bescherming? (Artikel 58)

  • Uiterlijk 12 juni 2028 maakt de Commissie een evaluatie van alle IT-systemen die gebruikt worden voor het verwerken van gegevens van personen met tijdelijke bescherming.
  • De Commissie onderzoekt wat de precieze effecten zullen zijn indien Richtlijn 2001/55/EG (voor tijdelijke bescherming) formeel wordt geactiveerd in verhouding met artikel 26 van deze verordening.
  • Bij die evaluatie kijkt de Commissie naar de aard van de gegevens, de wettelijke waarborgen en het effect van rechtshandhavingstoegang tot dergelijke gegevens.
  • Afhankelijk van deze beoordeling kan de Commissie met een wetgevingsvoorstel komen om de regelgeving of de verplichte afname (artikel 26) te wijzigen of in te trekken.

Welke verplichtingen hebben lidstaten omtrent sancties? (Artikel 59)

  • Lidstaten zijn verplicht om de onrechtmatige verwerking of oneigenlijk gebruik van Eurodac-gegevens actief te bestraffen.
  • Zij moeten hiervoor via hun eigen nationale recht administratieve of strafrechtelijke sancties opleggen.
  • Elke ingestelde sanctie voor misbruik moet daadwerkelijk doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn.

Wat is de territoriale werkingssfeer van de Eurodac-verordening? (Artikel 60)

  • Deze verordening is niet geldig in of op grondgebieden waar de bredere asiel- en migratieverordening (Verordening (EU) 2024/1351) eveneens niet van toepassing is.
  • Een uitzondering hierop zijn die specifieke bepalingen over gegevens die verzameld worden om het Uniekader voor hervestiging (Verordening (EU) 2024/1350) toe te passen.

Hoe worden de aangewezen en controlerende autoriteiten officieel bekendgemaakt? (Artikel 61)

  • Elke lidstaat moest uiterlijk op 12 september 2024 al zijn aangewezen autoriteiten, operationele diensten en controlerende autoriteiten aan de Commissie hebben gemeld.
  • Ook Europol moest uiterlijk op diezelfde datum (12 september 2024) diens aangewezen autoriteit en controlerende autoriteit aan de Commissie melden.
  • Mochten er naderhand wijzigingen optreden in deze aanwijzingen, dan moeten de lidstaten en Europol dit onverwijld meedelen.
  • De Commissie publiceert deze overzichten eenmaal per jaar openbaar in het Publicatieblad van de Europese Unie.
  • Naast het Publicatieblad stelt de Commissie ook online een digitale lijst beschikbaar die direct en doorlopend wordt geüpdatet.

 

Europees Asiel- en Migratiepact

Bron: https://home-affairs.ec.europa.eu/policies/migration-and-asylum/pact-migration-and-asylum/legislative-files-nutshell_nl Audio   Het ni...